De parabel die we vandaag lezen toont ons een rijke die allesbehalve vrekkig is, ook al heeft de volksmond hem afkeurend tot ‘rijke vrek’ tegenover de ‘arme Lazarus’ gebrandmerkt. Lucas beschrijft hem zonder enig oordeel over hem uit te spreken: hij is rijk, en staat er rustig genietend bij. Alleen zijn klederdracht en zijn tafel worden getypeerd. Twee belangrijke statussymbolen in die zuidelijke cultuur. “Hij ging gekleed in purper en fijn linnen en vierde iedere dag uitbundig feest.” Het feestelijke dat per definitie de sleur van elke dag moet doorbreken, wordt hier een dagelijks gebeuren. De rijke leeft nu al in een blijvende ‘sabbat’. Voor hem lijkt het de hemel op aarde te zijn.
In contrast met deze rijke schetst Lucas een arme. Die arme heeft een naam: Lazarus, wat betekent: ‘God is mijn helper’. Ook over die arme horen we slechts wat zijn tafel aangaat en zijn huid - feitelijk de eerste kleding van elke mens. Hij lijdt honger en zijn huid is overdekt met zweren. In plaats van met de honden recht te hebben op de kruimels die van de tafel van de rijke vallen, zijn het die honden die zijn zweren komen likken.
Lucas heeft hier kort en krachtig twee figuren tegenover elkaar geplaatst, dubbel en dik contrasterend op het gebied van tafel en kledij en toch in elkaars nabijheid. Nu zou je verwachten dat de rijke dat toch ziet en de arme uiteindelijk een aalmoes geeft, maar er gebeurt helemaal niets. Het blijft status quo: de arme blijft arm en de rijke feest rustig verder. De wanverhouding tussen rijk en arm is het grootste onrecht in de wereld. Tot op vandaag ligt Lazarus in veelvoud aan de poort van de rijken, maar rijke landen dumpen liever hun voedseloverschotten omdat dat meer rendabel is. We schermen onze rijkdom af voor vreemdelingen en vluchtelingen met bordjes als ‘verboden toegang’, ‘priv
Wacht niet tot het te laat is (2004)
C-cyclus · Tijd door het jaar · 26e zondag · groen