Er was eens… een liedje dat kinderen vaak bij de eerste communie zongen: “de wereld is een toverbal, geen mens weet hoe-die worden zal. Refrein: dus zullen we er samen iets van moeten maken, enzovoorts.” De maakbare toverbalwereld uit de jaren 60 is echter een sprookje. Al snappen de makers van het rijmpje wel dat wereld wat ingewikkelder in elkaar zit, de oplossing was toen kinderlijk simpel: “maak er zelf iets van!” Het is me nooit duidelijk geworden wat het liedje in een kerkelijke viering deed, maar veel erger is dat de wereld niet die toverbal is. Het is een boos, onwerkelijk en ongelooflijk sprookje.
En dat vertelt Jezus ons vandaag ook.
Voor het gevoel van de mensen is het liedje meer zo: “het leven is een flipperbal.” Je wordt afgeschoten in de flipperkast van een razend druk leven, waar je links en rechts een opdonder krijgt, zonder te weten in welke richting je nu weer wordt gelanceerd. Niks maakbaarheid. Mensen die eerlijk zijn, beseffen dat ze het leven niet in de hand hebben. En dát geeft onrust. Dát genereert het paniekvoetbal waar onze overheden zo goed in zijn: louter impulshandelen.
Jezus weet dat ook. Sinds lang.
Jeruzalem en zijn de verwoesting van zijn tempel zijn als het ware beelden van ons hele leven: de stad van vrede die eeuwig een visoen lijkt te blijven. Ik denk terug aan de meerdere keren dat ik in Jeruzalem van de Olijfberg afdaalde naar de oude stad. Halverwege is de plaats, waar Jezus eerder in het Lukasevangelie stilstaat en een weeklacht uitspreekt over de stad. Twee hoofdstukken verder volgt de tekst die we net hoorden. Wee deze stad. Alles wordt verwoest. Er zal onrust, onvrede, haat zijn. Ook nu, afgelopen zomer, daalde ik die berg af en dacht: deze stad hier, met zo’n rijk gemeenschappelijk verleden, heeft met al die tegenstellingen tussen haar bewoners, godsdiensten en volken, geen toekomst. Hoe triest ook. Harmonie en liefde zijn niet maakbaar, en als je dat érgens ter wereld ziet, is het dáár. Op het laatst is er alleen nog een klaagmuur: “God mijn God, waarom hebt Gij ons verlaten?” Zo is het leven. De christenen in Jeruzalem voelen beter dan wie ook dat hun leven een flipperbal is, heen en weer gekaatst tussen Joden en moslims. En wij… heel ons leven lijkt wel een mini-Jeruzalem. Wij hebben in onze tijd ook geen stabiliteit. Een rijk verleden, alles is retro, maar wat is de toekomst? We zijn afhankelijk van supermachten die van de wereld verdraaid geen toverbal maken, nee, er geen bal van terecht brengen – en wij zitten er tussenin en flipperen van Irakcrisis naar hypotheekcrisis, naar oliecrisis, naar weet-ik-wat-voor volgende crisis. Naar een geloofscrisis, lijkt het ook wel. Want zelfs gelovigen worden er soms wanhopig van – getuige hun gedrag.
Sommige mensen voelen zich in hun geloof heen-en-weer geflipperd. Ik ontmoet zo veel mensen die niet weten waar ze het moeten zoeken in hun ziel en die daarom overal en nergens zoeken. Wonen overal, nergens thuis. Ook zo’n liedje. Beeld van het geestelijk leven. Sommigen shoppen wat bij esoterie, hekserij (heel erg in de mode!) of menselijke godsbeelden. Gaan religiewetenschappen doen: boekje lezen, cursusje doen. En veel proberen te voelen. Sentiment als remedie tegen wanhoop. Weer anderen flipperen de andere kant op: zoeken naarstig naar verschijningen van Maria, Jezus en engelen. Want als de Kerk niet zegt wat we moeten doen, dan maar rechtstreekse bemiddeling in boodschappen, visoenen, bijeenkomsten. Voelt ook snel goed. Het godsdienstig leven als een flipperkast. Zoeken en niet vinden.
