Wijde kloof

C-cyclus · Tijd door het jaar · 26e zondag · groen

Laten we het maar meteen onverbloemd toegeven: het verhaal van Lazarus en de rijke man is hard en onbarmhartig. Lazarus is na zijn dood in de schoot van Abraham opgenomen, terwijl de rijke hevige pijnen lijdt in de hel. Hij doet bij Abraham een ultiem beroep op Gods barmhartigheid, maar tevergeefs. Hij krijgt zelfs de kans niet om zijn vijf broers, die nog in leven zijn, te laten waarschuwen. De wet van Mozes en het gezag van de prof eten moeten voor hen volstaan. Heel dit verhaal lijkt doordrenkt van afrekening en wraak.

Waar blijft Gods barmhartigheid dan? Wij geloven toch immers dat Hij een God van ontferming en vergeving is? Bovendien is Hij almachtig. Waarom kan Hij dan niet over de ‘wijde kloof’ heen om het lijden van de rijke te verzachten? Hoe wijd is die kloof dan wel?

De kern van het verhaal ligt, mijns inziens, precies in die ‘wijde kloof’. Die bestaat niet enkel in het hiernamaals, om de hemel van de hel te scheiden. Die kloof bestond al toen Lazarus en de rijke man nog hier op aarde leefden. De rijke heeft nooit omgezien naar de arme, ook al lag die vlak voor zijn eigen deur. Lazarus kon niet over die kloof heen. Alleen de rijke kon dat. Hij had het moeten doen, want hij kende de boodschap van Mozes en de profeten. Maar hij heeft niet naar hen geluisterd. En omdat hijzelf die kloof tussen hem en Lazarus niet wilde overbruggen, kon God ook niets doen voor die arme. Gods goedheid gaat immers door mensenharten en mensenhanden naar andere mensen. De rijke heeft die toegang geblokkeerd.

Wat gebeurt na hun dood? De kloof blijft gewoon bestaan. Zij is in het hiernamaals net zo breed als voordien in het hiernumaals. Niemand kan er dus overheen. Kan God er dan ook niet overheen? Hij is toch immers almachtig? In feite is dat hier de vraag niet. Een gelijkenis wil altijd één facet van Gods omgaan met ons fel in de verf zetten. Hier is dat de onvoorwaardelijke ernst van Gods eisen, zeker als het gaat om zorg voor de armen. Het gaat niet op aan die eis te willen ontkomen door een beroep te doen op Gods almacht en barmhartigheid, zelfs niet met het vooruitzicht op het hiernamaals. Dat zou neerkomen op een ondermijnen van de radicale eisen van de liefde, en die gelden evengoed voor als na onze dood.

Wraak? Vergelding? Moeten we dan toch bang zijn voor het laatste Oordeel? Het evangelie openbaart inderdaad zowel Gods gerechtigheid als zijn barmhartigheid. Wij krijgen in dit verhaal de indruk dat die twee niet goed met elkaar te rijmen zijn. Maar daar gaat het uiteindelijk ook niet om. We kunnen ons maar beter niet te ongerust maken over de wijde kloof in het hiernamaals. Veeleer moeten we de kloven overbruggen die we hier zelf, in dit leven, slaan tussen onszelf en de armen.

Zoeken in Preken Online