Evangelieprikje (2007)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 19e zondag · groen

Er zijn heel wat moeders die in het week-end niet zo vast slapen als tijdens de week. Wanneer de kinderen thuiskomen van het uitgaan heeft zij het wel gehoord. In sommige gezinnen is dat niet het geval of is het de vader die het opmerkt. Pas wanneer iedereen thuis is, kan men echt slapen. Het is een hedendaags voorbeeld van wat waken is. Want ook vandaag nog zijn er behalve professionele wakers en waakdieren als honden en ganzen nog mensen die waken. Ouders die waken om te zien of hun kinderen al veilig thuis zijn, kinderen bij een zieke ouder, ouders bij een ziek kind. In het evangelie van vandaag roept Jezus ons op ten alle tijde waakzaam te zijn. Dit evangelie en soortgelijke teksten worden vandaag vaak gelezen in het licht van de dood, maar eigenlijk bedoelde Jezus Zijn terugkeer op aarde.

Waken is niet hetzelfde als wachten, waken is actiever. En toch, je kan slapen en waken. Het betekent dus niet dat je niet meer mag rusten, dat je altijd bezig moet zijn, integendeel, niemand houdt dat vol. Het betekent dat je ten alle tijde je afvraagt of je probeert te doen wat God van je verlangt. Jezus gebruikt enkele beelden om dat duidelijk te maken.

Altijd weer moeten we klaar staan, de lendenen omgord, om het land van slavernij te ontvluchten. In het boek Exodus staat het letterlijk. Letterlijk moeten we het niet meer doen, maar figuurlijk des te meer. We moeten er over waken dat we geen slaven worden van instituten, onszelf, … daartoe heeft God ons niet geroepen. Slavernij breekt een mens. Van de gelovige wordt verwacht dat hij recht staat en wegtrekt uit alles wat verslavend is. Ieder kan voor zichzelf invullen wat dat kan betekenen. Een christen is geroepen tot vrijheid, met alle kanttekeningen van Paulus daaromtrent erbij.
Een ander beeld dat Jezus hier gebruikt voor de wakende mens is de brandende lampen. Ook dat is een heel mooi beeld voor de christen. Wij mogen ons, Paulus herhaalt het telkens weer, kinderen van het licht noemen. Maar zelfs als wij kinderen van het licht zijn, betekent dat nog niet dat er geen duisternis meer is. In elk leven is er duisternis en die kan zo beklijvend zijn dat je de moed of de kracht niet meer hebt om je lamp van het geloof te voeden en zo gebeurt dat ook die lamp op den duur dooft. De lamp van het geloof kan je maar voeden met gebed en bijbel. Maar het gaat uiteraard niet alleen om onze eigen lamp, als we zien dat andere mensen in duisternis zitten, dan is het onze christelijke plicht om letterlijk “ons licht daar eens op te steken”.

Jezus gebruikt ook enkele beelden om ons te doen snappen dat we ten alle tijde klaar moeten staan. De voorbeelden zijn misschien wat uit de tijd, maar het is duidelijk wat Hij bedoelt. We moeten klaar staan als knechten die hun meester opwachten als hij van een bruiloft komt. Dat is natuurlijk iets wat wij vandaag niet meer kennen, de enige die ons soms nog opwachten na een bruiloftsfeest is de politie en het mag gezegd: we zijn niet altijd even blij dat ze aan het waken zijn. Jezus gebruikt hier dit beeld omdat een bruiloft het uitgesproken beeld is van het Rijk Gods waarbij Jezus de bruidegom is. Van een bruiloftsfeest weet je meestal wel wanneer het begint, maar niet wanneer het eindigt. Als je wil klaar staan om je meester te bedienen, kan je niet voorspellen wanneer je moet wakker zijn, op elk moment moet je waken.
Jezus komt als een dief in de nacht. Een ordinaire dief die nog wat eerbied heeft voor je leven, zal ofwel op de vlucht slaan als hij je tegenkomt of zal je bedreigen: je geld of je leven. Jezus is een andere dief, Hij heeft geen interesse in je geld, enkel in je leven: hoe heb je geleefd? was je vrij van slavernij? heb je de lamp van het geloof brandend gehouden en laten schijnen in de duisternis van het plekje waar jij mocht leven?
Twee beelden om te zeggen dat God altijd van ons verwacht dat we ons ‘christelijk’ gedragen. Christen zijn is niet iets wat is voorbehouden voor de eredienst. De eredienst krijgt maar zin en betekenis als we ook daarbuiten proberen te leven vanuit het krachtig geestelijk voedsel dat we daar mochten ontvangen. Christen ben je ook in je relaties, in je omgaan met geld, … Vandaar de noodzaak om dat geloof altijd weer te voeden en niet alleen als het wat moeilijk is. Als we zeggen dat we moe zijn, dat het hoog tijd is om de batterijen op te laden, letten wij er dan op, waken wij er dan over dat we ook de batterij van het geloof opladen?

Zoeken in Preken Online