WIE WORDT GERED?
Men vraagt aan Jezus of er weinig of velen gered zullen worden. Die vraag kwam wellicht meermalen terug. Die vraag vertrok vanuit het geloof in het Rijk Gods. Wie geraakt er binnen ? Die vraag bleef ook na Jezus bestaan. (a) We hoorden een paar dagen terug uit Jezus’mond: “Velen zijn geroepen, en weinigen uitverkoren.”( Mt 22,14). De H. Augustinus dacht persoonlijk aan een massa die er niet zouden komen. En de Jehovahgetuigen houden het bij de 144.000 die de hemel zullen regeren. Dat is niet zoveel. – (b) Omgekeerd : in de eerste lezing hoorden we dat uit alle volkeren een onschatbare menigte samengebracht wordt op de heilige berg ( Jes 66, 18-21). En zoals nu, ook bij de genezing van de knecht v.d. honderdman zei Jezus dat velen uit het oosten en het westen zullen komen om aan te zitten in het Rijk der hemelen.( Mt 8,11). Dat beeld komt terug in het boek Openbaring: een grote menigte die niemand tellen kan ( Apoc 7,9). En de H. Paulus schrijft dat God wil dat niemand verloren gaat ( I Tim. 2,4).
Velen stellen vandaag zelfs die vraag niet meer. Ondergedompeld in een individualistische en materialistische maatschappij, stellen velen nu als enige vraag: “ Hoe kan ik hier gelukkig zijn ?”
Jezus beantwoordt die vraag niet. Het is overigens een gevaarlijke vraag. Zegt Hij: de grote massa wordt gered, dan kan de reactie zijn: doe geen moeite: we zullen er wel bij zijn. Zegt Hij: slechts een kleine minderheid zal aankomen, dan is de reactie: doe geen moeite, het is toch niet voor ons. Jezus doet net zoals Hij ook geen antwoord gaf over het begrip “naaste”. Hij was praktisch: met de parabel van de barmhartige Samaritaan zei Hij hoe men omgaat met de naaste( Lc 10,25). Ook nu is Hij praktisch. Hij zegt twee dingen:
\
- “Span u in tot het uiterste”. “Agônidzesthe”. In dat woord steekt het woord “agonie” of doodstrijd. Het gaat om een strijd tot uitputting toe. Jezus heeft deze agonie doorstaan. Het doet denken aan Jezus’ woord, toen Hij het had over J. de Doper: “ Het Rijk Gods lijdt geweld, en de geweldenaars maken het buit”(Mt 11,12). - In zijn laatste levensdagen mocht Paulus schrijven: “Ik heb de goede strijd (“agon”) gestreden, mijn wedloop voleind, het geloof bewaard”( 2 Tim. 4,7 – allusie op de Olympische spelen van zijn tijd). En hij illustreert: “Zij die aan een wedstrijd deelnemen, ontzeggen zich van alles; en dit doen zij om een vergankelijke kroon, wij om een onvergankelijke.”( I Kor 9,25). Heel zijn leven was hiervan doordenkt: “Ik span mij in, strijdend met Christus’ kracht die machtig in mij werkt”( Kol. 1, 29) En ook nog: “ Dit is het doel van ons zwoegen en strijden, dat we onze hoop gesteld hebben op de levende God…”( I Tim.4,10).
Christen zijn is niet in zijn zetel gaan zitten. We moeten Gods gave waar maken door de boodschap ernstig te beleven, daar waar we die gemakkelijk afplooien en uithollen naar onze smaak. Er worden vandaag heel wat inspanningen gedaan: om goud, zilver of brons te halen, om geld en eer te winnen, inspanningen ook om rivalen, concurrenten als vijanden te nekken, De maatschappij is een meedogenloze werkdriftmaatschappij… Waartoe ? Wat bezielt ons ?
\ - Het tweede wat Jezus zegt is: “Span u in om door de nauwe deur binnen te komen”. Aansluitend bij zijn bergrede had Jezus gezegd: “ Ga binnen door de nauwe poort, want de weg die naar de ondergang leidt is wijd en breed, en velen zijn er die hem inslaan. Hoe nauw is de poort en hoe smal is de weg die voert naar het leven, en weinigen zijn er die hem vinden.”(Mt 7, 13-14). De deur is klein en de weg is smal ; slechts die ene deur naar de woonplaats van God. Maar ze is open voor iedereen.- Na zijn gesprek met de rijke jongeman zei Jezus dat het gemakkelijker zal zijn voor een kameel door het oog v.e. naald te kruipen, dan voor een rijke om het Rijk Gods binnen te gaan (Lc 18,25). Laag poortje in Jeruzalem ? De kameel moest er zonder bagage op de knieën doorgetrokken worden. De kruisvaarders hebben destijds de basiliek v.de geboorte in Bethlehem bestormd.Om het geweld buiten te houden heeft men de 8/1O van die deur dichtgemetseld. De kleine Paulus VI moest zich bukken om er binnen te geraken, en de grote kard. Tisserand heeft zijn hoofd erbij gestoten. Men moet klein zijn om Jezus’ geboortegrot binnen te gaan. Jezus zei: “Ik ben de deur. Als iemand door Mij binnenkomt, zal hij worden gered.”(Joh.10, 9). Bij Hem worden de aardse waardeschalen omvergeworpen, de rangorde wordt omgedraaid. De kleinen maakt Hij groot; de rijken stuurt Hij heen met lege handen ( Lc 1, 53). De verloedering en de verdwazing belet velen dit te zien. Als ik in de krant of op TV de groten der aarde zie ( vedetten, sterren op gebied van politiek, wetenschap, kunst en sport), dan vraag ik me af hoe die mensen er van binnen uitzien, hoe God ze ziet, wat hun hart is. “Het verborgene zal eens worden onthuld”( Lc 12,2; I Kor 4,5). In de hemel zullen we anders zien; we zullen de waarheid zien. We zullen verbaasd zijn. Daarom “ zullen er laatsten zijn, die eersten zullen zijn, en eersten die laatsten zullen zijn”.