Jezus zit in de nabijheid van de tempel met zijn vrienden.
‘Kijk eens wat een prachtige tempel’, zeggen de leerlingen tegen Jezus. ‘Wat een kostbaarheden en wat een kunst!’
De tempel was het trotse bouwwerk dat de hele joodse identiteit uitdrukte in een tijd van onderdrukking.
Maar Jezus ziet meer. Hoelang zal dit prachtige gebouw blijven bestaan? Kent alles niet een einde?
Lucas herinnerde het zich maar al te goed. Amper 50 jaar later, als hij zijn verhaal doet, ligt de tempel in puin, met de grond gelijk gemaakt door de Romeinen. Alleen het zuidelijk fundament dat was opgetrokken om het plein bergafwaarts groter te maken, stond er nog. Daar klagen joden nog dagelijks om de teloorgang.
‘Verdring de waarheid niet dat alles wat je ziet voorbijgaat’, zegt Jezus.
Alles is vergankelijk. Je merkt het aan je eigen lichaam. Je hoeft maar één keer ernstig ziek te zijn geweest om dat te weten. Het leven is eindig. Is dat niet iets om bang van te worden?
Ja, natuurlijk zijn we er allemaal bang voor: de ene al meer dan de andere. Daarom praten we er ook niet zo gemakkelijk over.
In de eerste lezing praat de profeet Maleachi er wel over. Bekijk je eigen leven. Wat maak je ervan? Wat is je leven waard? Wat betekent jouw leven voor anderen?
Jezus en zijn leerlingen hebben er beslist ook gepraat: over het einde van het leven. Over armoede en ziektes, over rampen en mensen die elkaar oplichten en beroven.
In het evangelie kan men lezen dat Jezus tot driemaal toe zegt dat Hij zal sterven. Maar de leerlingen willen er niet van horen. Over dood gaan, praat je niet!
Wat verwachten de leerlingen van de Messias? Dat hij alle pijn zou wegnemen. Dat hij hen zou sparen voor de dood? Dat hij met een goddelijke vrede oorlogen zou verhinderen?
Maar Jezus belooft niets van dat alles. Integendeel. ‘Je zult het allemaal zien; het kan je allemaal overkomen. Maar dat betekent nog niet dan je bang moet zijn.’
Het is juist goed te weten dat ons leven hier een einde kent. Het zet je aan om er iets van te maken; om het leven naar waarde te schatten; om bijv. ruzies en twisten bij te leggen.
Mensen hebben elkaar broodnodig. Ze kunnen een steun zijn voor elkaar.
Blijf erin geloven dat al het goede dat we doen, nooit verloren gaat.
God bestaat niet als een macht die rampen verhindert. Maar Hij leeft wel in iedere mens die zich wil inzetten voor anderen; zijn leven wil delen met anderen.
Een trotse tempel is Gods huis nog niet, noch de ruïne ervan. God woont in iedere mens die naar zijn Woord luistert en ernaar leeft.
Met hulp van Paul Chapel (Geschreven voor u) en Herman Thijssen (tijdschrift voor verkondiging).