Verloren

C-cyclus · Tijd door het jaar · 24e zondag · groen

Jezus krijgt het zo vaak aan de stok met de Farizeeën en Schriftgeleerden, dat we op de duur gaan denken dat Hij met hen op werkelijk alle fronten van mening verschilt. Die indruk is misleidend. Jezus staat ook vaak op één lijn met zijn gedoodverfde tegenstanders. Zo zal Hij niet ontkennen dat tollenaars en zondaars Gods wet overtreden. Ook voor Hem blijft de wet de uitdrukking van de wil van God. Wie de wet overtreedt, leeft in zonde en staat onder Gods oordeel. Sociale uitstoting is daarvan het tastbare gevolg. Met rollenaars en zondaars gaat men niet aan tafel. Jezus doet dat wel en dat nemen zijn tegenstanders Hem erg kwalijk. In zijn contacten met die mensen vergoelijkt Jezus nochtans niet dat ze gezondigd hebben. Bij het afscheid zegt Hij soms klaar en duidelijk tegen hen: ‘Ga heen en zondig niet meer.’ Zonde is en blijft ook voor Hem zonde.

Het grote breekpunt tussen Jezus en zijn tegenstanders ligt in de manier waarop Hij met zondaars omgaat. De parabels en gelijkenissen maken dat duidelijk: het verloren schaap, her verloren zilverstuk, de verloren zoon. Voor de Farizeeën en Schriftgeleerden moet het verbijsterend, ja zelfs onbegrijpelijk geweest zijn, want de wet spreekt niet in die termen. Wie een overtreding begaan heeft, is volgens de wet wel schuldig en verdient straf. Jammer voor hem of haar, maar wet is wet.

Jezus kijkt met heel andere ogen naar die mensen. Zeker, ook Hij weet dat ze door de wet veroordeeld zijn. Maar dat is zijn laatste woord niet. Voor Hem zijn zij ‘verloren’, Op zichzelf kan ook dat woord nog verkeerd begrepen worden. ‘Verloren’ betekent dan zoiets als achtergelaten, door niemand nog opgemerkt. Mensen die gefaald en gezondigd hebben, kunnen zich ‘verloren’ voelen. De samenleving kan hen eventueel als ‘verloren’ brandmerken - en dat was zeker het geval in Jezus’ tijd. Niemand ziet nog naar hen om. Het is zelfs verboden nog met hen om te gaan.

Het grote nieuws van die gelijkenissen is nu dat die mensen verloren zijn door ‘iemand’. De ‘verliezer’ staat hier centraal. Hij doet al her mogelijke om het verlorene terug te vinden. En als Hij het vindt, kent zijn vreugde geen grenzen. De verliezer is niemand minder dan God zelf. Wanneer wij tegen zijn wil ingaan, raken wij verloren. Ook voor de Farizeeën en schriftgeleerden is dat zo. Het blijkt duidelijk uit hun gedrag tegenover de zondaars: alle contact verbreken. Ze geven zich er evenwel geen rekenschap van dat de zondaars voor God verloren zijn. Wie verloren is voor God, kan niet meer door mensen opgevist worden. Jezus is de mens die dat wel doet. Hij doet wat alleen God kan: zonden vergeven. Hij maakt bovendien duidelijk dat God de verliezer is wanneer wij zondigen. Maar over zijn oordeel heen, haalt de vreugde de bovenhand als de zondaar zich bekeert.

Zoeken in Preken Online