DANKBAARHEID MAAKT KLEINE MENSEN GROOT
Zacheüs leek geslaagd in het leven.
Hij had een belangrijke functie en hij was rijk.
Maar hij was “klein van gestalte”.
Dikwijls vermeldt het evangelie iets over de buitenkant
om in feite iets te zeggen over de binnenkant van de mens.
“Klein van gestalte” betekent hier vooral:
klein van gehalte, klein van mentaliteit, klein van binnen.
Inderdaad, Zacheüs, hoofdontvanger van de belastingen,
in dienst van de Romeinse bezetter,
collaborateur dus, was hebzuchtig
en stak geld in eigen zakken.
Vooral innerlijk was Zacheüs
een petieterig, egoïstisch, geborneerd manneke.
Natuurlijk werd hij niet graag gezien en uitgestoten.
Hij was rijk, maar kleinzielig en had geen vrienden.
Eigenlijk was Zacheüs dus niet gelukkig.
Maar, onder de uiterlijke status en de rijkdom,
leefde diep in zijn hart blijkbaar toch nog een groot verlangen
naar iets anders, naar iets meer.
“Zacheüs probeerde te zien wie Jezus was.”
Herkennen wij niet iets van onszelf
in die zelfgerichte, kleine man,
die, door zijn functie, status en verplichtingen,
niet goed weg wist met wat in zijn binnenste leefde?
Beseffen ook wij niet op een bepaald moment
dat wij nogal voor onszelf leven
en eigenlijk heimwee voelen naar een dieper geluk
van warmte, mededeelzaamheid en samenhorigheid.
Blijkbaar wilde Zacheüs die dag een inspanning doen
om op zijn diepste verlangen in te gaan:
“Hij liep hard vooruit
en klom in een wilde vijgenboom om te zien”,
wellicht zonder veel gezien te worden.
Hopelijk ontmoeten wij allen
op het goede moment in ons leven zo’n soort vijgenboom:
iemand bij wie wij terecht kunnen,
die ons discretie en bescherming biedt,
iemand bij wie wij ons veilig voelen en die echt naar ons luistert.
Het zal dan ook wel iemand zijn die ons durft optillen
uit onze laag-bij-de-grondse, wat kleingeestige mentaliteit
en die ons de mogelijkheid biedt om ruimer en méér te zien.
Merkwaardig hoe Jezus die kleine man
doorheen de bladeren van zijn vijgenboom opmerkte.
Er staat niet dat Zacheüs Jezus zag of Hem toeriep.
Er staat dat Jezus Zacheüs zag en hem aansprak.
Het initiatief ligt bij de Heer.
Daarbij kijkt Jezus nooit vanuit de hoogte op mensen neer.
Hij kijkt altijd naar mensen op. Hij maakt hen groter.
Maar Hij roept hen ook uit hun eenzaamheid tot nieuwe gemeenschap.
Jezus had waarschijnlijk wel aanbiedingen genoeg
om ergens te gaan eten,
maar Hij doorzag blijkbaar het diepe verlangen van Zacheüs’ hart
en stelde hem voor naar zijn huis te komen.
Méér dan de eer bood Hij
die kleine, zondige man Zijn vriendschap aan.
En Zacheüs werd er een andere mens van.
Zijn hart liep vol van dankbare vreugde
en van daaruit besliste hij geld weg te schenken aan de armen.
Het is toch wel niet onbelangrijk de volgorde van het gebeuren,
zoals het evangelie het voorstelt, te benadrukken.
Het is niet zo dat Zacheüs zich eerst bekeert,
eerst zijn schuld moet bekennen,
en daarna het aanbod van Jezus’ vriendschap krijgt,
als een soort beloning achteraf.
Lucas legt er in zijn evangelie sterk de nadruk op
dat in feite juist het omgekeerde gebeurt.
God neemt het initiatief.
Eerst is er Gods aanbod van vriendschap voor ieder van ons.
En die is onvoorwaardelijk.
God biedt ons Zijn vriendschap aan, wat er ook gebeurd is,
wat onze voorgeschiedenis ook is, zonder ons eerst eisen te stellen.
En het is vanuit een overvloed van erkentelijkheid en dankbaarheid
voor zo’n overstelpende vriendschap en vergeving
dat wij ertoe komen om iets goeds te doen voor anderen.
Een bekering tot een meer echte christelijke levenshouding
gebeurt dus niet vanuit de hoop op een beloning
omwille van onze prestaties en verdiensten,
maar wel vanuit een overvloed van dankbaarheid
tegenover Gods liefdesaanbod
dat wij persoonlijk reeds diep hebben ervaren.
De voorstelling dat wij ons eerst zouden moeten bekeren
en dan pas waardevol genoeg zouden zijn
om door God graag gezien te worden, klopt dus niet.
Als wij het goede doen om beloond te worden,
dan stellen wij toch weer onszelf in het middelpunt.
In het christendom gebeurt liefdadigheid niet
vanuit een hoop op beloning voor ons,
maar vanuit een overvloed van dankbaarheid jegens God.
Vandaag is dit huis heil ten deel gevallen, zegt Jezus,
want ook deze mens is “een zoon van Abraham”,
dat wil zeggen “een lid van uw gemeenschap”.
Hij nodigt dus alle omstanders uit
Zacheüs terug op te nemen in hun kring.
Die was verloren, althans volgens het oordeel van de mensen,
maar niet verloren in de ogen van God,
die hem opnieuw Zijn vriendschap aanbood.
Zacheüs is het voorbeeld
van de kleine mens in ieder van ons
die, ondanks alles wat er gebeurd is,
toch steeds waardevol genoeg blijft
om door God graag gezien te worden.
Die gratuite liefde doet ons leven.
De dankbaarheid daarvoor maakt ons, kleine mensen, groot.
Wat kunnen wij nu doen?
De Heer vraagt niet dat wij nu allen plotseling
de helft van ons bezit aan de armen zouden geven.
Het eerste wat wij het best doen
is ons meer erkentelijk tonen tegenover onze God,
die ons zo blijft liefhebben,
ook ondanks onze soms zo kleinzielige, eigengerichte mentaliteit.
Die dankbaarheid voor Zijn onverdiende vriendschap
zal ons wel inspireren om te oordelen
wat wij dan het best concreet doen voor anderen.
Maar, om tot zulke dankbaarheid te komen,
moeten wij misschien eerst de moed opbrengen
om terug te luisteren naar het diepste verlangen van ons hart
en, ondanks onze functie en statiekledij,
in de boom durven kruipen van deze biddende geloofsgemeenschap.
Hier zegt de Heer tot ieder van ons:
Vandaag wil Ik bij u te gast zijn.
Laten wij Hem bij de communie
eerst vol blijdschap in ons huis ontvangen.
Dan zullen wij wel horen wat Hij
van ieder van ons persoonlijk vraagt.