Wij zijn een fietsend land ook al laten we dit voertuig wel eens een tijdje ongebruikt in het schuurtje staan. Maar op een zonnige lentedag halen we hem uit de stalling, slingeren ons in het zadel en dan blijkt, wat op het oog niet te zien was, dat de lucht uit de banden is. Dat merk je pas echt als ze belast worden. Zo gaat het ook in de relatie tussen mensen: tussen man en vrouw, onder vrienden en in maatschappelijke verhoudingen. Pas als ze na een tijdje opnieuw belast worden kan blijken dat de geest er uit is. Die belasting dat kan van alles zijn: terugval in inkomen, gesukkel met de gezondheid om maar eens wat te noemen. Die leegloop gebeurt meestal niet ineens. Het gebeurt zelden of nooit dat de liefde tussen man en vrouw na een eerste ruzietje ineenzakt. Vaak gebeurt er helemaal niets en dat kan de verhouding al poreus maken of het is de sleet van alledag die niet werd opgemerkt en langzaam loopt de geest er uit, van liefde is geen sprake meer.
Met bijna evenveel enthousiasme kunnen we aan een hobby beginnen, aan een studie of een beroep. Als we er niet met enige liefde aan beginnen wordt het al bij voorbaat niets. Maar na verloop van tijd kan blijken dat dit stuk van onze levenstocht op de velgen zit en dat hou je niet lang vol. Sommige beroepen vragen een hogere compressie dan andere. In de zieken- en bejaardenzorg, in het onderwijs en overal waar eigenlijk alleen echte liefde voor mensen samenvalt met liefde voor het vak. Als daar de geest uitloopt heeft dat geweldige gevolgen. In de zorgsector kan men proberen om de motivatie op peil te houden door het salaris te verhogen, het imago en de geest van de mensbetrokken arts of verpleegster wordt dan weggekocht en op den duur zal het natuurlijk onbetaalbaar blijken zoals immers alle liefde in wezen onbetaalbaar is. Wat geldt voor de verhoudingen tussen mensen geldt ook voor de verhouding tot God zoals die door gelovige mensen met enthousiasme kan worden opgepakt en met zorg in stand gehouden. Die verhouding gaat niet naar de bliksem door een ruzie. Maar als die plotseling wordt belast door dan blijkt ook in onze tijd dat alleen al door de stilstand dat de geest, de liefde, er allang uitgelopen is. Het afhaken van kerk en vervolgens van Godsgeloof en -vertrouwen gebeurt niet ineens, het is meestal en kwestie van jaren versukkeling.
Nadat we deze gang van zaken hebben vastgesteld rijst de vraag: Wat is hier aan te doen? Daar wordt vanuit dat stukje evangelie dat we vandaag lezen een antwoord op gegeven. De verhouding tussen mensen en de verhouding tussen God en mensen wordt beschreven zoals dat toen al eeuwen gebeurde: Als de verhouding tussen bruidegom en bruid die op een bruiloftsfeest een feestelijke omlijsting krijgt. Het gaat niet over zo maar een bruiloft, het gaat over die verhouding. De situatie is die van de versukkeling: er is geen wijn, de geest is er uit, zo die er al voldoende is geweest.
Aan Maria vragen wij opnieuw: Wat hier aan te doen en het antwoord luidt:” Doet maar wat Hij u zeggen zal” . Wat Jezus zeggen zal is ons overmatig bekend uit zijn woorden en zijn daden. Niet een betere betaling, maar zijn God- en mensbetrokken goedheid dat is de wijn die de geest opnieuw er in kan brengen. “Doe het nu maar zo.”. Dat is het antwoord. En als die geest er in komt dan worden smakeloze en kleurloze verhoudingen tot een smakelijk en kleurrijk feestmaal; water wordt wijn. Een wonderlijk gebeuren dat telkens opnieuw kan plaats vinden waar mensen Hem en zijn levenswoorden- en daden in zichzelf toelaten.
Sinds die beschrijving van een bruiloft in Kana weten wij wat Jezus gedaan heeft en gezegd; wij hoeven niet meer te vragen waar die geest vandaan komt. In Kana was nog niet het moment aangebroken dat die geest helemaal kon doorbreken, maar dat is intussen al lang zo en of het gebeurt ligt aan onszelf.