25ste zondag C (2007)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 25e zondag · groen

OPENINGSWOORD

Broeders en zusters, allemaal welkom. Wij horen nogal eens over criminele organisaties. Gelukkig worden er van tijd tot een aantal opgerold.

Maar het is onvoorstelbaar wat die mensen allemaal bedenken om op een oneerlijke manier aan geld te komen. Zij zijn ontzettend slim of beter gezegd: sluw.

Onze Heer Jezus Christus zegt vandaag in het evangelie: waren de kinderen van het licht maar bereid om zich even zeer in te spannen voor het goede. De kwade machten werken blijkbaar harder dan de goede. Niet dat het kwade zal overwinnen, zeker niet, maar de wereld en ook de kerk zou er heel wat beter uit zien als ook de goedwillende mensen met wat meer overleg, met wat met enthousiasme, te werk zouden gaan.

Vragen wij God om de wil tot overleggen, niet alleen in de parochie, maar ook thuis, op het werk en op school. Vragen wij om enthousiaste mensen. Want enthousiasme werkt zo aanstekelijk.

Als je een beetje in de wereldkerk rondkijkt, dan zie je dat er best wel veel mooie dingen gebeuren, en dat er dus best wel reden tot enthousiasme is. Op de website van onze parochie staat bijvoorbeeld een verwijzing naar een artikeltje over Andrea Jaeger. Ooit was zij top tennisster. Nummer 2 van de wereldranglijst. Nu is zij zuster dominicanes in de Anglicaanse kerk. Is toch een hele stap! En zo is God met zoveel mensen aan het werk.

Vragen wij, dat wij de wegen mogen ontdekken om het Rijk Gods, het Rijk van liefde en vrede, in onze tijd een grotere plaats te geven.\

OPENINGSGEBED

Laat ons bidden. Heer onze God, Gij neemt het op voor al wat kwetsbaar is en klein en leert ons wat rechtvaardigheid en vrede is. Open ons hart voor de mensen om ons heen; geef dat wij bezorgd zijn voor elkaar, betrouwbaar in het kleine en groot in dienstbaarheid. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon … . Amen.\

KINDERNEVENDIENST

PREEK

Het evangelie - de Blijde Boodschap - eindigt vandaag met de zin: “Gij kunt niet God dienen en de mammon”, d.w.z. het geld.

Kunnen wij de mensen in twee verschillende groepen indelen? Er is één groep, die God dient en een andere, die leeft voor het geld? Nee, de grens tussen het Rijk van God en het rijk van de mammon loopt dwars door ieder mensenhart, óók door het hart van een gelovige. Nu eens leggen wij wat meer nadruk op het ene rijk, dan weer meer op het andere.

God dienen! Dat is voor onze tijd een toch wel ietwat vreemde formulering. Dienaren van God. Wij denken dan misschien aan de heiligen in de hemel. Maar wij mogen het gerust anders verwoorden. Als de waarheid maar behouden blijft. God dienen betekent: van Hem houden, Hem in je leven de plaats geven, die Hem toekomt, en je blijvende geluk van Hem verwachten.

Wat bedoelde Jezus Christus nu toen Hij zei: Je kunt de mammon niet dienen. Hij stelt het geld en het bezit voor als een persoon, als een god, die zich opstelt tegenover de enige, ware God. Een god is iemand aan wie de mens alles opoffert, aan wie hij alles te danken heeft. Bij een god voelen wij ons daarom ook veilig. Van hem verwachten wij ons heil.

“De mammon dienen” wil dus zeggen, dat iemand heel zijn geluk verwacht van geld en bezit. Hij wijdt zijn leven toe aan het verkrijgen van rijkdom en macht. Dat is het enige wat in zijn leven telt.

Welnu, zegt onze Heer, God en de mammon zijn twee totaal van elkaar verschillende werelden. En je kunt onmogelijk van allebei tegelijk je heil verwachten. Wij moeten daarbij goed voor ogen houden, dat echt heil, echt geluk, is iets wat blijvend is, eeuwig. Dat kunnen geld en bezit ons sowieso niet bieden.

Er zijn mensen, die inderdaad de mammon als een soort god vereren. Zij zijn keiharde zakenlui, die over lijken gaan. Economische motieven zijn de enige, die tellen. En… dergelijke mensen zijn er altijd al geweest. Luisteren wij nog maar eens naar de profeet Amos van de eerste lezing. Daar was sprake van handelaren, die wachtten op het passeren van de nieuwe maan, want dan zouden zij de korenmaat verkleinen, de weegschaal vervalsen en de arme verkopen voor een paar schoenen. Dat gebeurt vandaag nog, maar dan aangepast aan onze tijd.

