Hoe je het ook draait of keert: Jezus heeft iets tegen Farizeeërs. Sommige bijbelkenners beweren dat hij zelf een Farizeeër was en dat hij daarom tegen die groep kon zeggen wat hij zei. Wat er ook van zij; de woorden Farizeeër, farizees en farizeïsme hebben in de Nederlandse taal een ongunstige klank. Misschien dat sommigen zich nog het liedje uit de Tweede Wereldoorlog herinneren: ‘Op de hoek van de straat staat een NSB’er, het is geen man, het is geen vrouw, het is een Farizeeër…
Het gebruik van het woord farizeïsch kan vergeleken worden met een term als ‘Jezuïetisch’. Jezuïeten houden niet van dat woord, omdat ze weten wat er mee bedoeld wordt, en omdat ze in hun hart weten dat daar historisch goede redenen voor zijn! De oorspronkelijke betekenis van het woord Farizeeër ontgaat ons eigenlijk voor een groot deel. Sommige specialisten menen dat het de afgezonderden betekent. Het was een groep van mensen die van zichzelf dachten: ‘God, ik dank u dat ik niet ben als de rest van de mensen, rovers, onrechtvaardigen, echtbrekers…‘ Je zou daarom kunnen zeggen dat ze veel leken op wat wij in onze dagen religieuze snobs zouden noemen (John L. McKenzie, The New Testament without Illusion).
Hoewel we hier de Farizeeër samen met de belastingambtenaar in de tempel aantreffen, stellen Farizeeërs hun hoop niet op de tempel, priesters en offers. Het zijn synagogenmensen. Het enige wat ze nodig hebben is de Wet. Ze houden zoveel van die Wet, dat ze steeds méér doen dan die Wet voorschrijft. Op die manier proberen ze een ‘bolwerk rond de Wet’ te bouwen. Als je méér dan de Wet doet, dan overtreed je - volgens hen - de Wet natuurlijk nooit.
Het tweemaal per week vasten en het betalen van tienden over alles wat hij verdient - waar de Farizeeër het in de parabel over heeft - zijn voorbeelden van dit verder gaan dan de Wet. Een ander beginsel waar ze aan houden is, dat in geval van twijfel over de verplichting van een wet, je steeds vóór de wet dient te kiezen. Zo proberen ze ‘rein’ te blijven. Ze vinden dat iedereen dat dient te doen, ze vormen daarom ‘kliekjes’, die alleen met elkaar eten en zaken met elkaar doen. Ze zijn vervelend ‘anders’ dan anderen: in eigen ogen de enige trouwe gelovers. Ze weten alles beter, zijn meer paus dan de paus en ze kijken bij dit alles neer op de anderen, die ze am-ha‘arets, of ‘plattelanders’ noemen. Jezus wordt in hun gezelschap gezien. Ze nodigen hem verschillende keren uit aan tafel, en hij neemt die uitnodigingen aan. Hij doet dat - lijkt wel - om ze bij die gelegenheden eens echt de waarheid te vertellen. Zijn idealen staan haaks op die van de Farizeeërs. Hij is tegen hun wetsopvattingen en hij is tegen hun exclusivisme en pietluttigheid. Hij noemt ze ‘witgepleisterde graven’. Zijn sympathieën liggen duidelijk anders, namelijk bij de door hen verachte am-ha‘arets.
Om een Farizeeër te kunnen zijn dien je welgesteld en sociaal goed verzekerd te zijn. Een arm iemand kan al de nodige extra’s niet opbrengen. Met hun geld en invloed kunnen zij zich steeds als ‘heiligen’ boven de domme massa plaatsen. Jezus kan daar kennelijk eenvoudigweg niet tegen. Ze rekenen hem natuurlijk ook tot de am-ha‘arets. Zijn reactie tegen hen liegt er niet om. Jezus zet zich praktisch niet af tegen de monsterachtige tirannie en de beroepsmisdaad van zijn tijd. Hij schijnt het van groter belang te vinden, dat er iets gedaan wordt aan de dagelijkse huis-tuin-en- keuken hypocrisie. Hij reageert fel tegen de schijnheiligen, de bullies, die in hun eigen buurt en kerk anderen tiranniseren. Iedereen kent daar voorbeelden van.
Met wie identificeren we onszelf, terwijl we naar dit verhaal luisteren? Niet met de Farizeeër natuurlijk! Dus met de ook allerminst populaire belastingambtenaar? Is het dan misschien toch beter om je te identificeren met de Farizeeër?
Neen, natuurlijk niet. Of misschien toch wel? Er zitten in Jezus’ parabels vaak die plagerige dubbelzinnigheden. De oplossing is dat we noch de tollenaar, noch de Farizeeër zijn, maar dat we van alle twee iets in ons hebben. We zitten in dit verhaal dus tegelijkertijd voor in de tempel met de Farizeeër, en achter in met de belastingambtenaar. Wat een verhaal! En Jezus is de lachende derde!
Tollenaar of farizee
C-cyclus · Tijd door het jaar · 30e zondag · groen