19e zondag door het jaar C - 2001

C-cyclus · Tijd door het jaar · 19e zondag · groen

“Het heeft de Vader behaagd aan u het Koninkrijk te schenken. Weest ook gij bereid, want de Mensenzoon komt op het uur waarop gij het niet verwacht.”

Zusters en broeders, uit deze woorden leidden de eerste christenen af dat de wederkomst van Jezus op aarde hooguit een kwestie jaren was. Paulus was er zelfs van overtuigd dat hij het nog tijdens zijn leven zou meemaken. Jezus zou terugkomen, hen deelachtig maken aan het Rijk Gods en hen opnemen in het rijk der hemelen. Maar toen Jezus niet kwam, sloeg bij sommigen de hoop om in wanhoop. Ze voelden zich bedrogen, en hadden de neiging om af te haken. Bij het eerste gezicht lijkt dat misschien te begrijpen, maar bij nader toezien is het dat niet, want ’t is misschien niet mooi om het te zeggen over de eerste christenen, maar ze hebben zich vergist. Jezus was wel degelijk teruggekomen, maar niet op de manier die zij verwachtten. Ze zagen niet in dat Hij aanwezig was in hun manier van leven, in hun onderlinge liefde, in hun inzet voor armen, weduwen en wezen, en in hun bekommernis voor allen die het moeilijk hadden. Jezus wàs dus onder hen aanwezig, zoals Hij ook hier aanwezig is, nu we samen zijn om Hem te vieren en naar zijn woord te luisteren.

En vandaag houdt Hij ons voor: Weest waakzaam. Waakzaamheid: als er iets is waar we goed in zijn is het zeker waakzaamheid. We letten op wat we hebben en we beveiligen ons bezit, en dat is best begrijpelijk, want het aantal diefstallen en inbraken gaat er de jongste jaren niet echt op achteruit. Waakzaamheid is dus normaal voor ons. Alleen, met waakzaamheid bedoelt Jezus iets anders dan wat wij eronder verstaan. Eigenlijk bedoelt Hij bijna het omgekeerde. Hij beklemtoont immers dat we ons niet te zeer mogen hechten aan de dingen van deze wereld, aan geld en goed en bezit. Houd uw lendenen omgord, zegt Hij. Doe niet alsof dit leven en uw rijkdom eeuwigheidswaarde hebben. Investeer niet al uw wensen, dromen en verlangens in het materiële. ld. Stouw uw leven niet vol met puur bezit, want dan is er geen plaats meer voor Mij en voor uw naaste. En vestig u niet alsof het voor eeuwig is, want denk erom: een christen is altijd in beweging, is altijd onderweg, is in dit leven nooit definitief aangekomen.

Zusters en broeders, het evangelie van vandaag is het directe vervolg van dat van verleden week. Het gaat dus in wezen om hetzelfde, namelijk dat rijkdom en bezit niet het doel van het leven kunnen zijn. Jezus was daar heel sterk van doordrongen. Van de 37 parabels die we van Hem kennen, zijn er niet minder dan 13 die met geld te maken hebben. Voor Hem leek het vast te staan dat geld en het Rijk Gods zo goed als onverenigbaar zijn, en we hoeven er echt niet lang over na te denken om te weten dat het inderdaad zo is. Want hoe meer mensen, ook wij, met geld en goed bezig zijn, hoe minder tijd en belangstelling we hebben voor God en voor elkaar. Het is dus geen toeval dat in het almaar rijker wordende Westen de kerken de jongste twintig jaar behoorlijk leeggelopen zijn. In de armere landen daarentegen is dat niet het geval, veeleer integendeel. Jezus waarschuwt ons dus. Wees waakzaam, zegt Hij, dat uw geloof niet onder uw voeten wegebt, en dat uw godsvertrouwen niet wordt weggehaald. Als ge niet oppast, zijt ge het kwijt voor ge het weet. Niet ineens en met geweld, maar stilletjes aan, bijna zonder dat ge het merkt wordt het weggehaald door uw te grote belangstelling voor rijkdom en bezit, en voor de dingen, de vedetten, de nieuwsjes, de poenscheppers, de tv-programma’s van deze tijd. Want voor ge het weet, zijt ge verschrompeld tot een kleine kudde.

Zusters en broeders, een kleine kudde, dat zijn we inderdaad geworden,en dat terwijl de meesten onder ons zich nog de overvolle kerken herinneren, met rijke liturgische vieringen en een overvloed aan priesters en religieuzen. Veel blijft daar niet meer van over, misschien omdat de Kerk vroeger te zelfbewust was, en omdat ze onvoldoende leefde in de verwachting van het Rijk Gods. Ze was een instituut op zichzelf geworden, ze deed alsof ze gearriveerd was en definitief gevestigd, en ze gedroeg zich alsof zijzelf voor eeuwig het doel was van haar eigen bestaan en alsof zijzelf haar lot in eigen handen had. Maar niet de mens, wel God bepaalt het lot van zijn Kerk. Een Kerk die hier een kleine kudde geworden is. En tot die kleine, en dikwijls ook verwarde en angstige kudde spreekt Jezus vandaag heel bemoedigende, en vooral heel geruststellende woorden. Wees niet bevreesd, zegt Hij. Ga niet ten onder in moedeloosheid en wanhoop. Immers, het heeft de Vader behaagd aan u het Koninkrijk te schenken. Het Koninkrijk van vrede, van liefde, van broederlijkheid. Zolang ge leeft naar mijn woord ben Ik in uw midden, en draag Ik u in de palm van mijn hand. Amen.

Zusters en broeders, ik vind deze woorden van Jezus het mooiste wat ons vandaag, op deze heerlijke zomerzondag, kan overkomen. Amen.

Zoeken in Preken Online