Onze hartelijke God schenkt hier voor ons de beste wijn (2004)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 2e zondag · groen

Het was te Kana in Galilea
dat Jezus een begin maakte met de tekenen
die Zijn heerlijkheid openbaren!

Dit is dus een verhaal
vol symbolische tekens.
Daarom blijven wij best niet steken
bij de uiterlijke, historische details van toen,
maar moeten wij ons vandaag
weer laten raken en aanspreken
door de diepere zin van wat verteld wordt.
Het mirakel van Kana gebeurt
immers nog veel sterker dan weleer
hier onder ons, vandaag.

Jezus kan in onze wereld van vandaag
alleen maar nieuwe, goede wijn schenken
als er eerst door mensenhanden
water wordt aangebracht, veel water!
Het water is het symbool
van wat wij kunnen aanbieden,
onze inspanningen,
onze dienstbaarheid,
die God nodig heeft
en die Hij gebruikt voor Zijn werk.
Alledaags, menselijk water
wordt veranderd in goddelijke feestwijn.
Door kleine gebaren, attenties,
brengen wij voortdurend menselijk water aan,
en eigenlijk, meestal zonder het te beseffen,
schenken wij daardoor goddelijke wijn.
Wij bezoeken een zieke,
wij helpen een gehandicapte op straat,
wij bedenken voor iemand een goed woord…
heel eenvoudige dingen misschien,
maar eigenlijk doen wij goddelijk werk
en brengen wij goddelijke vreugde.

Om de diepte van het verhaal te begrijpen
is het goed te weten
dat op een Joods bruiloftsfeest
de bruidegom
moest zorgen voor de wijn.
En wij hebben gehoord hoe de tafelmeester,
bij het proeven van de nieuwe, heel goede wijn,
dan ook spontaan
de bruidegom ging feliciteren.
Er wordt daarbij met nadruk gezegd
dat er slechts enkelen zijn die méér weten,
die weten voor Wie dat compliment
in feite bestemd is.
De dienaars nl,
zij die het water hadden aangebracht en geschept,
zij weten van Wie die goede wijn eigenlijk komt.
Hier worden wij, gelovigen,
in het verhaal beschreven.
Wij zijn die dienaars,
diegenen die reeds wat meer ingewijd zijn
in het geheim
en die méér weten.

En daarmee zitten wij
in de kern van het verhaal.
Voor de dienaars, die méér weten,\

  • voor ons dus die dieper kijken
    en geloven -
    heeft Jezus Zich hier laten kennen
    als de Bruidegom bij uitstek,
    als dé Bruidegom van heel het Godsvolk.
    En hierdoor wil de evangelist Johannes
    ons Jezus voorstellen als de Vertegenwoordiger
    van een heel nieuwe God,
    namelijk van een God
    die een hart heeft dat bemint,
    van een God
    die met ieder van ons innig verbonden wil geraken
    in een liefdesrelatie.
    Toch wel een heel andere God
    dan de strenge, hoogheilige Jahweh.

    Geen enkele cultuur buiten het christendom
    heeft zo menselijk durven spreken
    over de relatie tussen God en mens.
    God is op ons verliefd.
    Hij wil met ons ge-trouwd zijn als een Bruidegom.
    Tussen de christelijke God
    en iedere mens die in Hem probeert te geloven
    is er dan ook geen plaats
    voor schrik of slaafse onderdanigheid,
    maar alleen voor die heel tedere,
    intieme, trouwe verbondenheid,
    van respect voor elkaar
    en terzelfdertijd van vurig verlangen naar elkaar,
    zoals tussen twee verliefden.
    In het christendom worden wij
    door God volledig in onze vrijheid gerespecteerd,
    maar zijn wij terzelfdertijd
    onnoemelijk beminnelijk
    in Zijn ogen en Zijn hart.

    Een heel nieuwe, menslievende God dus,
    dat is eigenlijk hetgeen het verhaal van vandaag
    ons wil duidelijk maken,
    door Jezus voor te stellen
    als dé echte Bruidegom van ons allen.
    Onze God is geen afstandelijke,
    eisende of straffende,
    maar een zeer nabije, menslievende
    en hartelijke God.

    En dan nog een woord over Maria.
    In Kana vinden wij Maria
    niet aan de eretafel,
    maar eerder dichtbij de keuken en de dienaars.
    Hebt u al opgemerkt
    dat Maria altijd wat opzij staat,
    bescheiden, klaar om te dienen?
    Het wonder gebeurt op haar voorspraak
    en dank zij haar onmetelijk groot vertrouwen.

    Jezus noemt haar
    met eerbied en liefde: “Vrouw”,
    dé Vrouw bij uitstek.
    In Maria herkennen wij de echte Kerk,
    de gemeenschap van mensen,\
  • mannen en vrouwen -
    die bidden, dienen
    en in vertrouwen water scheppen,
    elke dag opnieuw.

    Het is Maria die aan de dienaars\
  • aan ons dus - elke dag opnieuw zegt :
    “Doe maar wat Hij van u vraagt!”

    Vandaag is het op voorspraak
    van deze kerkgemeenschap hier
    dat het wonder weer kan gebeuren.
    Door de voorspraak van deze kring
    van biddende en dienstbare gelovigen

    Laten wij daarom vooral doen
    wat Hij, de Liefde, van ons vraagt:
    onze kruiken vol water doen,
    royaal water aanbrengen dwz:
    onze edelmoedige inzet de volgende dagen,
    onze goede voornemens voor dit jaar,
    de vernieuwde trouw van ons leven.

    Daarmee kan de Heer weer in brood en wijn
    de overvloed van Zijn liefde schenken.
    Daarmee bezorgt Hij ons zo’n diepe vreugde,
    dat wij weer smaak gaan krijgen in het leven.
    Want wij, de dienaars, die water hebben geschept
    en die meer weten,
    wij weten vooral dat wij een God hebben
    die van ons houdt
    als de meest hartelijke Bruidegom!

    Mensen,
    nu worden wij uitgenodigd
    aan Zijn tafel.
    Zie welke goede wijn
    Hij tot nu tot heeft bewaard

\

Voor de communie

In Kana was er wijn in overvloed,
symbool van de immense vreugde
die ontstaat als Jezus onder de mensen komt,
als het Rijk Gods doorbreekt.
Scherpzinnige geesten
hebben een beetje guitig opgemerkt
dat er eigenlijk toch veel te veel wijn was,
méér dan 600 liter!
“Zij kunnen die zes kruiken daar
onmogelijk helemaal leeg gedronken hebben!
Wat hebben zij wel met de rest gedaan?”
En één van de Kerkvaders (Ireneus van Lyon)
gaf op die vraag het volgend mooi en diep antwoord:
“De rest?
Daar drinken wij nu nog van,
elke dag, telkens als wij Eucharistie vieren!”

En het was daarbij nog heel goede wijn!
Bestaat er betere drank
dan die wij hier
aan deze tafel ontvangen :
Jezus’ levenssap zelf.
“Gij, Heer, gij hebt de goede wijn
waarlijk voor ons tot nu tot bewaard!”

Zoeken in Preken Online