Oktobermaand - Mariamaand (2007)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 27e zondag · groen

Vijf jaar mocht ik kapelaan zijn in de Basiliek van Onze Lieve Vrouw in Maastricht. Onvergetelijke jaren! Dat je wonend vlak naast de kapel van de Sterre der Zee van de morgen tot de avond zo velen - jong en oud - hun toevlucht ziet zoeken bij - zoals het in het Mestreechs heet - “Slevrouwke”. Boven de kapel staan de uitnodigende woorden geschreven: “Niemand gaat hier voorbij zonder te zeggen: “Ave Maria, Wees gegroet, Maria”.
En wij weten: ontelbaar velen gaan spontaan op die uitnodiging in. Geen moment van de dag is de kapel zonder mensen. Een vrouw bidt om genezing voor een van haar kinderen. Een jonge man prevelt een gebedje. Wat onwennig, maar vertrouwvol, nog vlak voor zijn examen. Iemand steekt een kaars aan. Uit dank voor verkregen gunst. Want bedenken wij wel: achter elk van die flakkerende lichtjes gaat een verhaal schuil.
Verhalen van zorg en vrees, maar evengoed van grote dankbaarheid en vreugde. En dan zijn er nog die velen die zo maar op hun wandeling even hier binnenlopen. Zoals je binnenloopt bij een goede buur die je vertrouwd is; bij wie je je thuis voelt. Even je hart luchten. In het drukke leven even een rustpauze inleggen.
Het is een wonderlijk gegeven. In een tijd van algemene geloofszwakte is de verering van de Moeder Gods nauwelijks afgebrokkeld. Hier niet, zoals ook elders niet. Overal blijft de devotie tot Maria een enorme aantrekkingskracht uitoefenen. Een schatting spreekt over 90 miljoen mensen die alleen al hier in Europa jaarlijks op bedevaart trekken, met name naar de heiligdommen waar Maria vereerd wordt.
Een wonderlijk gegeven. Van de ene kant vindt men niet gemakkelijk toegang tot God, onze Schepper en Verlosser. Zelfs niet tot Jezus Christus, de mensgeworden Zoon van de Vader. In Hem is God ons toch nabij gekomen. Zelfs tot Hem voelt men nog afstand. Moeilijk vindt men toegang tot zijn Heilig Sacrament. Zo wil Hij toch bij ons wil blijven in onze geheiligde kerkgebouwen, en ons leven van binnenuit voeden. En toch, de afstand tot de Heer is voor menigeen in onze tijd aanzienlijk groot geworden!
Maar anderzijds: als men tot de Moeder gaat, dan lijkt die distantie ineens overbrugd. Moeiteloos, zonder aarzeling gaan wij bij haar binnen. De Moeder is toch de kortste weg naar het Kind. Zo wordt het aangevoeld en diep beleefd. Bij Maria flakkert het vlammetje van het geloof ineens weer op. Voordien was het misschien niet méér dan een waakvlammetje. Bij Maria vindt het hart spontaan woorden van gebed. Bij Maria, “die in haar armen het Jezuskind draagt”.
Wat is dat: Christus in je leven ontvangen? Hem volgen in geloof en in liefde. Wat houdt dat in? Moeilijke vragen die hier bij Maria een eenvoudig antwoord vinden. Wij zien haar beeld. Wij kijken stil naar haar, naar haar zuiver gestalte, “de reinste der schepselen”.
En onmiddellijk voelen wij welke glans het geloof aan een mensenleven kan geven; welke vreugde en dank dat geloof ons kan verschaffen. Wij zien het aan Maria, de eerste van alle gelovigen. Zij ging ons als eerste voor op de pelgrimsweg van het geloof.

Zoeken in Preken Online