26e zondag door het jaar C - 2004

C-cyclus · Tijd door het jaar · 26e zondag · groen

Zusters en Broeders,

Een kleine tweehonderdjaar geleden heeft de geniale toondichter Ludwig van Beethoven zijn negende symfonie geschreven. Met die wondermooie hymne. Alle Menschen werden Brüder.
Ze is de hymne geworden van het verenigd Europa.

Maar of de mensen nu tweehonderdjaar later werkelijk broeders en zusters van elkaar zijn geworden, is een vraag die we toch niet positief kunnen beantwoorden. Er wordt nog altijd oorlog gevoerd. Het terrorisme is wereldwijd verbreid. En de hongerdood is verre van uitgeroeid.

Wat die honger betreft, met de parabel van de rijke vrek en de arme
Lazarus wil Jezus ons wakkerschudden.
De rijke vrek heeft hemel op aarde. ‘Hij was gewoon zich te kleden in purperen gewaden en fijn linnen en vierde dagelijks feest’.
De arme Lazarus daarentegen heeft hier een helleleven: de restjes van de feesttafel worden hem zelfs niet gegund.
Na de dood zijn de rollen omgekeerd: Lazarus ontvangt de hemel als erfenis, de rijke vrek de hel.
En tussen die twee is de kloof zo groot en de afgrond zo diep dat zelfs geen hemeling die kloof kan overbruggen!
Zusters en Broeders,
We weten allemaal dat er in onze wereld een grote kloof bestaat tussen arm en rijk. Dagelijks sterven er vele Lazarussen van de honger.
Maar we lopen allen gevaar die diepe kloof tussen arm en rijk dwars door ons hart te laten lopen!
We hebben allen de neiging de Lazarussen van onze tijd aan hun lot over te laten.
Als wijzelf het maar goed hebben.

Maar als christenen weten we dat de hedendaagse Lazarussen onze zusters en broeders zijn.
We kunnen hier toch niet Eucharistie vieren met de rug naar hen, om ze maar niet te zien!
Jezus zelf vereenzelfdigde zich met hen: ‘Ik had honger en ge hebt mij te eten gegeven; Ik was naakt en ge hebt mij gekleed’ …

Zusters en Broeders,
we mogen niet vergeten dat God zelf de afgrond tussen hemel en aarde, tussen Hem en ons, overbrugd heeft door ons zijn Zoon te schenken.
In zijn spoor en door Hem daarin bemoedigd moeten wij nu zelf proberen elke kloof te overbruggen:
de kloof tussen armen en rijken, tussen zwakken en sterken, tussen de vele Lazarussen en onszelf.
De rijken uit de parabel van de rijke vrek en de arme Lazarus hadden moeten luisteren naar Mozes en de Profeten. Als ze geluisterd hadden naar de profeet Amos – van hem was de eerste lezing – hadden ze reeds een waarschuwend woord gehoord:
Wee de zorgelozen, de zelfverzekerden!
Als christenen luisteren wij naar Jezus.
Bij zijn afscheid noemt Hij ons zijn vrienden. Wij zijn maar zijn vrienden, als wij doen wat Hij ons vraagt.
Over de arme, de hongerige, de noodlijdende medemens die aan onze deur aanklopt, horen we Jezus zeggen: ‘Ik ben die arme, die hongerige, die noodlijdende’.
Maar we horen Jezus ook zeggen: ‘Kom binnen, gezegenden van mijn Vader,…Wat ge aan de minsten van de mijnen hebt gedaan, hebt Ge aan Mij gedaan.’
Een hoopvoller woord voor wie zorgt voor hulpbehoevenden bestaat er niet. Amen.

Zoeken in Preken Online