31e zondag door het jaar C - 2004

C-cyclus · Tijd door het jaar · 31e zondag · groen

Zusters en broeders,

De eerste pasjes van een klein kind, dat is een moment om nooit te vergeten. Het staat wat op zijn korte beentjes te waggelen, en dan komt dat ene beentje voor het andere te staan. En voor het het zelf beseft, heeft het een metertje gelopen. Het landt veilig in de armen van mama of papa, met oogjes vol verbazing en angst en fierheid. En het wil het opnieuw proberen en nog eens opnieuw, altijd een metertje verder. Het kan niet genoeg krijgen van die nieuwe wereld die ineens opengaat: die vaas met bloemen op het salontafeltje, die geheimzinnige hoek achter de zetel, die doos met snoepjes in de kast … het wordt een wondere ontdekkingstocht, een wereld van onbegrensde mogelijkheden.

Dat is precies wat Zacheüs overkomt. Hij wil Jezus wel eens zien, die Jezus die bij het binnenkomen van de stad de blinde Bartimeüs heeft genezen. Maar zijn beentjes zijn te kort, dus moet hij in een boom klimmen om toch iets te zien. Misschien heeft de evangelist Lucas dat wel ironisch bedoeld, dat van die kleine gestalte. Misschien bedoelt hij gewoon dat Zacheüs als mens niet echt groot is. Hij is immers een tollenaar, en tollenaars hebben geen al te best faam. Begrijpelijk trouwens, want ze collaboreren met de Romeinse bezetter en verrijken zichzelf op de kap van hun eigen volk. Begrijpelijk dus de mensen hen uitspuwen. Begrijpelijk dus ook dat Zacheüs niemand is en niemand heeft. En daarom is hij “klein van gestalte”. Tot hij Jezus ontmoet. Ineens valt die kleinheid van hem af, ineens gaat er een nieuwe wereld voor hem open. Een wereld waarin hij mens wil zijn onder de mensen. En ook mens kán zijn.

Zusters en broeders, zoals altijd moet je ook dit Bijbelse verhaal ten minste vanuit twee oogpunten lezen: vanuit Jezus en vanuit Zacheüs. Zacheüs zit muurvast. Behalve zijn rijkdom heeft hij niets of niemand. Alleen, het is heel moeilijk praten met geld, laat staan dat het je zou kunnen liefhebben. Misschien is het vanuit dat besef dat Hij Jezus wil zien. Hem echt ontmoeten, daar denkt hij niet aan, daarvoor is hij te “klein van gestalte”. Maar Hem zien, ja, dat wel. Hij zet dus een eerste stap, een heel klein stapje maar, want zijn beentjes zijn o zo kort, nog korter dan die van een peuter. Maar kom, hij zet een stap. Eventjes treedt hij uit zichzelf, heel eventjes maar. Denkt hij toch, want Jezus denkt er anders over. Hij maakt hem geen verwijten, stelt hem geen vragen, ook niet of Hij zijn gast mág zijn. Nee, “vandaag móét Ik in uw huis te gast zijn”, zegt Hij. En daarmee geeft Hij Zacheüs aan zichzelf terug.

Zusters en broeders, dit is een verhaal dat recht naar de keel grijpt. Misschien zijn we zelf soms Zacheüs, misschien zijn we zelf soms “klein van gestalte”, en hebben we niets of niemand. Welnu, Jezus laat zien dat God er altijd is, met al zijn volheid, al zijn goedheid, al zijn overvloed. In alle omstandigheden. God laat ons nooit vallen. Maar dit verhaal is ook het verhaal van en over Zacheüs, die door een eenvoudig gebaar van Jezus uit zijn eenzame boom klimt en mens wordt, in overvloed zelfs, want hij gaat de helft van zijn bezit aan de armen schenken, en mensen die hij afgeperst heeft, zal hij het viervoudige terugbetalen. Of hoe iemand kan zijn, als hij of zij maar de kans krijgt om iemand te zijn.

Zusters en broeders, de bomen rondom ons zitten bij manier van spreken vol met Zacheüssen, met mensen die niemand zijn omdat niemand hen wil hebben. God ontfermt zich over allen, want Hij houdt van al het geschapene, hoorden we in de eerste lezing. Het zou goed zijn als ook wij dat zouden doen. Wellicht zouden we verbaasd zijn te zien welke wondere dingen een eenvoudig gebaar, een hartelijk woord, een schouderklop tot stand kunnen brengen. Amen.

Zoeken in Preken Online