22e zondag door het jaar C - 2004

C-cyclus · Tijd door het jaar · 22e zondag · groen

Zusters en broeders,

Jezus is op weg naar Jeruzalem, de stad die zijn profeten doodt, zoals Hij zelf zegt. Hij weet dat de stad ook Hem zal vermoorden, omdat ze iedereen vermoordt die het waagt zijn stem tegen haar hoogmoed en haar wreedheid te verheffen. Dat is vandaag niet anders. Nog altijd voert Jeruzalem haat en hoogmoed hoog in het vaandel. Merkwaardig is dat. Precies de stad die door God werd uitverkoren om zijn stad te zijn, precies die stad weigert al duizenden jaren hardnekkig zijn weg te gaan. Misschien was het wel tegen die stad dat Jezus vorige week zei: “De eersten zullen de laatsten zijn.” Misschien zal Jeruzalem ooit wel de laatste stad zijn die begrijpt dat God niet te vinden is in macht en in haat, maar wel in liefde, machteloosheid en bescheidenheid.

Het evangelie van vandaag sluit helemaal aan bij die gedachtegang. Jezus spoort de farizeeërs aan niet de voornaamste plaatsen op te eisen, want wie zichzelf verheft, zal vernederd worden.

Zusters en broeders, je hoort, ziet en leest meer en meer dat journalisten en fotografen door de bodyguards van een of andere filmster of zanger in elkaar geslagen worden. Die beroemdheden zijn het immers beu dat hun hele doen en laten breed uitgesmeerd op radio en tv en in allerlei boekjes terug te vinden is. Beroemd zijn is blijkbaar ook niet alles. Evenmin trouwens als bescheiden zijn. “’t Is moeilijk bescheiden te blijven wanneer je zo goed bent als ik”, klonk het enkele jaren geleden dagelijks op de radio. Je kent het melodietje misschien nog, het was een echte topper. En het is nog altijd een topper, want in de wereld van vandaag is het verboden bescheiden te zijn. Nee, je moet jezelf in het zonnetje zetten, je moet opkomen voor jezelf, je moet met de ellebogen werken om je doel te bereiken, en dat doel, dat ben je zelf. Niet de ander. Bescheidenheid is voor zwakkelingen, voor arme schapen die niet vooruit willen in het leven, voor sukkels die zich de kaas van tussen de boterham laten halen.

“Wie zichzelf verheft, zal vernederd worden”, brengt Jezus daartegenin, en onomwonden prijst Hij bescheidenheid aan. Bescheidenheid tegenover God en tegenover mensen. Ook dus tegenover God, want Hij blijkt een voorkeur te hebben voor wie achteraan komt, voor wie klein en onaanzienlijk is. Keer op keer zien we dat in de bijbel. Niet Esau, Isaacs oudste en sterkste zoon, maar wel de jongere Jacob wordt zijn erfgenaam. En niet Jacobs oudste zoon Ruben, maar wel Jozef, de jongste van allemaal, wordt de redder van zijn stam. En later kiest God niet de grote en sterke Eliab, maar wel de kleine David als koning. Zoals Hij ook niet kiest voor machtige en aanzienlijke mensen in de rijke en trotse stad Jeruzalem om de ouders van zijn Zoon te worden. Nee, daarvoor doet Hij een beroep op eenvoudige, totaal onbekende lieden als Jozef en Maria, in een klein gehucht als Bethlehem.

“Wees nederig en bescheiden”, zegt Jezus, “voor God en voor de mensen.” Maar wat krijg je ervoor in de plaats? Wel, je krijgt zoiets als zorgeloosheid om het bestaan. De zorgeloosheid van de vogels in de lucht en de bloemen in het veld. De onbekommerdheid van gewoon te kunnen en te mogen zijn wie je bent. Het geluk van je thuis te kunnen voelen bij jezelf. Nummertjes hoef je niet op te voeren, want er zijn camera’s die elk van je bewegingen en elk van je woorden en gebaren wereldkundig maken. En bodyguards heb je helemaal niet nodig, want je hoeft niet afgeschermd te worden van de rest van de wereld.

Nee, je mag gewoon jezelf zijn, je mag tijd hebben voor jezelf, en ook voor je man of je vrouw die misschien een slechte dag heeft. En ook tijd voor je kinderen en kleinkinderen die zelf heel weinig tijd hebben, omdat ze o zo druk moeten leven. En ook tijd voor die mens die net nu wat aandacht nodig heeft. En ook tijd voor de armen, gebrekkigen, kreupelen en blinden over wie Jezus het in het evangelie heeft. En je weet, zusters en broeders, dat Jezus hier niet alleen doelt op hen die materieel arm en gebrekkig zijn, en lichamelijk kreupel of blind, maar dat Hij het heeft over allen die, op welke manier dan ook, niet gewoon door het leven kunnen gaan. ‘Tot die mensen moet je je richten’, zegt Hij, ‘dat heb Ikzelf ook altijd gedaan.’

Zusters en broeders, Jezus vertelt al deze woorden terwijl Hij onderweg is naar Jeruzalem, onderweg naar een zekere dood. Deze woorden maken dus deel uit van zijn geestelijk testament, van datgene waarvan Hij wil dat we het van Hem erven en tot het onze maken: nederigheid en bescheidenheid, en aandacht voor onze medemens. Welnu, laten we werk maken van zijn testament. Amen

Zoeken in Preken Online