Heilzamen onzekerheid

C-cyclus · Tijd door het jaar · 21e zondag · groen

Er wordt aan Jezus een brandende vraag gesteld: wie zal gered worden? Zijn het er veel of zijn het er weinig? Is het pure nieuwsgierigheid? Ik denk dat die vraag door een weldenkend mens van tijd tot tijd gesteld wordt. Hoe ziet mijn toekomst eruit, wat gebeurt er na de dood? En voor een gelovige komt er dan nog deze vraag bij: Hoe zal ik voor God staan? Luther is heel zijn leven met deze vraag bezig geweest: hoe vind ik een genadige God? Van daaruit heeft hij heel zijn leer over de rechtvaardiging uitgewerkt. De mensen van deze tijd zijn zeker minder met deze vraag bezig. Zij stellen zich andere vragen. Hoe gaat het verder met deze vervuilde schepping, met de verarming van de volkeren, met de vrede in de wereld? Een mens vraagt zich af hoe hij in deze wereld verder kan komen, hoe hij zijn brood verdienen kan. De hedendaagse mens interesseert zich meer voor de toekomst van de wereld dan voor de toekomst bij God. De vraag die Luther zich stelde: hoe vind ik een genadige God, draait de mens vandaag om in: hoe vind ik genadige mensen die mij helpen? God en onze toekomst bij God raken buiten de horizon, niet dat men deze werkelijkheid pertinent loochent, maar de mens heeft grotere problemen die zijn aandacht volledig opeisen. Het gewichtigste voor hem is: in deze wereld iets te bereiken, een meer menselijke wereld opbouwen. Maar uiteindelijk komt voor iedere mens de vraag “Zal ik gered worden?” Op die vraag geeft Jezus geen antwoord, maar hij verschuift de aandacht direct op de kern van de zaak: de noodzaak van bekering.

Het eerste wat Jezus heel duidelijk zegt in dit evangelie is: span u in tot het uiterste. Wij maken het ons vaak erg gemakkelijk wat ons geloof betreft, wij menen al heel wat te doen als wij op de topmomenten van ons leven aan God denken, bijvoorbeeld: hij laat zijn kinderen toch nog dopen, hij trouwt toch nog voor de Kerk, hij laat zich toch kerkelijk begraven. Ook als ik niet naar de kerk ga, ben ik nog geen ongelovige; je moet niet menen dat ik niet bid. Maar dat alles mag geen moeite kosten, geen keuze tegen de bierkaai in, het moet uitkomen. Ergens anders zegt Jezus: het Rijk Gods kost geweld en alleen die geweld gebruikt zal er binnengaan. Als wij die maatstaf gebruiken dan weet ik niet of het er velen zijn.

Het tweede dat Jezus ons zegt is: de deur is eng. Pas op voor zelfoverschatting, zegt Hij, het heil zal ons niet zomaar in de schoot geworpen worden. Het is niet zo vanzelfsprekend dat wij in de hemel komen: “velen zullen het proberen, maar zij zullen er niet in slagen’. Dat je christen bent wil nog niet zeggen dat je automatisch in de hemel komt. Bij het oordeel zul jij je niet kunnen beroepen op het geloof van je ouders, op je christelijke familie. De deur is eng, dat wil zeggen: er is een eigen, persoonlijke levenskeuze nodig, die zich uit in een trouwe navolging van de levenswijze van Jezus; anders zal Jezus op die dag zeggen: ik weet niet waar je vandaan komt.

En het derde wat Jezus zegt is: de deur gaat op slot. Als het ogenblik van het oordeel is aangebroken, dan zal het te laat zijn; als je dan de deur mist, is er niets meer te verwachten. Die woorden klinken hard voor diegenen die de uitnodiging om God als tochtgenoot te nemen niet hebben willen aanvaarden. Maar toch eindigt dit evangelie troostvol voor hen die leven in geloof in Jezus. “Velen zullen komen uit Oost en West en aanzitten in het koninkrijk Gods.” Het zal voor ons allen wel een verrassing zijn, want wie wij als laatsten beschouwen, zijn misschien de eersten, en de zelfverzekerde eersten zijn dan misschien de laatsten. Voor zelfgenoegzame zekerheid is er in elk geval geen plaats.

Zoeken in Preken Online