Een groot profeet hoef je niet te zijn om te voorspellen dat oorlogen gevoerd zullen worden en dat ergens hongersnood of pest zal uitbreken. Dat is (helaas) van alle tijden. We kunnen hoogstens proberen er alles aan te doen om te vermijden dat het zover komt en dankbaar zijn als het ons bespaard wordt. Die vreselijke dingen gebeuren niet omdat Jezus ze voorspeld heeft en zeker niet omdat God het zo wil. Tegenspoed opvatten als straf van God heeft geen zin. Jezus neemt de gelegenheid wel te baat om te waarschuwen tegen valse profeten. Ook die zijn immers van alle tijden. Ze maken gebruik van de angst van mensen om hen te winnen voor hun ‘waarheid'.
Het wordt heel wat beangstigender wanneer Jezus voorspelt dat zijn leerlingen vervolgd zullen worden omwille van Hem! Sterker nog: ‘U zult door iedereen gehaat worden vanwege mijn Naam.’ Dat is onbegrijpelijk. Waarom zouden volgelingen van Jezus gehaat moeten worden, zelfs door hun eigen huisgenoten? Het is in feite even onbegrijpelijk als het levenslor van Jezus zelf. Waarom moest Hij, na verraad door een van zijn leerlingen, op die manier aan zijn einde komen? Hij was toch alleen maar al weldoende rondgegaan? Hoe komt het toch dat het goede een dergelijke felle weerstand oproept? Dat zullen we allicht nooit helemaal kunnen begrijpen. Ook Jezus geeft er niet veel uitleg bij. Wel zegt Hij dat de leerling niet boven de Meester staat. In het lot van de Meester ligt ook het lot van tal van zijn volgelingen voorgetekend. De christelijke martelaren hebben de moed gehad om tot het einde toe mee te gaan met hun Heer. Zij zijn de navolgers bij uitstek.
Het evangelie bevat in feite weinig toekomstvoorspellingen in de strikte zin van het woord. Jezus is geen waarzegger. De Schrift is trouwens op dat punt zeer streng: de toekomst moet je niet willen inkijken. Die ligt in Gods hand. Waar het wel op aankomt, is te blijven vertrouwen dat God ons niet in de steek zal laten, wat er ook mag gebeuren. Precies op dat vlak gebruikt Jezus heel krasse taal. Hij ‘voorspelt’ de verwoesting van de tempel. Zijn volk was terecht fier op dat majestueuze gebouw, dat het centrum vormde van heel de godsdienst. Met de verwoesting van dat gebouw zou alles ineenstorten. Daarop speelt Jezus in. Zelfs als alles ineenstort, ook je laatste religieuze zekerheden, geef dan niet op. Blijf vertrouwen. Op Hem, want Hij zal er ook dan nog zijn. In plaats van de toekomst te voorspellen, doet Jezus een belofte: ‘Geen haar van uw hoofd zal gekrenkt worden.’
Wanneer we bedenken wat ons allemaal zou kunnen overkomen, kunnen we angstig worden. We zouden de toekomst willen kennen. Toch is het beter dat we die niet kennen. We moeten Jezus ook niet vragen dat Hij waarzegger speelt. Daarvoor is Hij niet gekomen. De toekomst is vooral een uitdaging om te blijven vertrouwen op zijn beloften.