En toch, zou er niet in het hart van de meest verstokte materialist een moment komen waarop hij zich afvraagt: waartoe dient dit nu allemaal? Wat is het einde van dit alles?

Eén ding is duidelijk: de mens, die leeft voor het geld, lijdt onder het geld. In de mate, dat geld de meester wordt van de mens, in diezelfde mate wordt de mens slaaf van het geld. Er is nooit genoeg.

Het stoffelijke van deze wereld, broeders en zusters, kan en mag nooit de laatste zin, het belangrijkste doel, van een mensenleven zijn. De geest van de mens laat zich nu eenmaal niet ten volle voeden door geld en bezit. Een mens, die de mammon dient, weet dat ergens ook wel, en daarom zijn dergelijke mensen vaak angstig en achterdochtig, omdat zij ieder moment hun geluk kunnen kwijtraken.

Kijken wij nu even naar het dienen van God. Wat stelt Jezus Christus zich daarbij voor? Wat moet er gebeuren wil God het centrum van ons leven zijn?

Hij vertelt het verhaal van de onrechtvaardige rentmeester. Jezus prijst hem, maar niet vanwege zijn schurkenstreken, want hij heeft zijn meester op grootse wijze opgelicht. Wij zouden zeggen: hij heeft fraude gepleegd. En hij laat het niet daarbij. Omdat hij weet, dat hij zijn baantje zal kwijtraken, vervalst hij de schuldbekentenissen en de overblijvende goederen deelt hij met de schuldenaars. Zo betrekt hij ook nog eens andere mensen in zijn kwade praktijken.

Wat Jezus Christus in hem prijst is dat de rentmeester met overleg te werk gaat. Hij heeft waardering voor zijn vindingrijkheid en denkt: waren de kinderen van het licht maar zo slim, maar dan om het goede te doen. De machten van het kwaad werken dikwijls harder om het kwade te bereiken dan dat de goede machten dat doen om het goede te bereiken.

Hoe wij het ook formuleren, laten wij in ieder geval God dienen, en de bedoeling daarvan is dat het Rijk Gods in deze wereld meer vorm krijgt. Laten wij zelf meer en meer het goede doen. En als wij horen over kwaad, laten wij er dan veel voor bidden. Daartoe werden wij ook opgeroepen in de tweede lezing. Paulus vroeg om te bidden voor alle mensen, voor koningen en voor hooggeplaatsten. En de reden daartoe? Opdat wij ongestoord en rustig een in alle opzichten godvruchtig en waardig leven kunnen leiden. Als er in onze maatschappij voldoende wordt gebeden, kunnen wij inderdaad een dergelijk leven leiden.

Aan het begin van deze viering heb ik verteld over een tennisster, die zuster Dominicanes werd. Wel, er staat op de website ook een artikel over een tweelingzus van in de twintig jaar, die allebei intreden in het strenge Clarissenklooster in Eindhoven. Eentje ging toen zij in 4 Mavo zat kijken in de Zorg, maar dat was toch niet haar roeping. Ook niet de zusters Karmelietessen van Sittard. Uiteindelijk kwam ze terecht bij de Clarissen in haar eigen stad Eindhoven. De andere zus was wel eerst gaan werken in de Zorg, maar juist door het zien van de noden onder de mensen kwam zij dichter en dichter tot God. Aanstaande maandag wordt zij ingekleed. Zij zijn allebei ingetreden uit liefde voor Jezus Christus en omdat zij wisten dat de mensen God zo nodig hebben. Door bij Jezus Christus in het klooster te zijn en door daar bijzonder aan de mensen te denken, willen zij God en de mensen dichter bij elkaar brengen. De Kerk leeft, lieve mensen, ook in Nederland gebeuren zulke mooie dingen.

Laten wij - ondanks het kwaad dat wij om ons heen ervaren - toch proberen positief te blijven. Soms is het nodig het kwaad met kracht af te wijzen, maar laten wij de mensen vooral erop wijzen hoe mooi en goed het is om net als die twee jonge zusters te leven volgens de normen van het evangelie. Wijzen op het goede heeft dikwijls meer effect dan het veroordelen van het kwade. Proberen wij de komende week de mensen goede en mooie dingen te vertellen.

Zoeken in Preken Online