Homilie
Zou God televisie kijken? De laatste weken heb ik wat TV gekeken en me soms weer grotelijks verbaasd. Er is niets nieuws, en het lijkt alleen maar minder te zijn geworden wat de kwaliteit betreft. Zou God TV kijken? Ik denk daaraan met het oog op de eerste lezing als God zegt: ‘Ik zie nu hoe halsstarrig dit volk is. Laat Mij begaan; dan kan Ik hen in mijn brandende toorn vernietigen’.
Hoe zou God nu kijken? Of heeft Hij zijn blik maar afgewend, kan Hij het niet meer aanzien? De laatste eeuw was de eeuw met de meeste doden van nietsontziende wereldoorlogen en alsof we niets geleerd hebben, gaan we deze eeuw gewoon weer verder. Wereldwijd is de abortusindustrie op volle sterkte gekomen. Genetische proeven op menselijke embryo’s, selectieve abortussen op tweelingen met het syndroom van Down. De armen worden armer, de rijken rijker. De vluchtelingenstroom neemt niet af maar toe. Zou God TV kijken? Sinds TV in mijn nieuwe laptop zit ingebouwd zie ik soms actualiteiten programma’s, de zogenaamd betere, het bouwt niet op, het bevestigt alleen de afbraak.
De Kerk zal in het verleden veel fouten hebben gemaakt, maar de fouten van de Kerk vallen in het niet, vergeleken met wat ik in de wereld zie. En God zei: ‘Ik zie nu hoe halsstarrig dit volk is. Laat Mij begaan; dan kan Ik hen in mijn brandende toorn vernietigen’.
En opmerkelijke zin. Hoe kan God nu zeggen: ‘Laat Mij begaan …’. Kan Mozes God tegenhouden? Kan ik God tegenhouden? Ik, kleine mens? Of is dat juist de opzet van zijn woord? Net als Salomo: ‘Geef me een zwaard, dan hak ik de baby in tweeën, dan krijgen jullie allebei de helft.’ Salomo was dat in zijn hart niet van plan, maar zo ontlokte hij de uitspraak die nodig was om de ware moeder van de valse te onderscheiden.
Zo ook hier. Mozes wordt getest. ‘Laat Mij begaan’. ‘Nee, Heer, ….’ En dan gebruikt Mozes al zijn overredingskracht. De vijanden zullen zeggen dat dit opzet van U is, dat U een onbetrouwbare God bent. En denk aan uw dienaren, Abraham, Isaak en Jakob. God wil zich laten overreden, wil zich laten overhalen om barmhartig te zijn. God wacht op ons gebed om vergeving te schenken aan ons en aan deze wereld. God wil ons hart toetsen of wij wel om deze wereld bekommerd zijn, om al die mensen, ook allen die verkeerd doen. Want hoeveel beter zijn wijzelf? God wil barmhartig zijn en wacht erop dat wij hem die kans geven.
Paulus wist dat, hij had het ervaren. ‘Ik was een Godslasteraar en een vervolger’. Dat zegt hij van zichzelf. Al die ijver voor de Joodse Wet en het gezag van het Sanhedrin was achteraf Godslasterlijk. Daarmee dien je God niet, integendeel, daarmee vervolg je Christus. Hij zegt: ‘Christus is in de wereld gekomen om zondaars te redden. En ik ben de eerste van hen.’ God wil de wereld redden. Maar wil de wereld door God gered worden? Zij wil zichzelf redden en dat vasthouden wat ze los moet laten.
Daarom houdt Jezus ons de spiegel voor. Wie is die jongste zoon? Wie is die oudste zoon? Toe en nu, daar en hier? Gaat het over de ‘rechtvaardige’ Farizeeën tegenover de tollenaars en zondaars? Gaat het over de Christenen uit de heidenen tegenover de Christenen uit de Joden? Gaat het over de moderne mens die aan het eind van zijn leven langzaam tot inzicht komt tegenover de vrome Christen die heel zijn leven zich van alles heeft ontzegd om God te dienen? Of gaat het over hen allemaal? Inderdaad. Deze parabel is toen gesproken, voor die tijd. Maar is herhaald door de Eerste Christenen die Gods Woord herkenden, ook voor hen gold het. En wij herkennen het, het geldt ook voor ons.
