Door de nauwe deur (2007)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 21e zondag · groen

  • Steeds op weg naar Jeruzalem vroeg iemand aan Jezus naar het aantal geredden. Die vraag lag in de lijn van de verwachtingen van die dagen. De Farizeeën bereidden zich voor op de “Dag van de Heer” door strikte naleving van de wet; de Essenen ook nog door eigen reinigingsrituelen. De geredden zouden - zo was de publieke opinie - uitsluitend Joden zijn.
  • Het was typisch voor Jezus dat Hij die vraag niet beantwoordde. Jezus is niet theoretisch maar praktisch en Hij gaat resoluut naar de kern. Toen de eerste leerlingen Hem vroegen waar Hij verbleef, zei Hij: “Kom en zie” (Joh. 1,39). Op de vraag van de rabbijn wie de naaste was, vertelde Jezus hoe iemand zich als naaste gedraagt (Lc. 10,29-37). Toen Petrus Hem vroeg voor wie de gelijkenis van de trouwe dienaar bedoeld was, zei Jezus alleen dat iedereen volgens eigen taak en charisma best waakzaam zou zijn (Lc.12, 41-48)… En nu zegt Hij: “Wring je door de nauwe deur.”

1. Wie of wat is die deur ?

  • In de bijbel draagt de deur een rijke symboliek. Een stad was omgeven met muren en poorten. Een poort verleende toegang of versperde de inkom. Wie door de poorten binnen mocht was burger of vriend van de stad. Een verdachte vreemdeling of vijand werd buitengehouden. De sleuteldrager droeg grote verantwoordelijkheid. De vernielde stadspoort stond symbool voor de verwoesting van de stad (Jes. 24,12) en een stad zonder poorten bood geen veiligheid (Ez. 38,11). Ook de tempel had verscheidene poorten. Deze poorten waren groot en prachtig. Voor het “Heilige der heiligen” was er maar één deur. Eens zal Jezus die deur zijn die tot de Vader toegang geeft.
    \
  • Het deurtje daarentegen van een schaapskooi was smal. De schapen mochten er één voor één binnen. Zo kon de herder ze tellen. In paniek kon het wel eens drummen worden. Ooit liet Jahweh als Herder zijn kudde zich koortsig door dat poortje wringen (Mi 2,12-13). Vooral dit beeld van de deur heeft Jezus op zichzelf toegepast: “Voorwaar, voorwaar Ik zeg u: Ik ben de deur van de schapen… Ik ben de deur. Als iemand door Mij binnengaat, zal hij worden gered.” (Joh. 10,7-9). Tegen deze achtergrond verstaan we wat Hij vandaag in dit evangelie tot ons zegt: “Span u in tot het uiterste om door de nauwe deur binnen te komen” (Lc 13,24). Dit is: ”Niemand komt tot de Vader tenzij door Mij” (Joh. 14,6). De deur is tegelijk de Herder zelf. Hij kent zijn schapen, en zij kennen Hem. Dat is liefderelatie. Het ergste is als de Heer hen niet kent, en zij Hem niet kennen. Daarom klinkt aan de deur, wanneer ze dicht gaat, de hartverscheurende stem: “Ik weet niet waar ge vandaan komt. Ik ken u niet”. Dit wederzijdse kennen en liefhebben is de sleutel van de deur. \

2. Maar wat betekent dat woord: “Span je in tot het uiterste” ?

  • Letterlijk is het: “Kom daarvoor in doodstrijd” (Gr.: Agônidzesthe). In dat woord steekt “agonie”. Bij de ramp van de Titanic hebben mensen elkaar wanhopig verdrongen om door de deur op het dek bij de reddingssloepen te geraken. Hetzelfde gebeurde in Brussel bij de reuzenbrand van de Innovation (1967) om de buitendeur te bereiken. Het woord zegt dat het gaat om een uitputtende slag. Paulus zal later zeggen: “Ik heb de goede strijd gestreden…” (2 Tim. 4,7). Wat is die strijd ? Jezus zegt: je redding hangt niet af van feit of je al dan niet fysieke afstammeling bent van Abraham, noch van de eraan verbonden religieuze praktijken, maar van je overgave aan Mij, van de beleving van je geloof en van je liefde. Daarom zullen eersten laatsten en laatsten eersten zijn.
    \
  • Dat blijkt duidelijk in de bekering van Paulus, die er eerst prat op ging Joodse rabbijn te zijn: “Besneden op de achtste dag, uit het volk van Israël, van de stam Benjamin, Hebreeër uit de Hebreeën, Farizeeër naar de wet, fanatiek kerkvervolger, naar de gerechtigheid van de Wet volmaakt” (Filip. 3,5-6). Dit spiegelbeeld van zichzelf sloeg Paulus zelf aan diggelen: “Wat voor mij winst was, ben ik om Christus’ wil gaan zien als verlies… Als ik Christus maar mag winnen…” (Filip. 3,7-8). De volmaaktheid volgens de Wet verdween voor de persoon van Christus, die ons bevrijdt van al wat ons nog in de weg staat voor het Rijk Gods. Jezus is niet ‘een’ deur maar ‘dè’ deur, de enige die toegang verleent tot het volle leven. “Want zonder Mij kunt gij niets” (Joh. 15,5).

    * Eerst is die deur heel klein. Zoals de kameel alle bagage en het vet van zijn bulten moet afgeven om op zijn knieën gesleurd te worden door het poortje, dat de naam droeg van “het oog van een naald” (Lc. 18,18-30), zo moeten ook wij door de poort die Jezus is. Toen de kleine paus Paulus VI in Bethlehem de geboortegrot binnentrad moest hij zich bukken en de grote Kardinaal Tisserand heeft er zijn hoofd bij gestoten. Men moet zich klein maken om Jezus’ geboorteplaats te bereiken en om met Hem opnieuw geboren te worden. - Maar eens wordt ze wijd als de poort van de tempel voor allen die zich geven aan Hem. Hijzelf is de nieuwe tempel (Openb. 21,22). Hij is de deur die wagenwijd open staat, en de stem: “Stijg op naar Mij…” (Openb. 4,1). En nog: “Ik heb voor u een deur geopend die niemand nog kan sluiten” (Openb. 3,8). Tot die deur zijn alle volken uitgenodigd.

Zoeken in Preken Online