“ De zorg om wat verloren is “
Een verloren schaap, een verloren drachme, een verloren zoon…Het schaap wordt teruggevonden door de herder die zelfs de anderen achterlaat om dat ene verloren dier te gaan zoeken. Als hij het vindt is er geen verwijt. Tenslotte weet het dier ook niet beter. Er is dan ook alleen maar vreugde. Ook de drachme wordt door een overijverige dame gezocht en gevonden. Hemel en aarde beweegt ze om dan dol van blijdschap te kunnen zeggen :”Ik heb hem terug!”
De verloren zoon komt zelf terug. De vader staat wel op de uitkijk, maar gaat niet actief op zoek naar zijn kind. Hoe groot zijn angst en zijn verdriet ook zijn om het wegblijven van zijn zoon, hij blijft thuis, hij blijft gewoon wachten tot zijn geliefde zoon er klaar voor is om terug te komen. Misschien met in het achterhoofd het idee dat zijn zoon nooit meer terugkomt. Dat hij nooit ‘tot inkeer’ komt… Dat hij nooit spijt heeft over wat hij heeft gedaan. Die ‘spijt’ is wellicht niet de grootste zorg van de vader.
Hij denkt er zelfs niet over na of hij zijn zoon al dan niet zal vergeven. Zijn grootste zorg is dat zijn kind veilig terugkomt, dat hij hem in zijn armen kan nemen en zeggen: “Welkom thuis, we zijn blij dat je er weer bent!” Zonder opmerkingen of verwijten, integendeel… Er is alleen maar plaats voor opluchting… Een sterk staaltje van ‘onvoorwaardelijk liefhebben’ wat er ook gebeurt, wat er ook gebeurd is…
Kunnen wij dat ook? Kunnen wij zo onvoorwaardelijk liefhebben dat er geen verwijten vallen, geen beschuldigingen als iemand die ons heel nabij is- ons misschien ongewild- pijn doet? Kunnen wij zo onvoorwaardelijk liefhebben dat spijt of vergeving zelfs niet ter sprake komen? Ik vraag me af hoe het verhaal verder gaat…Gaat die zoon zich nog thuis voelen of gaat het algauw weer ‘kriebelen’? Stel dat hij na een jaar beseft dat hij toch weer nieuwe horizonten wil opzoeken. Gaat hij dat dan ook effectief doen? Zelfs in de wetenschap dat hij anderen opnieuw verdriet aandoet?
En gaat de vader dan weer op de uitkijk staan? Elke dag opnieuw kampend met zijn verdriet, steeds maar wachtend en hopend dat ooit, op een dag… Onvoorwaardelijk liefhebbend, ook als die ene dag niet meer komt…
Waar ben je, mijn zoon? Weet je dan niet dat we op je wachten? Weet je dan niet hoeveel pijn het doet die lange dagen en nachten…
Kom je terug, mijn zoon? We kijken uit naar je iedere dag, we plannen een feestje voor jou maar intussen blijven we van slag…
Daar ben je , mijn zoon, emoties recht uit het hart…Blijf je nu voor altijd, mijn zoon, en nemen we samen een nieuwe start?
Ga nu maar, mijn zoon, en leid maar je eigen leven, eens zien w’elkaar weer, mijn zoon, wie weet is dat ons ooit opnieuw gegeven
- 24e zdj-C- * bij Lucas 15,1-32 * door Anne * federatie St.-Andries-St.-Michiels-Brugge
,