Wat Jezus ons echter voorhoudt vandaag, is niet de wanhoop van de wereld, maar de hoop. Niet de ellende, maar het enige uitzicht in de tunnel. Niet meegaan in het geflipper, maar rustig en standvastig blijven. Da’s een goeie, denken we dan, maar hoe?
Wat we gelovig moeten doen, is hetzelfde als autorijden in een grote stad als Rome. Als je in Rome gaat rijden, kun je het gevoel krijgen overal heen-en-weer geslingerd te worden. Overal drukte en getoeter. Maar. Autorijden is niet zomaar rondjes rijden – denk ik tenminste. Het is: ergens naar toe moeten. Als ik in Rome ben, wil ik bijvoorbeeld naar de Sint-Pieter en dan moet ik niet gek worden van het verkeer, maar op mijn doel af, hoe dan ook. Geduldig en voorzichtig, maar doelgericht. En hoe kun je goed rijden in een chaos? Door te anticiperen. Vooruitkijken en je spiegels bijhouden. Welnu, zo is het ook in de chaos van ons leven. Het geestelijk verkeer lijkt wel een Romeinse flipperkast, maar wie de blik vast vooruit houdt, komt er altijd. En daar zit’m de knoop. Wij laten ons steeds verrassen. Hebben geen geestelijke strategie. Terwijl we maar één doel hebben: Christus en zijn Rijk. Waarom lopen we steeds achter de feiten aan? We wéten toch dat de weg ernaartoe een chaos is? Waarom hebben we dan geen Jezus-TomTom? Hij is toch de weg, de waarheid en het leven? Zijn H.Geest is toch bij ons? We hebben toch een beschermengel gekregen? Waarom laten we ons behandelen als een flipperbal, terwijl Jezus onze hoop en ons rustpunt kan zijn? Waarom gebruiken we de gegeven hulpmiddelen in ons voertuig niet, en vragen we steeds de weg aan mensen die het helemaal niet weten: ideeën die ons nog verder van huis brengen? Waarom zoeken we onze troost in een heidense wereld terwijl we weten dat die van God los is en die ons dus nooit in de hemel zal brengen? Waarom denken we dat we er zelf iets van kunnen maken, als toverballen, terwijl we beter kunnen vertrouwen op God die alles al gemaakt heeft? Wie God, Jezus en de H.Geest als navigator heeft aangenomen, is de wijze bestuurder die kan anticiperen op rampspoed en chaos. Want Christus gaat dan voor ons uit.
Het leven is geen toverbal, maar hoeft ook geen flipperbal te zijn. Ons leven is veilig in Gods hand geborgen en wie dat kan geloven, hoeft nooit bang te zijn. Christus heeft alle onrust al voorspeld. Dan weet Hij vast ook de oplossing. Er is een hemels Jeruzalem, waar echte vrede is. Hoe we dan heen-en-weer zullen bewegen, wie op Hem vertrouwt komt altijd bij dat doel. Want Hij is onze enige hoop in bange dagen. Amen.
Voor wie zo jong en modern is, dat hij zelfs dit liedje niet meer kent, nog één keer dan:
DE WERELD IS EEN TOVERBAL…
De wereld is een toverbal
geen mens weet hoe hij worden zal
maar één ding dat weet iedereen:
je kunt het niet alleen, dus….
Refr. dus….
zullen we er samen iets van moeten maken
de wereld is een mooi maar bewerkelijk ding
zullen we er samen iets van moeten maken
hé, hé, hé, hé, kom maar in de Kring.
We praten zus, we praten zo
we roepen ach en wee en oo,
maar wil j’elkaar echt goed verstaan,
dan doe je er wat aan, dus….
Refr.
Bekijk toch eens de wereldkaart
een mens is toch iets beters waard
je ziet dat het een puinhoop is
zó gaat het zeker mis! dus….