Wijn "schenken" (2007)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 2e zondag · groen

Vrouwen hebben veel vóór op mannen: intuïtie, inlevingsgevoel. Ze zien dingen die wij, mannen, niet zien, ze voelen dingen die wij, mannen, niet voelen. Moeders hebben dat in nóg sterkere mate. Moeders voelen onmiddellijk aan wanneer iets niet goed zit, wanneer iemand met problemen rondloopt. Er is nog geen woord gezegd, een ongewone beweging is al voldoende, een blik in de ogen is al voldoende, en moeders begrijpen onmiddellijk dat er iets aan de hand is. Moeders hebben weinig woorden nodig.
Moeders kunnen zich ook onmiddellijk inleven in andermans situatie. Ze voelen zich onmiddellijk betrokken wanneer anderen in de problemen zijn.
Maria heeft het, met haar vrouwelijke intuïtie, met haar gevoel als moeder, dan ook al lang begrepen, op dat bruiloftsfeest in Cana, aan het zenuwachtig op-en-neer geloop van de obers, aan de blikken waarmee ze elkaar aankijken, dat er iets aan de hand is. De ultieme ramp die een bruiloftsfeest kan treffen : de drank is op ! Maria heeft het begrepen : « Ze hebben geen wijn meer …». Het typische gevoel van een moeder, die zich inleeft in de situatie, en die, hoewel ze wellicht zelf geen wijn drinkt, het toch van de anderen zo erg vindt dat de wijn op is.
Jezus heeft de typische, afstandelijke reactie van een man. De reactie van: ‘Niet mijn probleem’ : « Is dat soms jouw zaak », zegt Hij, een beetje kortaf, tegen Zijn moeder. Hij doet dus niets. Maar Maria neemt dan tóch het initiatief, met die prachtige zin die de evangelist Johannes ons overlevert : « Doet maar wat Hij jullie zeggen zal ».
Die prachtige zin, die wij beschouwen als een samenvatting van de kern van de Maria-devotie, de rol van Maria in ons geloof, de voorspraak van Maria, die voor ons ten beste spreekt bij haar Zoon Jezus, maar zichzelf nooit op de voorgrond zal plaatsen, nooit zal suggereren dat dingen gebeuren dankzij haar, nee, alleen dankzij haar Zoon : « Doet maar wat Hij jullie zeggen zal ».
En dan pas laat Jezus zich overhalen. Op het verzoek van Zijn moeder. « Doet die kruiken vol water ». Hij doet het niet zelf, Hij laat het anderen doen. Hij laat het ons doen. Water scheppen kan iedereen. Dat is geen wonder. Verder doet Jezus niets. « Schep er wat uit en breng het aan de tafelmeester ». En het blijkt wijn te zijn… !

Wie heeft hier het wonder gedaan ? Jezus ? Maar Hij doet niets. Geen groot gebaar ten overstaan van de bruiloftsgasten. Hij hangt het niet aan de grote klok. Hij zegt ook niets meer. Geen van de gasten heeft iets gezien, niemand heeft iets gemerkt. Nee, hij laat de eer, de verwondering, aan de dienaren. De dienaren verrichten uiteindelijk het wonder. Ze schenken geen water, maar wijn.
Het is alsof Jezus tot ons zegt : je denkt dat je water schenkt, maar je schenkt heerlijke wijn. Onderschat jezelf niet ! Schenk water, en het blijkt wijn te zijn. Mensen, je bent in staat om van gewoon ordinair water wijn te maken, je bent in staat om de gewone dingen van het leven iets moois te maken. Je denkt dat je gewoon, ordinair water in je kruik hebt, maar je bent veel meer waard, je kunt veel meer. Maar zolang je de kruik laat staan, blijft er water in staan. Pas wanneer je gaat schenken, pas wanneer je uit jezelf treedt, van jezelf weggeeft, dan pas zal blijken dat je in feite goede, heerlijke, wijn schenkt. Maar je moet wel schenken. Aan anderen. ‘Schenken’ betekent ‘geven’. Geven aan anderen. Weggeven van jezelf aan anderen. Hou je het zelf, dan blijft het water. Geef je het door, dan blijkt het wijn te zijn.
Een wonder? Nee, geen wonder, een teken.
Het verhaal over de Bruiloft van Cana komt alleen voor in het evangelie van Johannes. En we weten dat het Johannes-evangelie boordevol symboliek zit.
Wanneer Johannes zijn verhaal over de Bruiloft van Cana begint met de woorden : “op de derde dag”, dan doet hij dat heel bewust. Dan verwijst hij naar een andere “derde dag”, naar die andere “derde dag” van Jezus, de “derde dag” van Jezus’ Verrijzenis. De bruiloft van Cana is geen wonder, zo zegt Johannes uitdrukkelijk, maar een teken. Een teken verwijst. En Johannes geeft ook aan waarnaar dat teken verwijst.
Op het bruiloftsmaal van Cana, helemaal in het begin van Zijn openbare leven, houdt Jezus maaltijd, en drinkt Hij wijn. Zijn uur is nog niet gekomen. De volgende keer dat Jezus, in het evangelie van Johannes, deelneemt aan een maaltijd, en wijn drinkt, als Zijn uur wél gekomen is (Johannes 13), is dat bij Zijn laatste Paasmaal. dan drinkt Hij wijn met ons, en dan verwijst Hij naar die andere « derde dag ». Zijn derde dag, onze derde dag.
Ook vandaag staat er wijn op de altaartafel, en vieren wij Jezus’ maaltijd met brood en wijn, het Bruiloftsmaal van Cana, het huwelijk tussen God en Zijn volk, maar tegelijk ook Jezus’ laatste maaltijd, die maaltijd toen Jezus zei: “Ik zal geen wijn meer drinken, totdat het Rijk Gods gekomen is” (Lucas 16,28). En zo mogen wij, op deze zondag, op deze “derde dag” van Zijn Verrijzenis, Jezus’ wijn drinken. In Cana laat hij ons schenken, bij deze maaltijd is het Jezus die ‘schenkt’, die Zichzelf ‘schenkt’.

Zoeken in Preken Online