In het evangelie van vandaag
horen wij één van de mooiste uitspraken
die Jezus ooit rechtstreeks tot ons gesproken heeft:
“Wees niet bezorgd, kleine kudde…
Het heeft uw Vader behaagd
u het koninkrijk te schenken…”
Deze uitspraak zit boordevol tederheid en bezorgdheid
van Jezus naar ons toe.
Boordevol goed nieuws ook:
de toezegging van het Rijk Gods.
De grote belofte van de blijde Boodschap.
De kleine kudde, dat zijn wij, hier aanwezig.
Zo voelen we ons toch: een kleine kudde?
Eigenlijk gelijken méér en méér
op die eerste christengemeenschappen
in Jeruzalem en daarbuiten.
Die gemeenschappen waren ook klein.
En op het eerste gezicht
hadden ze maar weinig aanzien en invloed.
Ons gelovig bewustzijn heeft ook véél van de trekken
van het geloof van Abraham.
Want Hij is het die als eerste begonnen is
met die grote trektocht naar het Rijk Gods.
Dat horen wij in de tweede lezing:
“Door het geloof heeft Abraham gehoor gegeven
aan de roeping van God,
en ging hij op weg naar een land
dat bestemd was voor hem en zijn erfgenamen.”
Ons persoonlijk geloofsleven,
en ook dat van de kleine kudde in haar geheel,
lijkt inderdaad steeds meer op dat geloof van Abraham.
Hij is de vader van ons geloof.
Wij noemen hem dan ook aartsvader.
Abraham was een zoeker, een trekker.
Hij trok weg uit zijn land.
Alle zekerheden liet hij achter zich.
Hij ging een belofte achterna…
Op weg naar een land dat hem beloofd was…
Hij leefde in tenten, niet in een vast huis.
Op hoop van zegen…
Zijn énige toekomst was die belofte van God…
Paulus zegt het:
“Gelovigen kun je herkennen aan het feit
dat ze op zoek zijn naar een vaderland.
Zij leven van een belofte…”
Zij leven in verwachting …
Uitziende naar het komende Rijk van god,
dat Rijk van liefde…
Daarheen zijn wij op weg, als een kleine kudde…
Waakzaam moeten we zijn, zegt Jezus.
Wij moeten uitzien
naar de tekenen van Gods aanwezigheid in deze wereld.
Waakzaam zijn betekent niet alleen maar
passief afwachten.
Het betekent ook dat wij schikkingen moeten treffen,
zoals het evangelie zegt.
Wij moeten de handen uit de mouwen steken…
Wij moeten de nieuwe toekomst voorbereiden.
Tegelijkertijd moeten wij ook de belofte van God
levend houden in ons midden
en doorgeven aan hen die na ons komen.
Wat betekent deze parabel nu voor ons,
christenen van deze tijd?
De Heer komt ook nu tot ons…
Hij komt op véle wijzen en mééstal onverwachts…
In de ontmoeting met een arme,
in de stilte van een wandeling,
in een gesprek tussen man en vrouw,
of tussen ouders en kinderen in de avond,
bij een bezoek aan een kerk onderweg…
Maar wij moeten wél gereed zijn
voor die komst van de Heer midden in ons leven.
Hoe kunnen wij zo gereed zijn?
Hoe worden wij aandachtig
voor die tekenen van Gods aanwezig-zijn?
Héél concreet door te proberen te leven in een klimaat
waarin liefde, vriendschap en verbondenheid
centraal staan.
Dan zullen de tekenen van Gods nabijheid
niet aan ons voorbijgaan…!!!
Het leven is ons gegeven.
Het is een rijke gave.
Wij kunnen er alle kanten mee uit.
Onze eigen weg kiezen: dat is ónze verantwoordelijkheid.
Voor de christen is leven:
de liefde in de praktijk brengen.
En dat is een ernstige opgave.
Daarom roept Jezus ons op: “
Gij moet goede vruchten voortbrengen,
het onkruid zal vernietigd en verbrand worden,
de dorre boom zal omgehakt worden en ga zo maar voort.”
Dit leven dat God ons toevertrouwt
is geen stukje speelgoed.
Integendeel : wij hebt maar één leven.
Wij moeten er angstvallig over waken
en het tot zijn vólheid laten komen.
Ons leven is ons toevertrouwd
en in Gods naam hebben wij het te beheren.
Eéns zullen wij rekenschap moeten afleggen
tegenover onszelf, tegenover onze medemensen,
tegenover onze Schepper.
Het uur van rekenschap kennen wij niet.
Maar dat alles zó vlug gaat en zó vergankelijk is,
dat weten wij maar ál te goed!!!
Wij ontdekken het alle dagen in onszelf en rondom ons.
Het zou dwaas zijn daar géén rekening mee te houden:
de Mensenzoon komt op het uur
waarop wij het niet verwachten.
Weest daarom waakzaam.
Zusters en broeders,
laten wij dan door het leven gaan
met oog en oor voor elkaar.
Als vaders die aandacht hebben
voor het kleine en grote leed van hun kinderen…
Als moeders bij wie vaders en kinderen terecht kunnen…
Als werkgevers die hun werknemers
met respect behandelen…
Als politici die er niet zijn voor zichzelf
maar voor de gemeenschap…
Als priesters die échte herders zijn…
En als leken die hun geloof ook écht beleven…
Op vakantie, thuis of onderweg,
laten wij er zijn voor elkaar en voor de ander.
Laat niemand bij ons aankloppen
en teleurgesteld weggaan, omdat wij niet opendoen.
Laten wij de deur van ons hart openhouden:
de deur van onze aandacht, van ons medeleven,
van onze hulpvaardigheid, van onszelf.
En dat álles vanuit ons geloof.
Vanuit de vaste grond van onze hoop:
die grote belofte van Godswege:
“Wees niet bezorgd, kleine kudde…
Het heeft uw Vader behaagd u het koninkrijk te schenken.”
19e zondag door het jaar (2004)
C-cyclus · Tijd door het jaar · 19e zondag · groen