Wij zijn vol sympathie voor iemand die met Kerstmis een eenzame uitnodigt aan zijn tafel. Sukkelaars en marginalen uitnodigen, dat is lief. Zo vinden we het ook mooi als we van iemand horen dat hij al meer dan twintig jaar zieken naar Lourdes vergezelt. Wij vinden het mooi als iemand enkele uren per week zich inzet voor Poverello of voor terminale patiënten. Gratis voor niets. Wij hebben veel bewondering voor iemand die in alle stilte een minder begaafde leerling bijwerkt.
Maar het evangelie durft het voorwaar aan een kritische vraag te stellen bij onze edelmoedigheid. Het evangelie zegt niet dat onze inzet niet goed bedoeld is. Het stelt ons wel voor de vraag of wij aan de kant staan van de negenennegentig ofwel aan de kant van het honderdste schaap? Misschien zijn wij vanuit een onbewuste hoogmoed bezig het honderdste schaap af te zonderen… Is dat niet een burgerlijke apartheidspolitiek? Misschien gedragen wij ons onbewust als rijke bezitters die aan de armen en de sukkelaars iets, of zelfs veel, geven? Dat is de evangelische vraag…
Het evangelie van vandaag vraagt geen aandacht voor de goedbedoelde edelmoedigheid van de negenennegentig. Het waagt aandacht voor het honderdste schaap. Als onze edelmoedige inzet de vraag van het honderdste schaap over het hoofd ziet, is het een luxegebaar, caritatief en neerbuigend paternalisme. Dan is het nog het gebaar van de rijke die niet enkel geven kán, maar die zich bovendien nog prijzen mag omdat hij gegeven hééft. Hij blijft echter een rijke, een bezitter, een donor, een gever. Uiteindelijk is hij een vreemde voor de vraag die de arme mens is.
Alles wordt helemaal anders als we zelf ooit eens de laatste van de klas zijn geweest. Als we ons kunnen inleven in de vernedering van de vrouw die altijd kleren draagt die zij van andere dames krijgt. Dat is ook de pijn van de jongen die geld moet vragen om zijn studies te betalen. Wat voelt het meisje dat ‘bijgewerkt’ moet worden, omdat ze in de klas niet volgen kan? Dat is de vraag van het honderdste schaap. Honderdmaal te beluisteren elke dag.
In het weekend zullen wij samenkomen om eucharistie te vieren. Wij zullen iemand vieren die het honderdste schaap is geweest. Hij was de zondebok. Hij was ooit het zwarte schaap. Hij werd door de negenennegentig niet op de schouders gedragen. Integendeel, ze legden hem liever een zware last op de schouders. Hij werd de wildernis ingestuurd. Gelukkig mogen wij samenkomen omdat de hemel het niet zo heeft begrepen. God heeft het zwarte schaap wél op zijn schouders genomen. Het mocht delen in zijn grootste vreugde.
Het Lam Gods in de kathedraal van Gent is uniek mooi. Misschien het best te begrijpen na het zien van het kruis van Grünewald in Colmar! Daar hangt de pijn van het zwarte schaap aan een boom.
Colmar is een voorstad van Gent.