22e zondag door het jaar C - 2004

C-cyclus · Tijd door het jaar · 22e zondag · groen

Ge kent dat verschijnsel zich voordoet: bijeenkomsten van 50-jarigen. Is meestal een blij weerzien van mensen wiens wegen uiteengelopen zijn, en de éne is hier ter plaatse blijven wonen en de andere is ver uitgeweken en dan ontmoeten zij elkaar eens weer. Die bijeenkomsten zijn vaak voor de deelnemers een verheugende gebeurtenis. Maar eigenlijk niet helemaal zonder gevaar om de goede geest er in te houden. Ooit heb ik het weten gebeuren dat één van de aanwezigen plots een initiatief nam: “Vrienden, wij weten eigenlijk maar weinig meer van elkaar. Moesten we nu eens één per één rechtstaan en zeggen wat we doen in het leven?” Op eerste zicht een uitstekend idee, zou je denken, maar … De man die het voorstel had gedaan begon zelf: “Ik ben internist in het Universitair Ziekenhuis van Gent”. Een andere stond recht en zei kabinetschef te zijn op het ministerie. Een derde had een grote bouwonderneming uit de grond gestampt. En zo ging het rijtje verder. En daartussen zat er ook iemand die heel stilletjes zei: “Fabrieksarbeider”. Je hebt er geen idee van hoe snel hij weer is gaan zitten. De man voelde zich helemaal niet meer op zijn gemak tussen al die ‘rijkere’ tafelgenoten. Jammer dat men op die avond niet gedacht had aan de eerste lezing van vandaag: Jezus Sirach die aanvangt met die woorden: “Mijn kind, als ge rijk zijt, blijf dan bescheiden, en ge zult meer geliefd worden dan iemand die cadeaus geeft.”

In dezelfde richting ging het woord van Jezus toen Hij uitgenodigd bleek bij “één van de voornaamste Farizeeën”. Heeft Hij daar een mooi verhaaltje uit zijn mouw geschud! “Wanneer ge door iemand op een bruiloft wordt uitgenodigd, ga dan niet aanliggen op de voornaamste plaats. Het zou kunnen zijn …enz.” Jullie hebben het ook gehoord, ik moet het niet nogmaals voorlezen. Als Jezus NU had geleefd, dan zou Hij misschien dat liedje hebben gezongen dat 30 jaar geleden een hit was op de radio: “’t Is moeilijk bescheiden te blijven wanneer je zo goed bent als ik”.

Een ervaring die ik ooit zelf heb eens heb opgedaan: ik heb in mijn soldatentijd eens een ganse voormiddag naast een operatietafel gestaan, en wat ik me toen gerealiseerd heb: dat er daar nu een kolonel op die tafel lag of een gewone soldaat: de carrosserie was juist dezelfde, tot in al haar onderdelen! Zo had de Schepper gewerkt. Om maar te zeggen: in de grond is elk mens gelijk, zeker in de ogen van de ontwerper die God is.

Vanzelfsprekend: we hebben allemaal onze talenten en we spelen allemaal onze rol in de maatschappij. En we moeten niet loochenen wat we kunnen, en het is zelfs onze plicht om die talenten te gebruiken. En als ik die gouden medaille van Justine Henin had gewonnen, ik zou ook fier geweest zijn en wie zou me dat hebben kunnen kwalijk nemen? Maar ik had dan niet mogen vergeten om te zeggen: “God, dank U, want dat talent hebt Gij mij gegeven”. Maar juist dat inzicht helpt ons bescheiden te blijven, en me dunkt moeten wij zoeken daarin een evenwicht te vinden: blij zijn om wat we aankunnen in de samenleving, TEN DIENSTE niet alleen van onze eigen bankrekening, maar vooral van onze medemensen, vooral dan diegenen waar Jezus naar verwees in het einde van het evangelie van vandaag: diegenen die er niet zo sterk voor staan.

Ik zou allicht nog heel lang rond dit thema kunnen bezig zijn, maar voor een predikant is er ook zoiets als een ‘Olympisch minimum’ dat niet mag overschreden worden. Eerlijk is eerlijk: mag ik nog even herinneren aan wat Paulus schreef: “Wat heb je dat je niet gekregen hebt?” En ook als je ‘maar’ derde trompet speelt in de fanfare, zonder jou zou het niet zo volledig zijn, niet zo mooi klinken! Als je dat maar wist.

Zoeken in Preken Online