24C 2013 Ex 32,7-11,13-14 Lk 15, 1-10 (32)
De twee lezingen van vandaag lijken weinig met mekaar gemeen te hebben, maar dat is maar zo op het eerste gezicht. Laat me eerst iets zeggen over de eerste lezing, die een zeer belangrijke tekst is. Waarover gaat het, wat is de situatie? God heeft zijn volk uit Egypte bevrijd en nu zitten ze in de woestijn. Belangrijk is: wat is ‘Egypte’? En wat is ‘woestijn’? Het Egypte in dié tijd betekende een samenleving van een kleine elite zeer rijken en machtigen (de farao en zijn vriendjes), een soort tussenklasse en een zeer grote groep armen en slaven. De Hebreeuwen (Gods volk) behoort tot die laatste groep: arm, onderdrukt, (gehaat zelfs) en slaven o.a. bij de bouw van de pyramiden. Kernachtig gezegd: een samenleving van een kleine elite superrijken (machtigen) ten koste van al de anderen. Misschien roept dat weinig in onze verbeelding op. Het zou moeten dichter bij ons, dichter op ons vel zitten om het te begrijpen, te VOELEN . Laat het mij daarom enigszins vergelijken met gebeurtenissen in onze zeer recente geschiedenis, gebeurtenissen die het leven van ons allen heeft beïnvloed: de wereldwijde financiële, economische crisis, een crisis die niet ‘toevallig’ is. Vooral in Amerika en vooral de laatste 15 jaar, heeft men in de financiële wereld financiële constructies opgezet die frauduleus waren en tevens puur lucht (ze vertegenwoordigden niets). Omwille van het liberale karakter was (en is nog) voor banken en verzekeringmaatschappijen geen enkele regulering. Hun ongekende speculaties, hun hallucinante financiële luchtconstructies leverde de topmensen uit de financiële wereld vergoedingen én bonussen op die in de miljoenen liepen. 1% van de Amerikaanse samenleving werd super rijk, werd miljardair. Die financiële luchtconstructies, die luchtballon, MOEST vroeg of laat ontploffen: het resultaat was financiële crisis (die door de overheid, met geld van de belastingbetalers enigszins getemperd werd). Door die crisis ging 20 biljoen dollar in rook op. Dat is 20.000.000 keer 40.000.000 Belgische frank. De financiële crisis zorgde voor een economische crisis. Dat betekent veel faillissementen, enorme werkloosheid, nog meer bedrijven die verhuizen naar lageloonlanden waar mensen daar worden uitgebuit en daardoor nog toenemende werkloosheid in eigen land, armoede. Door de globalisering werd die crisis een crisis die de ganse WERELD ttreft. De top van de financiële wereld had haar miljarden binnen gehaald. Er is nog altijd niets ondernomen om die verliezen bij individuele persoon te recupereren, zij blijven superrijk. De ongebreidelde hebzucht, geldhonger van een elite (van de machtigen) die de kans schoon zagen, veroorzaakt armoede voor een grote massa. Dat is het ‘Egypte’ vandaag. God wil mensen daaruit verlossen. Daarom verloste Hij zijn volk uit Egypte. In de eerste lezing bevinden ze zich nu in de woestijn. In de woestijn is NIETS. Dààr juist moeten ze nu proberen een nieuwe, andere, betere samenleving op te bouwen en ze krijgen dààr van God als leidraad de tien geboden, (en die zijn eigenlijk veel uitvoeriger dan de 10 zinnen die wij uit het hoofd geleerd hebben). Dààr, ver weg van Egypte en ver weg van andere gelijkaardige samenlevingen, opdat ze niet zouden terugvallen in een Egyptische , onrechtvaardige, samenleving krijgen ze de 10 geboden, tien wegen, adviezen om echt leven te waarborgen. En wat ziet God? Terwijl Hij boven op de Sinaïberg met Mozes in gesprek is, ziet Hij hoe Zijn volk in gedrag en mentaliteit teruggrijpen naar die Egyptische samenleving: zij bouwen een gouden stier ter vervanging van God, een stier:teken van MACHT, m.a.w. zij willen blijven vasthouden aan wat ze kennen uit Egypte. Denk daarbij aan wat ik verteld heb over onze wereldwijde financiële ,economische crisis, dàn BEGRIJP je de woede, de toorn van God. Dan begrijp je waarom God dat volk wil vernietigen!! Dat is één moment. Want toch blijft God trouw aan zijn belofte en probeert Hij het opnieuw met dat volk. God vergeeft en blijft trouw. De vergevende God, de God die we vandaag opnieuw zien in het evangelie. De God die op zoek gaat naar ‘zondaars’. Dat juist wordt Hem verweten door Schriftgeleerden en Farizeeën. En wat heel opmerkelijk is, is dat de ‘zogenaamde vromen’ daar niet blij om zijn. Niet blij als zondaars zich bekeren. Is dàt niet de Egyptische mentaliteit? Alle geluk voor ons, niet voor de anderen? Waarom zijn zij en misschien ook wij niet blij dat anderen zich bekeren, zich afwenden van ‘Egypte’? Echte ‘vromen’ zijn blij als een vrouw haar drachme terug vindt, als een herder zijn verloren gelopen schaap terug vindt, als zondaars zich bekeren. Zitten ook wij niet nog teveel in ‘Egypte’, is de kans niet groot dat we als het ware tegen God zeggen: beloon ons want wij zijn goed en STRAF de anderen, want zij zijn het niet. In sommige kerken zal vandaag het ganse 15e hoofdstuk gelezen worden, d.w.z. ook de gelijkenis van de verloren zoon. Als de verloren zoon terug komt, wat een blijdschap moet dat zijn voor de vader!!denk zelf als vader of moeder aan je eigen kind. Toch kan de oudste zoon niet blij zijn, hij is zelfs afgunstig en kwaad. Hij hanteert het strakke principe van het ‘recht’, hij weet niet wat liefde is. Maar als de oudste zoon niet blij is, dan is ook de blijdschap van de v(V)ader niet volledig: hij kan toch niet blij zijn met een zoon die op zijn broer afgunstig is? Als we niet blij zijn als zondaars zich bekeren, dan zijn wij toch als ‘gelovigen’ niet écht van God?