Het is een eer om aan te mogen zitten aan de tafels van hooggeplaatsten. Niet alleen omdat het eten er prima is, maar ook omdat je zelf zo mooi uitkomt. ‘Moet je mij zien! Ik zit aan tafel met de groten der aarde’. Soms is er enig ellebogenwerk nodig om die beste plek te vinden. Je moet er wel wat voor over hebben, want er zijn altijd anderen die voor willen kruipen. Soms gaan er eerst steekpenningen onder de tafel door, of beloften voor een tegenuitnodiging, om verzekerd te zijn van zo n ereplaats. Zo was het in de huizen van de farizeeën, zo is het ook in onze dagen. ‘Ooit heb ik gegeten met de minister, met de bisschop, met een heus staatshoofd’. Ja, die eten ook! Het zijn wapenfeiten die je kunt vertellen, waar je lang mee kunt doen en die je aanzien vergroten.
Op fijnzinnige wijze ontmaskert Lucas zo’n deftige stoeipartij om de mooiste plek. Een mooi tafereel om naar te kijken. Ik heb de indruk dat Lucas er ook zelf (op enige afstand) met verholen plezier van genoten heeft. Moet je ze zien! Invloedrijke personen, deftig en met zachte dwang duwend, hollend om haantje de voorste te zijn, struikelend bijna over hun sjerpen en slippen. Vaak gaat het om kringen die elkaars tafels gebruiken om hun eigen onbeduidendheid te camoufleren of op te poetsten. Veelal in ballotagegroepen waar de rijken der aarde elkaar vette kluiven toewerpen en elkaar de bal toespelen. Hoeveel mensen heb jij onder je? Ben je nog steeds de beste van de klas?
Op de eerste plaats een leuk verhaal om naar te kijken. Maar let wel: zolang het over anderen gaat. Tegelijk een ontmaskerend verhaal, want ongemerkt krijg je een en ander op je bord. Ze hadden buiten die ene gast gerekend. Kennelijk was Hij niet alleen uitgenodigd uit vriendelijke gastvrijheid. Voor Jezus, disgenoot in het huis van een rijke, tellen andere maten en eetgewoonten. Hij heeft - als gast - de uitnodiging dan ook niet alleen maar aangenomen om zijn aanzien te verhogen of zijn eetlust te bevredigen. Van Jezus is bekend dat Hij bij voorkeur aan andere tafels komt. Hij staat voor een radicaal andere tafelpolitiek. Als je aan wilt zitten aan zijn tafel - ook vandaag en hier en nu - dan gelden andere maatstaven. Jezus pleit voor een ander type disgenoten, die hier ontbreken en niet eens welkom zijn.
Let wel, zegt Jezus: het gaat niet om een ‘up-to-date’ discussieonderwerp aan tafel. Het is een beetje in: de optie voor de armen. Theologen debatteren erover op niveau in sessies over bevrijdingstheologie. Religieuzen en missionarissen roepen kapittels bij elkaar. Politici halen breed uit in hun verkiezingstoespraken. Parochieraden verklaren caritas tot hoogste prioriteit, bisschoppen buigen hun wijze hoofden erover in synoden. En aan onze borreltafels weten we precies wat anderen moeten doen. Het hoort erbij. Armoede is in, als onderwerp. Maar bij disgenoot Jezus is het meer. Samen aan tafel zitten is: je begeven in oog-in-oog-contact met de armen. Je op gelijke hoogte bevinden. Hun armoede ruiken, hun ontreddering zien. Het beste bereik je dit door plaats in te ruimen aan je eigen tafel. We laten weliswaar de hele wereld bij ons binnen via ditzelfde medium televisie. We hebben gezien hoe dat is: een volk dat sterft van ellende. We weten van de nood in Somalië. We kennen de situaties in eigen land waar mensen tekort komen aan het hoogstnoodzakelijke. We kennen de ellende van de mensen in wat eens Joegoslavië heette. We kijken bij elkaar op tafel. Wisten we maar de weg om hen aan onze tafels te krijgen. Aan de tafel van de Heer krijg ik een nadrukkelijke uitnodiging de laatste mens, de verongelukte mensen, de armen en de uitgehongerden, de uitgestoten mensen, de etnisch weggezuiverden in mijn kring op te nemen en te laten aanschuiven aan mijn tafel. In deze dagen delen we de onmacht om daadwerkelijk in te schuiven en plaats te maken voor hen. Ik voel het als ik nadenk over het verschil dat je voelt bij de oproepen op tv in de afgelopen weken: je kunt geld storten voor de vluchtelingen uit Bosnië, en je kunt, als je daar de mogelijkheden voor hebt, gastgezin zijn.
Jezus en de zijnen komen op voor echte tafelgemeenschap: plek maken in je eigen leven; oprechte menselijke solidariteit, gelijkheid, broederschap en zusterschap. Terug naar het oerbegin van wat een tafel is. Aan tafel kom je tot rust, voel je je thuis. Je mag meedelen in de rijkdom van de aarde. Je mag je op je gemak voelen: één van ons. Rang en stand is niet aan de orde. Niet zelf gezien worden maar zien wat er gaande is. Aan de tafel van de Heer wordt almaar die vraag herhaald: Heb je mijn mensen zien staan? Mogen ze erbij? De laatsten zijn de besten. Opmerkelijk nieuws, opmerkelijk moeilijk om het te doen! Want je moet er zelf voor verschuiven, kleiner worden, inleveren. Als we aanzitten, vandaag, aan de tafel van die Heer, dan weten we wat van ons gevraagd wordt. Te doen gerechtigheid. We zeggen en zingen het tegen onze eigen onmacht in. Dat we blijven proberen zijn weg in te slaan.