Het ligt natuurlijk voor de hand Jezus’ woorden vooral te betrekken op mensen in onze samenleving die altijd de zwartepiet toegespeeld krijgen. Het verloren schaap en de verloren drachme zijn gemakkelijk te herkennen in mensen om ons heen. Toch is het opvallend dat Jezus’ woord er eigenlijk geen aanleiding toe geeft het daar vandaag over te hebben. Het is opvallend dat hij tot drie keer toe de aandacht op iets heel anders vestigt, namelijk: hoe blij die herder wel is als hij zijn vrienden en buren bij elkaar roept vanwege het schaap dat hij terugvond. Hoezeer die vrouw behoefte had haar vriendinnen en buren in het geluk te betrekken bij het terugvinden van haar bezit. En ten slotte vooral, hoe die vader er een feest van maakt als hij zijn verloren kind heeft teruggekregen.
Daarom zullen we ons vandaag afvragen wat dat voor vreugde is die ons zo nadrukkelijk wordt voorgehouden. Tot wat voor blijheid we worden opgeroepen in deze parabels van Jezus. Ja, eigenlijk kunnen we dat het beste begrijpen uit eigen ervaring. Wij verliezen dan wel geen schapen of drachme’s, maar wel genoeg andere dingen. Wij raken onze portemonnee kwijt waarin onze creditcards en sleutels zitten; wij verliezen door diefstal dierbare herinneringen aan onze ouders of kinderen. Wij kennen zélf van heel dichtbij dat gevoel dat er iets in ons leven weg is geraakt wat ons heel lief was. Dingen waarvan we dachten: dat is nu echt van mij, het hoort bij mijn leven. Nog duidelijker wordt dat als ons verlies niet over have en goed gaat, maar over iets in onze gemeenschap of in onszelf. Een kind dat je verliest, een baan, of een partner, of je gevoel van eigenwaarde of zelfvertrouwen. Het is dan of we zelf verloren raken. We dragen een gemis bij ons dat haast ondraaglijk is.
Wat zegt nu Jezus hierover? Hij zegt: mensen wees blij, want ik zie dat God eropuit is het geheel weer bij elkaar te brengen. Net als wij mensen doen, zoeken de goddelijke krachten naar ons. Ze hebben geen rust tot wat verloren is weer hervonden wordt. God wil niets liever dan dat ook wij heel en volledig zijn. Net als die man of vrouw, net als die vader (en moeder) uit het evangelie, kan ook God alleen maar gelukkig zijn met ons als hele mensenfamilie. Als daar maar iets of iemand ontbreekt, zijn al die andere dingen of mensen eigenlijk ook niet helemaal af. Want er kan niemand gemist worden. De echte vreugde is er pas als ook het zwakste tot zijn recht kan komen. Wees er dus gerust op. God is niet minder dan mensen. Liefde is op zoek naar dat wat van oorsprong bij het geheel hoort.
Laat ons op dit moment op de eerste plaats beseffen dat ook wij in Gods oog zo onmisbaar bij het geheel horen. Juist wanneer wij ons in ons leven verdwaald of ver van huis voelen, is het van belang ons onze oorspronkelijke waarde in Gods liefde te herinneren. Te beseffen dat wij nog steeds de moeite waard zijn. Dat het de moeite loont om onze plek in het grote geheel te hervinden, en er ons werk te doen. Maar waaraan merken wij dat? Natuurlijk is het voor mensen die eenzaam en verloren zijn - en dat zijn we allemaal van tijd tot tijd - van groot belang dat zij worden opgevangen door mensen uit de omgeving. Begrip en meeleven zijn een belangrijke steun. Maar er is toch ook nog iets anders. Iets van de kant van wie in de put zit. We moeten ook geloven in de kracht van God die in ons zoekt naar geluk. Het verloren kind ging op weg. In de grond voelde het dat zijn vader hem bleef aanvaarden. Zo gaat dat in zijn werk. Een uitgestoken hand moet ook gegrepen worden. Geloven dat we zoals we zijn, door God bemind, gezocht, aanvaard worden, is als het grijpen van de hand van liefde.
Mogen wij dat geloof in ons midden opbouwen en zo op weg zijn naar het feest van vreugde waarvan Jezus ons ooit sprak.