Hij opende de rol (2007)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 3e zondag · groen

* Vandaag duwen de schriftlezingen ons met ogen en oren tegen de Heilige Schrift zelf. Het Tweede Vaticaans Concilie heeft de Bijbel geherwaardeerd omwille van het grote belang van Gods Woord voor ons leven, maar ook om oecumenische motieven, o.m. in relatie met de protestanten, bij wie de Schrift altijd centraal heeft gestaan. Zo kreeg de woorddienst zijn gerespecteerde plaats in de liturgie. Vaak wordt de bijbel plechtig aangebracht of in het hoogkoor ten toon gesteld.

* De herwaardering van de Schrift veronderstelt dat zij voorgelezen, én ook uitgelegd wordt.

1. De Schrift wordt voorgelezen

  • In de eerste lezing hoorden we hoe bij het herstel van Israël na de ballingschap het volk juist bij het Loofhuttenfeest op het plein bij de Waterpoort samenstroomt voor de Joodse priester-schrijver Ezra. Hij heft op een houten verhoog het Wetboek omhoog, en leest eruit voor in het Hebreeuws. Het volk staat rechtop en stemt luidop ermee in. Dit van de dageraad tot de middag. Dag na dag.

  • In het evangelie hoorden we Jezus. Heel bescheiden ontvangt Hij op een gewone sabbat in de synagoge van Nazareth uit de handen van de synagogedienaar de Jesajarol. Hij opent deze op een plaats die Hij bewust gekozen heeft, en staande voor een groep dorpsgenoten leest Hij eruit voor: Door de Geest gezalfd is de profeet gekomen tot “afesis”, bevrijding, verlossing, ook vergeving. Dat woord valt hier tweemaal en zal verder vaak terugkeren in het evangelie volgens Lucas en in zijn boek Handelingen. Wanneer later Johannes de Doper een delegatie naar Jezus zal zenden, antwoordt Jezus precies met een gelijkluidende tekst weer uit Jesaja (Lc. 7,22). Jezus kiest graag de passages die bij de Rabbijnen in de vergetelheid lagen of niet Messiaans werden verstaan.

  • Hiermede was de toon van de evangelisatie gezet. Het kwam erop aan het Woord Gods te verkondigen, en dat is een groepsgebeuren. Dat zie je zo doorheen Jezus’ openbaar leven, maar ook in de primitieve Kerk en in de brieven van Paulus. De profeet Jesaja werd toen heel veel geciteerd. Het is opvallend dat het oudste handschrift van de wereld juist een perkamenten Jesajarol is, met de hand geschreven, ruim een halve eeuw geleden gevonden in de woestijn van Juda, en nu bewaard in het bijbelmuseum van Jeruzalem. Jezus moet zulke rol hebben gebruikt.

2. Maar de Schrift wordt ook uitgelegd

  • In de eerste lezing hoorden we dat de levieten van Esra de tekst voor het volk in het Aramees vertaalden en uitleg gaven. De kracht van de bijbeltekst, de vertaling en de verklaring brachten het volk in hevige ontroering. Maar de tranen over hun ontrouw moesten wijken voor een feest van dank en vreugde. Het oude werd weer nieuw. Het begrepen Woord van God is levenwekkend.

  • Ook Jezus geeft toelichting. Merkwaardig hoe Jezus, het vleesgeworden Woord van God, nu zelf het woord verkondigt en verklaart. Woord en woord vallen samen. Hij is de schriftverklaarder bij uitstek: “De Eniggeboren God, die in de schoot van de Vader is, Hij heeft Hem doen kennen.” (Joh. 1,18) Meer dan de andere evangelisten herhaalt Lucas dat Jezus onderricht gaf in de synagoge. Onderricht geven in de synagoge betekent gewoon commentaar geven op Wet en profeten. Jezus gaat zitten en legt de bijbeltekst precies op wie Hij is. De Geest is over Hem gekomen. Van Geest doordrongen zegt Hij dat dit Schriftwoord vandaag in Hem vervuld is. Lucas is zeer gevoelig voor het “vandaag”. “Nu” is het de bevoorrechte tijd, een genadejaar dat doet denken aan het grote jubeljaar, waarbij om de 50 jaar grootschalig herstel en bevrijding moest gebeuren. Die uitleg wordt Jezus’ programmarede. Hij is het die gekomen is voor de ware bevrijding. Hij zelf is de “Verlosser”.

  • Onze huidige woorddienst gaat terug naar deze van de synagoge: twee of drie lezingen uit de Schrift, afgewisseld met gebed of zang, en gevolgd door preek of commentaar. De uitleg van Gods Woord is niet willekeurig. Die wordt niet zomaar gegeven volgens de voorbijgaande smaak van het individu, niet vanuit de vernauwing van een menselijke redenering, noch vanuit het vooroordeel van een tijdgebonden wereldbeeld. Dat gevaar bestaat. We leven in een tijd van exegetische wildgroei. “Bedenk dat geen profetie van de Schrift eigenmachtige uitleg toelaat. Want profetie is nooit voortgekomen uit menselijke aandrift.” (2 Petr. 1,20-21) Dat is waar voor al wie Gods Woord waar dan ook ter sprake brengt. Goed de bijbel uitleggen veronderstelt twee vereisten:

(a) Het veronderstelt dat men eerlijk de zin van de boodschap zoekt, en daarom de tekst leest doorheen het kleurenraam van de cultuur, taal en gewoontes van de tijd waarin die boeken werden geschreven. Dat leren we o.m. bij Joodse exegeten. Zoiets veronderstelt vorming en wetenschap.

(b) Dit betekent ook dat men de Schrift leest onder de adem van de Geest. Die eerste zin die Jezus voorlas: “De Geest des Heren is over Mij gekomen” blijft ook voor ons heel belangrijk. De Schrift die geschreven werd onder de inspiratie van de Geest kan maar verklaard worden door wie zelf leeft onder de Geest. De vonk springt over als die Geest zichzelf weer ontmoet in degene die de tekst uitlegt. Ware schriftverklaarders zijn daarom bidders en sluiten zich biddend aan bij de gemeenschap van de Kerk. Zij doen het in eenheid met de Kerk. De Kerkvaders, ook Oosterse christenen en protestantse broeders en zusters leren ons biddend de bijbel lezen en beluisteren.

* Het thema van deze gebedsweek voor de eenheid wordt waarheid. De Heer laat opnieuw door de verkondiging en de verklaring van zijn woord: “doven horen en stommen spreken” (Mc. 7,37)

Zoeken in Preken Online