Alles begint met verlangen

C-cyclus · Tijd door het jaar · 31e zondag · groen

Beste vrienden,

Bij het snuisteren tussen de boeken viel me plots een titel op: „Alles begint met verlangen“. Het was wel maar een gewone stationsroman, maar de titel bracht me aan het denken. Dat “Alles begint met verlangen” of meer uitgebreid ook met een grote portie nieuwsgierigheid, dat past heel goed bij het Evangelie van vandaag. Verlangen, wanneer ik aan de talrijke Afrikaanse bootvluchtelingen denk die de gevaarlijke overtocht aanvatten in de hoop om hier in Europa een ander, beter leven te kunnen hebben. Nieuwsgierigheid daarentegen, wanneer ik aan de vele adolescenten denk die op elkaars schouders gaan staan of over nadarhekken klauteren om, gedurende enkele ogenblikken, een glimp van een TV- of Popidool te kunnen zien. Verlangen en nieuwsgierigheid bevleugelen de fantasie en ze brengen je ertoe om af en toe heel ongewone dingen te doen. Zo ongeveer verging het ook Zacheüs. “Hij wou toch zo graag zien wie die Jezus was.” En omdat hijzelf nogal kort was uitgevallen, hij was nogal klein van was, klom hij in een boom aan de rand van de weg. Voor een ambtenaar van financiën, die in dienst van het Romeinse staatsapparaat verantwoordelijk was voor het innen van de tolgelden van de ganse regio, is het toch een gek idee om, juist zoals een aap, hoog in een moerbeiboom te zitten. Misschien was het hem zelfs pijnlijk om daarboven te zitten en door al die mensen, waarbij hij dan ook nog slecht stond aangeschreven, gezien te kunnen worden. Daarom was hij tevreden dat de boom veel loof had waardoor hij zich achter de takken en bladeren kon verschuilen. Op die manier kon hij zelf zien zonder gezien te worden. Maar juist die benarde positie illustreert perfect het grootste probleem in zijn leven enerzijds is hij de hoogste tollenaar, diegene dus die toezicht heeft, die carrière heeft gemaakt en die iets bereikt heeft in zijn leven. Maar anderzijds is hij toch ook de kleine minderwaardige die zichzelf moet beschermen tegen de blikken van de mensen. Door zijn beroep wordt hij door hen gehaat en geniet helemaal geen aanzien meer. Hij, die van zijn medemensen willekeurig een hogere tol eist en dan een groot deel van die ontvangsten op allerlei slinkse wegen in zijn eigen zak doet belanden, hij is in hun ogen niets anders dan een bedrieger, een afzetter en een uitbuiter. Daarom kunnen we ons maar al te goed voorstellen hoe woedend en verachtend de blikken waren waarmee de mensen hem bekeken. Daar komt dan nog bij dat hij in de ogen van veel mensen als verrader gold, omdat hij collaboreerde met de bezetter. Met zo iemand praat men niet, men houdt zich op afstand want hij is, en dat niet alleen in de ogen van de vromen, een grote zondaar.

De man die Zacheüs zo graag zou willen zien heeft haast. Omringd door een mensenmenigte wordt Hij meer door de straten geschoven dan dat Hij bewust zelf zou kunnen gaan. Zijn weg leidt Hem dwars door Jericho, want Hij wil naar Jeruzalem, het doel en het eindpunt van zijn missie. Want juist voor die gebeurtenis met Zacheüs heeft Hij aan zijn leerlingen verteld dat Hij daar uitgeleverd, mishandeld en gedood zal worden. Hij heeft dan ook geen oponthoud in Jericho gepland en aan een ontmoeting met het hoofd van de Tollenaars is in deze omstandigheden in principe zeker niet te denken. De ene is gehaast en met zijn gedachten bij het einde van zijn leven, en de andere verschuilt zich voor het oog van de mensen.

Dat er dan toch iets heel anders gebeurt, is de eigenlijke clou van dit ontmoetingsverhaal. Want het Evangelie vertelt ons hier over de bekering van een mens.

