“IJdelheid der ijdelheden, en alles is ijdelheid.” Prediker aan het woord in de eerste lezing. Het is een erg bekend, en ook een erg hard Bijbelwoord. “Alles is ijdelheid.”
Natuurlijk, zusters en broeders, het vers werd uit zijn verband gerukt. Het maakt deel uit van een hele context waarvan slechts een paar verzen werden opgenomen. Maar ze geven wel de kern van de boodschap weer, en die boodschap luidt: ‘Al dat zwoegen en tobben om altijd maar meer rijkdom te vergaren, zonder ervan te genieten, en zonder te beseffen dat het allemaal een geschenk is van God, dat is zinloos.’
Het is een wijsheid die we allemaal kennen: werken en werken en nog meer werken om altijd meer te hebben, leidt tot niets. We weten het, we zeggen het ook en we blijven het herhalen. En tegelijk doen we ons best om toch maar anders te leven, dus om toch maar altijd meer en meer te vergaren. We mensen zijn inderdaad een rare soort.
Jezus besefte dat ten volle. Ongeveer de helft van de zowat veertig parabels die Hij vertelt hebben met geld en bezit te maken, met telkens dezelfde ondertoon: “Pas op en wacht u voor alle hebzucht! Want geen enkel bezit - al is dit nog zo overvloedig - kan uw leven veilig stellen.” Woorden waarmee Hij de parabel van vandaag inleidt, en die Hij in de parabel ook uitwerkt: bezit is geen garantie op leven in eeuwigheid.
Maar bezit is evenmin een garantie op leven hier op aarde. Leven met waardevolle dingen als vriendschap, stilte, genieten van het kleine, mensen ontmoeten en een eindweg meegaan op hun weg; zichzelf, zijn werk, zijn tijd met anderen kunnen delen. Tijd hebben. Zulke dingen. Daar kan de boer in de parabel allemaal niet toe komen. Hij kan alleen maar plannen hoe hij voor zichzelf, en alleen voor zichzelf, van zijn rijkdom kan genieten. Alleen voor en met zichzelf. Omwille van zijn bezit heeft hij zich helemaal afgesneden van de anderen. Ik kan dat geen echt leven noemen.
Zusters en broeders, een paar jaar geleden verwekte een Duitse bisschop nogal wat ophef met zijn lofzang op de kapitalistische economie. Hij vond die economie een goede zaak voor de mens, en een uitgelezen kans voor de christen. Want die economie gaf en geeft ons de mogelijkheid om open te bloeien als mens. Wie al zijn tijd moet besteden aan de strijd om het bestaan, wie ’s morgens niet weet of hij ’s avonds zal te eten hebben, wie geen huis heeft om in te wonen en geen bed om in te slapen, voor die mens blijft er weinig tijd over om zich als mens te ontplooien. De kapitalistische economie zorgde in de westerse wereld voor welvaart voor velen, en dat is inderdaad een goede zaak voor de mens. Maar die Duitse bisschop gaat verder in zijn redenering: het is een uitgelezen kans voor de christen, zegt hij. Die economie heeft immers voor overvloed voor velen gezorgd, en die overvloed schept dan weer de mogelijkheid tot delen met hen die minder kansen hebben. Hoe beter de economie, hoe groter de kans tot delen, aldus de bisschop.
Zusters en broeders, ik denk dat die bisschop in de kern van de problematiek zit. Werken en ondernemen om welvaart te scheppen is een goede zaak, zolang die welvaart maar eerlijk verdeeld wordt. In zijn parabels reageert Jezus altijd opnieuw tegen diegenen die weigeren te delen van hun overvloed. In de parabel van vandaag noemt Hij zo’n mensen dwaas, want “nog deze nacht komt men je leven van je opeisen; en al die voorzieningen die je getroffen hebt, voor wie zijn die dan?” En Hij voegt er uitdrukkelijk en als besluit aan toe: “Zo gaat het met iemand die schatten vergaart voor zichzelf, maar niet rijk is voor God.”
“Iemand die schatten vergaart voor zichzelf”, en alleen voor zichzelf. Jezus stelt daar consequent ‘breken en delen’ tegenover. Laten we dat dus doen, zusters en broeders, breken en delen om meer mens te worden, en om leven te vergaren zowel op aarde als bij God. Amen.