Beste vrienden
Zes jaar geleden stond André Zegveld op deze
zondag
met dezelfde schriftlezingen hier. Om zichzelf te presenteren.
Beduusd, zoals hijzelf zei, vanwege de grote woorden van Jeremia en Lucas.
Maar, zo benadrukte hij toen:
het heden van de roeping, zowel bij
Jeremia als bij Lucas
is niet het heden van 2000 jaar geleden,
maar
het heden van nu, voor ons 2004 dus nu,
uw heden en mijn heden en zijn
heden.
Roeping, zoals Jeremia getuigt:
dat betekent dat we weten
dat er meer is dan onze eigen stem,
dat we temidden van het vele geluid
om ons heen
toch oor hebben voor iets bijzonders:
er is woord van
God,
en Jeremia getuigt: ik hoor dat;
het woord van God is door een
mens te horen. Door ons.
Er is ook aarzeling;
Jeremia zegt:
stuur een ander, God;
Maar er is meer dan aarzeling alleen:
Ik, -
zegt God, - Ik die bij u ben om u te redden, Ik stel u aan!
ga,
opdracht van de God die is
en ga onbevreesd, want Ik zeg het, Ik die
ben.
En als je nog twijfelt, - wie niet? -\
- is God wel bij mij om mij te redden,\
- kan ik wel van Hem op aan?
de Heer steekt zijn hand uit,
raakt mijn mond aan
en zegt: mijn woorden, in jouw mond.
Dit gaat over Jeremia, over André Zegveld, pastoor,
maar het gaat net zo over u en over mij.
Roeping, Gods woord verstaan en ter harte nemen
is niet voorbehouden aan mannen, liefst celibatair,
nee, roeping is er voor ieder die luistert,
voor ieder die hoort dat hij of zij uitgekozen is,
ieder die tot profeet bestemd is, en tot priester en tot koning,
achter Jezus aan.
In de lezing bij Jeremia is het roeping en bevestiging,
bevestiging en inzegening van de roeping, mag je wel plechtig zeggen,
dat is wat er in de liturgie gebeurt bij de profeet Jeremia,
bevestigen,
is niet alleen van een ja-woord voorzien, Amen, zo is het ,
maar ook vastmaken, bestendigen, zodat je in het leven van je roeping
in het verstaan van Gods woord stevig staat,
en wie heeft dat niet nodig,
in Twente en in Tiel,
in Varik en in Vasse;
godsspraak van de Heer,
Ik ben bij u om u te redden,
om voor u messias te zijn,
dat hoef je niet zelf te doen,
dat doe Ik.
Een God die messias is, om ons te redden.
Als God dat doet,..
waar zou ik me dan nog druk om maken?
Ja, druk maak ik me omdat God daar mensen bij nodig heeft,
mijn eigen inbreng, en om wat dat van me vraagt.
En zo komen we bij het evangelie.
Want kijk naar hoe Jezus zijn roeping verstaat
en wat dat teweeg brengt:
hier in het evangelie is het al:
bijval om de genaderijke woorden uit zijn mond,
en tegelijk: grote woede met zelfs dreiging van doodslag.
Het Hosanna en het Kruisig Hem van de laatste dagen van Jezus’ leven
komen hier in het evangelie al naar voren;
Als God nou bij mij is om mij te redden
waar zou ik me nog druk om maken?
Kijk naar Jezus,
naar wat zijn inbreng te weeg brengt:
als je het programma van Jezus volgens Lukas wil navolgen:
wees er dan op bedacht: het gaat er niet om welgevallig te zijn,
aangenaam, in je vaderstad, moederhuis, thuisland
het gaat om verkondiging, Om aan armen het goede nieuws te brengen,
om aan gevangenen hun vrijlating bekend te maken
en aan blinden het herstel van hun zicht,
om onderdrukten hun vrijheid te geven,
19 om een genadejaar van de Heer uit te roepen.’ Zo heeft Jezus zelf het net voorgelezen uit Jesaja.
En dat roept alles op:
hosanna, instemming, wat een genaderijke woorden;
en ook kruisig Hem, afkeer, wij willen naar jouw roeping niet luisteren.
Waar komt die woede zo ineens vandaan?
Wat in Jezus boodschap maakt dat mensen,
de aanwezigen in de synogoge
omslaan van instemming naar woede?
Zit dat misschien in dat Jezus zichzelf geneesheer noemt,
en daarmee aangeeft:
jullie hebben genezing nodig; omkering.
neem het woord van de profeet ter harte,
open je oren voor wat ik jullie verkondig
over hoe je de woorden van de profeet ter harte moet nemen.
en dan zul je anders met elkaar omgaan,
en dan zal het paradijs van God hier al voorzichtig beginnen.
De aanwezigen in de synagoge,
zeg maar de parochie in Nazareth
willen ze Gods woord wel horen,
of verharden ze zich in: geneesheer, genees jezelf,
in gewone woorden: kijk naar je eigen! Wij hebben geen genezing nodig.
Wij zijn niet ziek.
Willen ze wel in de spiegel kijken van wat Gods woord hen voorhoudt?
en evangelie voegt daar dan tegelijk de onontkoombare vraag aan toe:
Willen we wel in de spiegel kijken van wat Gods woord ons voorhoudt?
zeggen wij: geneesheer, genees jezelf;
of: geneesheer, genees ons.
laat ons mensen zijn naar Gods hart.
laat ons de redding die ons van God is toegezegd
zelf aan elkaar realiseren?
En Jezus?
ze voeren hem naar de afgrond,
maar daar ligt zijn bestemming niet;
niet in de afgrond, hij zal omhoog geheven worden,
Hem wacht het kruis.
Maar ook daar ligt zijn bestemming niet;
God zelf zal zijn profeet, zijn priester en koning door de dood heen halen,
als eerste van ons allen.
En zo klinkt er al Pasen en Opstanding als Lucas schrijft:
Hij liep midden tussen hen door en vertrok.
Roeping is: doen wat gedaan moet worden,
geloven, dat God bij ons is,
verkondigen, het evangelie van Gods zorg, en dat ook doen,
te koop lopen met de liefde die God voor ons heeft.
Dat is wat moet,
onafwendbaar.,
overal.
Amen.