En bekering is niet: vlug vroom worden of jezelf plots heel onverwacht in de Tempel (of in onze tijd) in de Kerk engageren. Bekering is veel eerder: Jezelf vinden, de goede kern in jezelf zien, terug met je eigen persoonlijkheid en met haar beste krachten in aanraking komen. Al de rest is gewoon de consequentie uit dat nieuwe inzicht en komt dikwijls als vanzelf. Maar bekering begint bijna altijd bij datgene wat wij onder nieuwsgierigheid en verlangen begrijpen, en wat we daarmee willen uitdrukken. Achter elke verslaving en achter elke begerigheid liggen wezenlijke dingen verborgen, die ons in ons persoonlijk groeiproces verder zouden kunnen helpen. Bij Zacheüs verbergt zich achter zijn verlangen en nieuwsgierigheid, achter zijn geldzucht en zijn bezitsdrang zeer veel. Misschien is die bevordering tot hoofd van de Tollenaars en de daarmee gepaard gaande achting door de Romeinen wel een surrogaat voor het feit dat hij door zijn medemensen wordt veracht. Misschien is die geldzucht en de daardoor zichtbare welstand voor hem het enige middel om die vreselijke leegte in zijn innerlijk te kunnen compenseren. Wat het ook geweest mag zijn – een ding is zeker: De impuls die hem in die boom doet klimmen om Jezus te kunnen zien is meer dan alleen maar nieuwsgierigheid. Het heeft te maken met zijn onvervuld verlangen, met zijn verloren aanzien en met al datgene wat hij opnieuw moet zoeken. Waarom het tot die ontmoeting tussen Jezus en Zacheüs komt, staat in de laatste zin van het Evangelie van vandaag: “De mensenzoon is gekomen om te zoeken en te redden wat verloren is.” Wat verloren is zoeken en redden, dat is het programma waarmee Jezus bij het begin van zijn openbaar leven, in zijn geboortestad is aangetreden. En nu, op het einde van zijn openbaar leven verduidelijkt Hij dat nog eens voor ons. Hij zoekt mensen die zichzelf verloren hebben, net zoals een groep helpers die na een aardbeving de mensen die onder het puin bedolven zijn willen opsporen en redden.

Zo komen hier, in deze ontmoeting, het verlangen van de ene en het zoeken van de andere bij elkaar. Toen Jezus bij de plaats kwam waar Zacheüs zat om Hem te zien, keek Hij naar boven. Het zal zeker geen verwijtende of verachtende blik zijn geweest, anders was een ontmoeting onmogelijk geworden. Het zal eerder een blik vol genegenheid en belangstelling geweest zijn. Goede therapeuten en liefhebbende mensen hebben soms zo een „blik“die maakt dat hun tegenover zich direct begrepen, aanvaard, gezocht en gevonden voelt. Waar dat lukt, daar kan iemand het huis van zijn leven openen, de andere bij zich toelaten en daardoor ook zichzelf erkennen, net zoals Zacheüs zich in zijn samenzijn met Jezus heeft geopend, Hem heeft binnengelaten en zichzelf herkend heeft. Zo begint genezing en ze vindt haar hoogtepunt in de afsluitende en veelzeggende zin: : „Vandaag is er redding (genezing) gekomen voor dit huis (het levenshuis van Zacheüs).

Zacheüs ervaart die redding omdat hij aan zijn verlangen heeft toegegeven. Dat verlangen is de onvermoede en ook niet geplande plaats, waar God met ons mensen contact opneemt. Jezus ontmoet Zacheüs noch in de tempel, noch bij een of ander religieus moment. Hij zoekt hem veeleer in zijn verlangen en neemt dat verlangen tot aanleiding voor een diepgaande ontmoeting met onvermoede gevolgen. Voor mij wil dat zeggen: wanneer we God willen ontmoeten, wanneer we genezing en heil van Hem verwachten, dan doen we er goed aan om ons met onze diepste verlangens te verbinden. Want wanneer we met hun hulp onszelf op het spoor komen en daarbij ontdekken wat ons hart werkelijk wil en begeert, dan mogen we ervan overtuigd zijn dat God zelf ons daarin opzoekt en ons tegemoetkomt. En dan? Dan kunnen ook wij hopen op die wonderbaarlijke vrijheid in dewelke Zacheüs zonder de minste druk en zonder enige dwang, veel in zijn leven kon veranderen. En dat zou toch voor ieder van ons ook te wensen zijn. Amen.

Zoeken in Preken Online