Iedere keer zie we hoe er jongste zonen zijn en oudste zonen. Soms lijken we sympathie te hebben voor de jongste. Soms herkennen we ons in de oudste. Maar het is het voorbeeld van de vader waar het om gaat. Zoals er eigenlijk een derde zoon is, die in feite de eerste Zoon is. Degene die de parabel vertelt. De ware Vader en de ware Zoon.
We kijke TV, we lezen de krant. We zien veel kwaad, tussen de goede dingen in. Maar we zien vooral dat God weinig wordt bemind. En is dat niet de grote zonde van de wereld, dat God niet wordt bemind. God dienen is één, God gehoorzamen is twee, in God geloven is drie. God vrezen is vier. Maar waar het in het eerste gebod om gaat is God liefhebben met geheel uw hart, geheel uw ziel, geheel uw verstand en al uw vermogens. Liefhebben met alles wat je hebt en wat je bent. Dat is zijn appèl.
De grote zonde van de wereld is dat ze God niet liefheeft. Die oudste zoon. Heeft hij zijn vader lief? Is hij blij om bij zijn vader te zijn, met zijn vader te werken, thuis te zijn in het huis van zijn vader? Die jongste zoon, teruggekomen, heeft hij zijn vader lief. De twee zonen hebben allebei een andere weg te gaan om de liefde tot hun vader te leren ontdekken. Hun liefde als antwoord op die overstijgende liefde van de vader voor zijn beide zoons.
Die twee zoons houden niet van elkaar en ze houden niet van hun vader. De oudste zoon is vooral gehoorzaam. Maar het gehoorzaamheid zonder liefde. De jongste zoon is egoïstisch, een op zichzelf gerichte liefde. Beide zoons moeten leren wat liefhebben betekent.
God wacht op ons als Hij zegt: ‘Ik zie nu hoe halsstarrig dit volk is. Laat Mij begaan; dan kan Ik hen in mijn brandende toorn vernietigen’. Hij wacht op ons, dat wij zeggen: ‘Heer, de meeste mensen zijn zelf slachtoffer van deze tijd. Heer, heb geduld met hen, laat me nog wat spitten en mesten, misschien draagt deze boom volgend jaar vrucht. Heer denk aan zoveel heiligen, onze ouders en voorouders, denk aan hun inspanning, hun lijden en hun gebed. Dit zijn hun kinderen en kleinkinderen. Heer, denk aan de belofte van uw Zoon. De poorten van de hel zullen uw Kerk niet overweldigen. Heer denk aan het eeuwige Verbond van uw Zoon, denk aan zijn lijden en zijn kruisdood.
God wacht op ons gebed voor de wereld om lankmoedig, geduldig, barmhartig en genadig te kunnen zijn. Maar Hij wacht ook op onze tekenen, dat wij God beminnen, dat wij Hem niet bevragen, alsof we zeggen, God U doet onvoldoende, U laat het kwaad maar toe, U schiet niet op met uw Koninkrijk; alsof we zeggen: God waarom laat U lijden en kwaad toe, kan dat niet anders? Maar dat we in navolging van Mozes zeggen: Heer, denk aan uw Naam, Ik ben met u. Denk aan uw Zoon die we hier gedenken. Zodat ook voor onze tijd mag gelden: ‘Toen zag de Heer af van het onheil waarmee Hij zijn volk had bedreigd.’ Amen.
Begroeting
Van harte welkom, u hier in de kerk en allen die met ons meevieren via de kerkradio of het internet.
We zijn hier samen om God te danken en te bidden. Niet alleen voor onszelf, maar voor heel de wereld.
Ik mag u uitnodigen te gaan staan bij de intrede.
Voorbede
Pr.: Bidden wij vol vertrouwen opdat God de wereld te hulp komt.
Bidden wij voor de Kerk, om een geest van gebed, een geest van geloof en hoop, maar vooral een geest van liefde tot God en de naaste. Laat ons bidden.
Bidden we voor onze geloofsgemeenschappen hier in Wassenaar; dat we niet vervallen in de rol van oudste of jongste zoon, maar Christus volgen en ons spiegelen aan de liefde van de Vader. Laat ons bidden.
Bidden we voor de wereld waarin we leven, om bekering van de harten, bevrijding van het kwaad, verlossing van de ziel. Bidden we om de vrede die alleen Christus ons kan geven. Laat ons bidden.
Bidden we voor onze gezinnen, om liefde tussen ouders en kinderen, om een sfeer van geloof en saamhorigheid. Dat onze gezinnen in deze wereld God voor ogen houden, hem leren beminnen en zijn liefde doorgeven. Laat ons bidden.