- Jezus’ komst en zijn wederkomst loopt door heel het evangelie als een zilveren lint. Hij had bij zijn afscheid gezegd: “Ik ga heen, maar Ik kom terug” (Joh. 14,28). Dit komen neemt vele vormen aan zoals we het horen in het lied “Gij komt tot ons, gans onverwacht in alle mooie dingen…, Gij komt tot ons in ’t morgenuur…, … tot ons in heel de dag…, … als ’t avond wordt… “ (ZJ 715).
- Daar is zijn eerste komst die we vieren op Kerstmis. Daar is zijn uiteindelijke wederkomst op de oordeelsdag. Daartussen liggen heel wat andere momenten waarop Hij komt… Het evangelie van vandaag (Lc. 12,32-48) legt bijzonder veel nadruk op het verrassende van zijn komen, dat toch voor iedereen zelfs van beslissend belang kan zijn. Niet zonder reden komt dit thema steeds weer in diverse parabelen als chronisch zijn kop opsteken. Vandaar de gestage oproep om onbevreesd maar wakker voor Hem klaar te staan. Moeten we die komst vrezen of mogen we er blij om zijn ?
1. Daar is zijn komst die de knecht overvalt, die de Heer niet verwachtte.
- Het is een variante op de parabel van de dwaze bruidsmeisjes, van wie de lampen onklaar waren (Mt. 25, 1-13), of van de man die zijn ene talent in de grond stopte (Mt. 25,25), en de man die zijn pond in een doek had verborgen (Lc. 19,20). We hoorden vorige zondag de parabel van de rijke boer (Mc. 12,15-21), die zijn schuren sloopte om grotere te bouwen, om daarin zijn rijke voorraad aan koren op te bergen, en om zo lekker uit te rusten: “Dwaas nog deze nacht komt men je leven van je opeisen… Zo gaat het met de man die vergaart voor zichzelf maar niet rijk is bij God.” En nu: “Verschaf u beurzen die niet verslijten… Waar uw schat is, daar zal uw hart zijn” (Lc 12,33-34).
\ - Vorige eeuw (anno 1977) stierf Paul Getty op 84-jarige leeftijd. Oliemiljardair, rijkste man ter wereld, in een historische oude woning in Londen, beveiligd met tralies en schepers. Hij bezat kunstcollecties in Kalifornië en olievelden in de Noordzee. Hij bekende bijna nooit aan caritatieve werken te hebben gegeven, en dat zijn rijkdom hem ten slotte niet gelukkig had gemaakt. Het jaar na hem stierf de showman Claude François, bikkelharde zakenman in de platenindustrie, en als vedette in de media alom bejubeld. Hij stierf totaal onverwacht geëlektriseerd in zijn badkamer.
\ - Wij kiezen voor eigen veiligheden en zekerheden: comfort, geldbeleggingen en polissen. En de neurosen zijn talrijker dan ooit. De Zwitserse psychiater Jung zei reeds in zijn tijd dat 1/3 van zijn patiënten ziek waren door de zinloosheid van het leven. We steken als de struisvogel onze kop in het zand om door de komende werkelijkheid niet te worden gederangeerd. We leven niet in het vooruitzicht dat Iemand, die ons liefheeft, op komst is. Onlangs las ik op het rouwprentje van een priester die ene zin: “De enige levensverzekering waarvan geen polis bestaat is het Geloof” (BzN). \
2. Maar daar zijn ook de dienaars die zich op die komst hebben voorbereid.
- Bemerk de woorden die Jezus hier gebruikt: “Houd uw lenden omgord en de lampen brandend.” De term “zich omgorden” was in de bijbelse taal courant. De Israëlieten moesten zich omgorden om het Paaslam te eten en de uittocht te beginnen (Ex. 12,11). Jahweh liet profeten hun gordel aantrekken voor zware opdrachten: Elia (1 Kon. 18,46), Jesaja (Jes. 32,11), Jeremia (Jer. 1,17)… Israël voelde zich omgord met de kracht van God (Ps. 17,33,44; 92,1; 108,19…) Zich omgorden betekende zich klaarmaken voor een taak. Met de gordel kon men de klederen opschorten om flink te marcheren en degelijk te werken. En de lamp was nodig om hierbij in de nacht goed te zien.
\ - “Gelukkig de dienaars die de Heer bij zijn komst wakend zal vinden, en die wanneer Hij aanklopt Hem aanstonds open doen”. Het is een nieuwe zaligspreking. Een echo horen we in Openb. 3,20: “Zie, Ik sta aan de deur en klop. Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik bij hem binnenkomen en maaltijd met hem houden, en hij met Mij.” Maaltijd houden betekende bij de Joden verbondenheid, zelfs intieme vriendschap. Jezus zei het met ongeveer dezelfde woorden bij het laatste avondmaal: “…Wij zullen tot hem komen en verblijf bij hem nemen” (Joh. 14,23).
\ - De vele maaltijden van Jezus, uitgedrukt in parabels en belevingen, wezen op deze geest van verbondenheid, maar waren tevens een aanloop naar de grote maaltijd die nog moest komen. Daarin is Hijzelf de gastheer. We lezen: ”Voorwaar, Ik zeg u: Hij zal zich omgorden en Hij zal hen aan tafel nodigen en langs hen gaan om te bedienen.” Bij het laatste avondmaal zal Jezus zelf zich omgorden om eerst de apostelen hun voeten te wassen (Joh. 13,4), en tot hen zal Hij zeggen: “Wie is de grootste: die aanligt of die bedient ? Niet hij die aanligt ? Welnu, Ik ben onder u als degene die bedient.” (Lc. 22,27). De H. Eucharistieviering is een heel bijzondere invalspoort van het komen van de Heer naar ons toe. Zijn we echt klaar om Hem daar bewust te verwelkomen ?
* Zijn komst is verrassend: “als een dief in de nacht” (Openb. 3,3 e.a.), op het uur dat gij niet kent, in de tweede of derde nachtwake… Het was bij de vierde nachtwake dat Jezus op het meer zijn leerlingen verraste (Mc.6,48). Ook in de H. Eucharistie verrast Hij. We zitten zo vaak oppervlakkig en uit routine bij deze invalspoort. We verwachten Hem niet echt met ons hart. Maar Hij is het die hier komt om ons in zijn intimiteit op te nemen, ons te voeden, en ons aan Hem gelijk te maken.