25e zondag door het jaar C - 2004

C-cyclus · Tijd door het jaar · 25e zondag · groen

Goede mensen,
in het evangelie van vandaag
komt Jezus wéér eens héél onverwacht uit de hoek.
Dat is télkens zo als Hij verhalen begint te vertellen.
En ook nú weer met die parabel van de sjoemelaar.
Een parabel is bedoeld om ons te doen nadenken.
Om ons uit te nodigen om de dingen anders te bekijken. Niet vanuit het standpunt
van ons eigen kortzichtig gelijk…
Niet vanuit de logica van ons eigen gerust geweten…
Maar wel méévoelend met datgene wat God bekommert.

De onrechtvaarige rentmeester
was een volgzame slaaf van de Mammon,
de god van het geld.
Nu hij zijn baan kwijt is,
zoekt hij koortsachtig hoe hij toch
zijn toekomst veilig kan stellen.
Op het moment dat hij door zijn heer wordt betrapt,
komt hij tot bezinning
en weet zich los te wringen uit de klauwen van het geld. Vanaf dát moment
wordt hij niet meer gelééfd door het geld.
Hij wordt zelf de baas over het geld.

En Jezus reageert verrassend.
Jezus prijst de bedrieger!

Maar de waardering van Jezus betreft niet
het bedrog en de corruptie,
maar wél het feit dat de sjoemelaar begreep
dat het voor hemzelf gunstig was
als hij zich barmhartig opstelde.
De sjoemelaar was tenminste iemand
die anderen hun schulden kwijtschold…
En daar kunnen wij van leren…!!!

Het geld dat hem was toevertrouwd,
gaat hij nu gebruiken als een middel
om zijn omgang met mensen te verbeteren.
Een échte bekering dus…!!!
Een relatie die éérst gebaseerd is
op macht, op woeker en óneerlijke winst,
gaat de sjoemelaar ombuigen tot een vriendschapsrelatie die gebaseerd is op rechtvaardigheid.

En het is dit dóórtastend en cónsequent handelen
dat door Jezus geprezen wordt.
Jezus zegt tot ons: dáár is iemand die met overleg handelt. Dáár kunnen wij een voorbeeld aan nemen
als wij bezig zijn met de opbouw van het rijk Gods.

Goede mensen,
als wij naar de wereld en naar ons zelf kijken
met de ogen van God,
dan beseffen wij dat de héle wereld, wijzelf inbegrepen, schepsels zijn van God,
het werk van Zijn handen.

Dan beseffen wij dat wij de héle wereld,
ja zélfs ons eigen leven,
slechts in bruikleen hebben voor een beperkte tijd.
Alles wat wij doen,
dat doen wij met eigendom van onze Schepper.
Wij, mensen, zijn hoogstens beheerders, géén eigenaars.

Hebben wij niet allen ooit, op bepaalde ogenblikken,
deze eigendom van onze Schepper
op egoïstische wijze verkwist…?
Of misbruikt voor ons eigen profijt…?
Zónder rekening te houden
met de noden van die ándere kinderen van God,
onze broeders en zusters…?

Zijn wij niet allemaal ergens onrechtvaardige rentmeesters? Let wel, het evangelie zegt niet
dat wij ons van alle geld moeten ontdoen.
Dat zou niet realistisch zijn.
Maar het evangelie zegt wél
dat wij geld goed moeten gebruiken:
niet als een macht om ons te verrijken,
maar als een middel
om de relaties en de rechtvaardigheid
in Gods schepping te verbeteren.

Zouden die kwaliteiten van de rentmeester
ook óns christenen niet van pas komen:
waakzaamheid, inzicht,
bereidheid tot cónsequent handelen…?

Kunnen wij ons voorstellen
wat een dynamiek
en wat een missionaire kracht van christenen zou uitgaan, als zij zó wáákzaam en alert zouden handelen?
Als zij zó vol bezieling
het initiatief zouden nemen
en zich inzetten voor de zaak van God,
de zaak die aan hen toevertrouwd is…?
Zouden de wereld en de Kerk
er dan niet stilaan héél anders gaan uitzien..???

Zoeken in Preken Online