27e zondag door het jaar C - 2004

C-cyclus · Tijd door het jaar · 27e zondag · groen

Vrienden,

Ze was ziek geworden.
In de volle kracht van haar leven.
een vrouw van veertig.
Het was allemaal zeer vlug gegaan.
Wat in het begin een klein vlekje leek,
had zich uitgebreid over heel haar gestel
Nu was ze, zoals men zegt “opgegeven”.
Ze lag te Gent in het ziekenhuis.
Ze had telefoon op haar kamer en ik belde haar op.
Met een zekere vrees,
want ik wist niet wat ik haar moest zeggen.
Ik vroeg dan maar:\

  • Hoe is ‘t met U?”\
  • Ach pater, ge hebt het al gehoord zeker?\
  • Ja, niet goed zeker?\
  • De specialist heeft me de waarheid gezegd.….\
  • Als ’t goed gaat nog een week of vier…”
    Ik zweeg. Ze zweeg ook.
    Tenslotte moest ik wel iets zeggen:\
  • Hoe ziet ge dat ?
    -Wat bedoelt ge, pater?\
  • Is dat de wil van God?
    Ik wist dat ze gelovig was.
    En toen kreeg ik de les van mijn leven.
    Met stukken en brokken kwam het eruit.\
  • Luister pater, dat kan van God niet komen.\
  • Daarvoor ziet Hij me te gaarne.\
  • Maar ik weet dat Hij hier bij mij is.\
  • En Hij laat me niet los.\
  • Hij lijdt met mij mee.\
  • En hij zal met mij meevechten tot de laatste seconde.\
  • Hij zal met mij meegaan door die donkere tunnel naar het licht.

    Toen kon ik niets meerzeggen.
    Wat een geloof !
    Ik was er zo van gepakt.
    Terwijl in haar lichaam het gezwel was gegroeid,
    was in haar ziel haar geloof gegroeid..
    Van een heel klein zaadje was het een boom geworden..

    Vrienden, daarover gaat het in het evangeie.
    We dragen allemaal in ons dat vlekje,
    de kiem van de dood.
    Maar ook dat klein zaadje van het geloof.
    En als dat zijn kans krijgt
    Overwint het alles: ook de dood.

    Wat is dan het geloof?
    “Een gave Gods en een Licht” zeggen we.
    Inderdaad het is een geschenk, want het kom niet van ons.
    Het is geen conclusie van een geleerde redenering.
    Zoals een liefde tussen twee mensen
    geen conclusie is van het verstand,
    van een rekensommetje.
    Soms kan men het zich nog herinneren:
    “Daar, op die plek,
    toen, op dat moment is onze liefde begonnen…”

    Zo heeft ook het geloof zijn liefdegeschiedenis.
    Want het geloof is een relatie met God, met Jezus.
    In het doopsel is het begonnen.
    Daar is het mosterdzaadje gelegd.
    daar heeft God ons zijn liefde verklaard.
    En de grote vraag is: hebben wij ze al beantwoord?
    Geloven is niet een aantal dingen “weten”.
    Niet een aantal waarheden ondertekenen.
    Het is wel: ontdekken en aanvaarden dat God je liefheeft.
    En er zotgelukkig van worden.
    Hoe God je naam uitspreekt
    met de tederheid en de kracht van alle liefdes van de wereld.
    En weten dat Hij je nooit in de steek zal laten.
    Weten dat Hij met jou
    doorheen de goede en kwade dagen van het leven gaat.
    En het is Hem wederliefde schenken
    Het is met je gedachten, woorden en weken, naar Hem toegaan.
    Openstaan voor zijn woord, zijn vragen aan jou.
    Met Hem; biddend in gesprek blijven.
    Signalen van wederliefde geven.
    Zo een gelovige liefde is tot alles in staat.
    Om bergen te verzetten van pijn, angst, onmacht…
    Ze maakt het onmogelijke mogelijk.
    Ook de dood kan haar niet raken.
    Ze overwint de dood.
    Jezus is ons voorgegaan.
    Waarom zouden we dan nog vrezen?
    Moeten we dan niet voortdurend vragen:
    “Heer wat mag ik voor U doen?
    “waarmee kan ik U plezier doe?.
    Dat vraagt men toch aan iemand die ons liefheeft!
    En zijn antwoord zal altijd zijn:
    “Heb elkander lief zoals ik u heb liefgehad.”
    “Geef mijn liefde door, zegt God.
    “Geef mijn liefde door aan de mensen om je heen.
    “Aan je man, je vrouw, je kinderen je buren,
    “aan allen die je vandaag ontmoet.
    “Ga al weldoende rond tussen de mensen,
    “en genees allen van angsten, twijfels, eenzaamheid…
    “Want ze zijn stukvoor stuk mijn lievelingen.
    “Als je Mij lief hebt zal je ook hen liefhebben.
    “ Niet zo maar, met wat liedjes en mooie woorden
    “maar met je toewijding, je zorg, je geduld, je arbeid.
    “Want ik heb geen andezre handendan de uwe..
    “Ik heb geen andere woorden dan de uwe
    “om hen te verblijden, te bemoedigen, te troosten.
    “ Ik heb geen ander hart dan het uwe om hen lief te hebben.

    Zie vrienden, dat is geloven.
    Nu moet ik wel eerlijk zijn en bekennen,
    dat ik het heel goed kan zeggen.
    Mar ik ben ook maar een mens zoals gij.
    en we ervaren allemaal dat het niet zo simpel is.
    Maar daarom zijn we vandaag naar hier gekomen
    om Hem te zeggen:
    Heer wij geloven, maar vermeerder ons geloof.

Zoeken in Preken Online