De apostelen hebben op zekere dag tot Jezus gezegd: Geef ons meer geloof. Toen zij namelijk vernamen tot welke zware opdracht zij geroepen waren - jezelf verloochenen, alles achterlaten, je kruis opnemen, de nederigste plaatsen innemen, weldoende rondtrekken - moesten ze wel denken: om dat te kunnen is een groot geloof nodig en daar zijn wij nog niet aan toe. Vandaar hun vraag om meer geloof. Jezus antwoordde met twee kleine parabels: het mosterdzaadje en de bescheiden knecht.
De gelijkenis van het mosterdzaadje wordt hier niet volledig hernomen, maar Jezus verwijst ernaar door te spreken van ’een geloof hebben als een mosterdzaadje’. Dit wil niet zeggen dat een greintje geloof genoeg is, maar wel dat je een geloof moet hebben met de taaiheid en de kiemkracht, de groeikracht van het mosterdzaadje. Het is bekend dat dit onooglijk klein is, maar dat er niettemin een zo grote struik uit groeit, dat niemand kan vermoeden dat het ooit zo petieterig begon. Geloof als een mosterdzaadje begint in het klein, maar is niet te stoppen, sterk en dynamisch, het groeit onweerstaanbaar tot volle wasdom. Wie zo’n geloof heeft, kan wonderen verrichten: alles wordt mogelijk.
We staan soms in bewondering voor gelovigen die in hun leven grote dingen hebben verwezenlijkt, die mensen op de been konden brengen, bewegingen op gang brachten die het aangezicht van de wereld veranderden. Denk aan paus Johannes XXIII. Niemand dacht dat hij veel teweeg zou brengen. Gezien zijn gevorderde leeftijd zou hij de tijd niet hebben voor spectaculaire dingen. Maar deze overgangspaus zette de kerk in vuur en vlam en verbaasde de wereld door het bijeenroepen van een oecumenisch concilie. Hoog tijd voor een aggiornamento, een terug bij de tijd brengen van de verouderde kerk. Denk aan priester Daens en Edward Poppe. Denk aan kardinaal Cardijn en de kajotters. Het geloof van deze mensen was als een mosterdzaadje dat in hun hart was gezaaid en er aan het groeien is gegaan tot het een grote boom was, die door eenieder gezien en bewonderd werd. Hoe is het mogelijk dat deze kleine mensen zulke grote dingen hebben gedaan? Doordat hun geloof dagelijks werd gevoed in gebed en zich uitte in daden.
Inderdaad, geloof wordt gevoed door het gebed. In dit jaar van het gebed is het goed om daar even wat langer bij stil te staan. Het gesprek tussen de apostelen en Jezus begon met een vraag, een vorm van gebed: “Heer, geef ons meer geloof.” Dit herinnert ons aan een andere vraag van de leerlingen: “Heer, leer ons bidden.” Wie zo spreekt, is reeds aan het bidden, ook al bekent hij: ik wil het leren, ik weet er zo goed als niets van af. Het gebed begint daar waar we ons onmachtig weten om te bidden en ons, arm en nederig, met open handen, aanbieden om in de leer te gaan en de gave van het gebed te ontvangen. Hoe moeten we bidden? Hoe begin je daaraan? Het is de Geest Gods die ons leert bidden, die ons de woorden in de mond legt en ons doet uitroepen: Abba, Vader. Bekennen dat we het uit onszelf niet kunnen, is het eerste gebed. We vragen om hulp en genade.
Hetzelfde geldt voor het geloof. Er is reeds een kiem van geloof aanwezig bij de apostelen als ze Jezus als ‘Heer’ aanroepen met de vraag hun geloof te vermeerderen. ‘Ons geloof is zo klein en nietig, en het wordt aan alle kanten door twijfel overmand.’ Marcus formuleerde het nog sterker: “Heer, ik geloof! Maar kom mijn ongeloof te hulp!” Als we geduldig en trouw blijven bidden en het goede doen, zal ons geloof toenemen. We mogen niet denken dat een groot geloof alleen voorbehouden is aan de grote heiligen. Het is een groeiende werkelijkheid die ook leeft bij veel eenvoudige mensen. Geloof wordt echter niet vanzelf groter, het groeit maar doorheen de dagelijkse plichtsvervulling. Dit wordt ge
Geloof en dienstbaarheid
C-cyclus · Tijd door het jaar · 27e zondag · groen