CARNAC
Aan de Zuidkust van Bretagne, ten noorden van het stadje Carnac, ligt een haast onafzienbare dorre vlakte. Daarop staan in elf rijen 1099 steenzuilen: geweldige brokken onbehouwen stenen, sommige vier tot zes meter, andere nog geen meter hoog. Ze staan allemaal met de punt in de grond, rechtop, als omgekeerde kegels. Ze zijn allemaal anders, meestal grillig van lijn.
Niemand weet hoe die stenen daar zijn gekomen. Men heeft uitgerekend, dat ze neergezet zijn tussen 3500 en 1800 vóór Christus, door mensen over wie wij nauwelijks iets weten. Wel weten wij dít: die stenen staan allemaal in elkaars verlengde, en gericht van oost naar west, precies in de as van de lijn waarop de zon op de langste dag van het jaar op- en ondergaat. Op die dag vormen de schaduwen van die stenen één grote, haast onderbroken lijn. De enige verklaring is, dat die stenen iets te maken moeten hebben met de zonnecultus en dat de mensen van toen in die stenen hun geloof hebben willen uitdrukken in de macht, de grootheid en de warmte van de zon. Ook ons samenzijn hier vindt zijn grond in een diepe en heilige ervaring dat wij geloven. Wij geloven dat wij een band, een Verbond, hebben met de Eeuwige. Wij geloven dat wij de bron van ons bestaan vinden in Iemand die leven geeft. Bovendien laten wij ons geloven bijzonder inkleuren door Jezus, onze Messias, die - om met het verhaal van Kana te spreken - de beste wijn had bewaard voor het laatst.
KANA
Keren wij dan terug naar het verhaal van de bruiloft te Kana. Dat is niet zomaar een verhaal, b.v. om te laten zien dat Jezus ook wel van een feest hield. Nee, het heeft een veel diepere grond. Daar wordt bruiloft gevierd, en de bruidegom staat centraal. De bruidegom geeft de bruiloft, en hij zorgt voor de wijn. En dit alles ter ere van de bruid. Zo gaat dat in het oosten. Maar dan gaat de evangelist Johannes a.h.w. de rollen verwisselen. Hij laat Jezus voor de wijn zorgen, nog wel voor de beste wijn. Hij maakt Jezus tot de bruidegom. Degene in wie God zelf mens is geworden, wordt bruidegom. Bruidegom van wie? Van ons mensen. Dan krijgt de wereld a.h.w. een nieuw begin. Dan krijgt het beeld waarover wij hoorden in de eerste lezing, een heel eigen invulling: het beeld van de bruidegom en bruid, van God en zijn volk, van God en ons mensen. Zoals wij zingen: ‘Hij huwt de mensen aan elkaar, - zijn liefde gaat van mond tot mond, - Hij geeft zijn lichaam ons in handen. - Zo leven wij zijn nieuw verbond.’
HET BIJZONDERE VAN HET GEWONE
Maar, blijven wij met de benen op de grond. Met elkáár moeten wij het doen: dat bouwen aan een nieuwe wereld, dat zorgen dat die vaak bedroevende wereld toch iets feestelijks krijgt, iets van die bruiloft. Wij zijn allemaal gewone mensen. Maar, hoe het ook zij, de bruidegom is in en door al die mensen bezig. Er zijn mensen nodig die je a.h.w. stiekem aanstoten en zeggen: ‘Ze hebben geen wijn meer’, en weer anderen die de vaten vullen, en weer anderen die de zaken regelen. Bedenken wij ook: het evangelie van vandaag noemt het veranderen van water in wijn een teken, en wel een teken van heil. En Jezus laat zien, dat dit heil in de gewone dingen aanwezig kan zijn, als wij het teken maar verstáán. Het gewone wordt bijzonder, water wordt wijn. Dat mogen wij vandaag vieren! Mogen wij eraan meewerken, dat dit steeds méér wordt verwezenlijkt: de wereld opnieuw, gelovende, hopende, liefdevolle mensen, een bruiloft van Kana.