Ten onrechte geprezen?

C-cyclus · Tijd door het jaar · 25e zondag · groen

Wat we vandaag lezen bij Lucas ergert vele mensen. Het pijnigt ook vele schriftgeleerden. Ze hebben dan ook de gekste commentaren bedacht om de lofprijzingen van de rentmeester toch maar aannemelijk te maken. Volgens sommigen wordt de onrechtvaardige mens hier zelfs heilig verklaard. Dat gaat te ver. Zo onschuldig is die man niet. Hij is en blijft een man van het geld, een man die zaken doet. Dat blijft hij ook na zijn zogezegde bekering. Het is een verhaal over een ‘man van de wereld’. Ook voor hem is blijkbaar plaats in het evangelie.

Wie veel geld verhandelt, staat altijd in een moeilijke situatie. Wat is juist en wat is recht, wat is wit en wat is zwart als mensen zaken doen? Bestaat zoiets als zuivere economie? Hebben mensen die met schone handen economie wilden bedrijven, zich ooit kunnen handhaven in dit bestel? Wie met het slijk der aarde omgaat, wordt erdoor besmeurd. Bovendien, de bekoring is groot om er ook de anderen mee te besmeuren. Wat deze rijke meneer uit het evangelie manifest heeft gedaan: hij heeft gespeeld met het geld van zijn meester en hij heeft de kleine mens geplunderd. Fraai is anders. Hij zit duidelijk in het schema van het onrecht. Hij hanteerde dat schema met het gekende fatsoen van de meeste burgers. Een heilige is hij niet. Hij is het ook niet geworden. Hij is een man van de mammon geweest en hij is het ook gebleven.

Toch is met hem iets gebeurd. Hij krijgt een schok als zijn corruptie wordt ontdekt. Hij is plotseling buiten het spel gezet. Er blijft hem niets meer over. Zijn bestaan is ten gronde gericht. Hij is niemand meer… zonder geld. Gaan stempelen, gaan spitten of gaan bedelen, dat zint hem niet. Hij wil in zijn werkkring blijven opereren. De geldmens blijft een geldmens. Hij zal zijn hachje redden door eindelijk de geldsituatie te zien van de vele bedrogen mensen. Zij staan altijd waar hijzelf nu staat: in het niemandsland. Hij keert zich tot de verongelijkte ‘collega’s’. Eindelijk ziet hij in dat het hele mammonbestel mensen kleineert. Hij heeft dat spel ook duchtig meegespeeld. Maar nu speelt hij het spel anders. Omdat hij zelf slachtoffer is geworden, krijgt hij oog voor de anderen die noodgedwongen slachtoffer zijn. Dat is zijn ‘kleine’ bekering.

Om het nu eens te zeggen met een knipoogje naar onze oude trouwe catechismus: dit is een model van een onvolmaakt berouw. Het is egoïstisch altruïsme. Geen heilige edelmoedigheid. Geen heilige rentmeester dus. Toch is hij iemand die in de nood… zijn vrienden kent. Zijn vrienden zijn de mensen die in grotere nood zitten dan hijzelf. Dat heeft hij eindelijk beseft, omdat zijn leven in gevaar was. Maar dat is blijkbaar ook evangelie: ook met onzuivere motieven kan een mens het goede doen. Tot hoge heldhaftigheid was deze econoom niet in staat. Ook met dit soort mensen is het Rijk Gods gediend: als de arme die niet betalen kan, zijn schulden maar verminderen mag! Want, laten we wel wezen, Lucas denkt in dit verhaal niet allereerst aan die rentmeester. Hij denkt met vreugde aan de mensen die mogen horen: vijftig en tachtig procent is genoeg. Vermindering van de schuldenlast, zo heet dat vandaag. Waar dat gebeurt, komt God aanwezig in de economie.

We hoeven niet heilig te zijn om het goede te doen.

Zoeken in Preken Online