23e zondag door het jaar C - 2004

C-cyclus · Tijd door het jaar · 23e zondag · groen

Zusters en broeders,

Een paar dagen geleden begon de jaarlijkse volksverhuizing richting school. Honderdduizenden kinderen, jongeren en volwassenen kwamen in beweging, of ze dat nu graag wilden of niet. Er is immers leerplicht in ons land. Op de wereldkaart kun je nagaan welke goede zaak dat wel is: in landen waar geen leerplicht is, heersen armoede, honger, uitbuiting.

Kiezen óf ze naar school gaan, kunnen jongeren dus niet, maar eens ze gaan, moeten ze wel voortdurend keuzes maken. ‘Ga ik graag naar school of niet? Studeer ik of studeer ik niet? Ben ik in de klas aandachtig of niet?’ De ene vraag na de andere, en hoe ouder ze worden, hoe meer vragen en hoe belangrijker de keuzes. In het zesde jaar van het secundair onderwijs moeten ze zelfs een keuze maken die hun verdere leven mee kan bepalen: ‘Ga ik verder studeren of niet? Wat ga ik studeren? Waar ga ik studeren? Wat wil ik met mijn leven aanvangen?’ Het is een keuze die niet zomaar in één-twee-drie kan gemaakt worden. Nee, er gaat heel wat nadenken, heel wat aarzelen, heel wat wikken en wegen aan vooraf, en ouders en leerkrachten worden erbij betrokken. En eens die keuze gemaakt, is er eigenlijk niets definitiefs gebeurd. Immers, het hele leven door, elke dag, bijna elke minuut moeten er gekozen worden. Dat kan gaan van ‘met wie wil ik door het leven gaan?’ tot ’eten we straks frieten of aardappelen?’ Kiezen doen we zonder ophouden, waarbij meer dan eens de regel geldt: ‘Bezint eer je begint.’

Dat is precies wat Jezus vandaag zegt: ‘Bezint eer je begint.’ Hij is op weg naar Jeruzalem, naar een zekere dood, en Hij merkt dat tallozen Hem volgen. Echt gelukkig lijkt Hij daar niet om. Laat me voorzichtig stellen dat Hij zijn twijfels heeft. Vandaar dat Hij hen voor de keuze stelt. Een harde keuze, zo te zien. ‘Wie Mij wil volgen, moet zijn vader en moeder, zijn vrouw en kinderen, zijn broers en zussen, en zelfs zijn eigen leven haten. En hij moet ook nog zijn kruis willen opnemen.’ Voorwaar heel resolute taal, taal die we van Jezus niet gewoon zijn. Hij preekt immers maar één gebod, en dat is liefde, terwijl Hij hier haat centraal lijkt te stellen. Moeten we onszelf en onze familie dan niet liefhebben? Natuurlijk wel; we moeten zelfs onze vijanden beminnen. Wat Jezus bedoelt, is het volgende: ‘Als iemand je wil tegenhouden om mijn weg te gaan, moet je je keuze voor Mij hoger stellen dan de tegenkanting van je familie en je omgeving.’ In de dagelijkse joods-semitische zwart-wit-taal wordt dat dan: ‘Mij liefhebben en je familie haten.’ Meer dan een taalspel moet je er niet achter zoeken. Tot op vandaag spreken Semieten, en ook Arabieren, graag in zwart-wit-tegenstellingen, die voor onze Westerse oren heel rauw klinken maar die voor hen heel gewoon zijn. Zo gewoon als bij ons een woord als bijvoorbeeld ‘verschrikkelijk’: wij kunnen iets ‘verschrikkelijk’ mooi, en iemand ‘verschrikkelijk’ lief vinden. Welnu, je moet maar eens nadenken over het woord ‘verschrikkelijk’.

Maar taalspel of niet, Jezus volgen is een ernstige en diepgaande keuze, waarvan de gevolgen niet altijd te overzien zijn. Het wordt geen makkie, en je kunt ook niet zomaar een beetje kiezen, nee, je keuze is alomvattend. Je kunt dus niet zomaar een beetje christen zijn, niet zomaar een beetje geloven, niet zomaar een beetje liefde, vrede en broederlijkheid leven. Nee, het is alles of niets. ‘Denk er dus maar goed over na of je dat wel aankunt’, waarschuwt Jezus nog. ‘Bezint eer je begint.’ Hij onderbouwt dat met twee voorbeelden uit de praktijk: ‘Als je iets onderneemt, zet je dan eerst aan het rekenen en het plannen.’ De ondernemers onder u zullen precies begrijpen wat Hij bedoelt, en ze zullen Hem zeker niet tegenspreken.

Zusters en broeders, ik zou uit deze woorden van Jezus het volgende willen onthouden: Hem volgen is niet zo vanzelfsprekend, want zijn weg is niet geplaveid met luchtige tegels, en er staan geen massa’s juichende supporters aan de kant. Het is dus niet te verwonderen dat er niet zo heel veel zijn die de uitdaging willen aangaan. En ik onthoud uit zijn woorden ook dat Hij niemand dwingt Hem te volgen. Hij wil immers geen slaafse meelopers, wel meedoeners, meebouwers aan zijn weg. En ten slotte onthoud ik dat kiezen loslaten is. Als je kiest voor Jezus, moet je kunnen en willen loslaten. Dat is trouwens in elke keuze zo: kiezen is loslaten. Als je kiest voor het ene, laat je meteen al het andere vallen.

Hoe kunnen we kiezen voor de weg van Jezus? Wel, we kunnen ons bijvoorbeeld afvragen of onze manier van denken en leven ook die van Jezus zou zijn. Of Jezus ook zo zou reageren op een uitdaging, op een vraag om hulp, op een kwetsuur door anderen, op een … : je kunt zelf wel aanvullen. Als we het zo aanpakken, zullen we, denk ik, zo nu en dan onze keuzes veranderen of aanpassen. Bijvoorbeeld hoe we met mensen omgaan, hoe we ons werk aanpakken, hoe we in ons gezin , in onze omgeving, in onze parochie willen staan, en ga zo maar door. Waarbij we best ook eens de wijsheid van de eerste lezing in ogenschouw zouden nemen: ‘We begrijpen amper de dingen van deze wereld, en wat voor de hand ligt, kost ons nog moeite; hoe zouden we dan het hemelse verstaan?, lezen we daar. En verder lezen we ook dat we zonder Gods Geest nergens kunnen komen.

Welnu, zusters en broeders, laten we die Geest vragen dat Hij ons zou sterken in onze keuze om Jezus te volgen. Amen.

Zoeken in Preken Online