Waarmee zijn we bezig? (2004)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 18e zondag · groen

“Waarmee zijn we bezig?” Heel wat onder u hebben die woorden, precies zoals ik, al meerdere keren gehoord. En van wie kwamen die woorden? Van mensen die zich vragen stellen rond het reilen en zeilen in onze huidige wereld. Ze vinden dat onze wereld vierkant draait, dat ‘MEN’ er niet recht op is; dat ‘MEN’ het anders zou moeten aanpakken.

We kunnen het ook omdraaien: ‘Heb IK voor mezelf al diezelfde vraag gesteld? Waarmee ben IK bezig, begaan, bekommerd? Waarvan lig ik wakker?’

Wat ik durf hopen: dat wij niet behoren tot die groep mensen die alleen maar bekommerd zijn om geld, want dat spul is toch oorzaak van heel wat zaken die fout lopen in onze samenleving. Natuurlijk dat we er niet zonder kunnen. Zonder geld kan je niet om brood en ook bij de beenhouwer zal men je niet graag zien komen. Alleen zijn ze niet klein in aantal, de mensen die alleen maar denken aan werken, werken, werken en geld verdienen. Maar ’trop is trop’, ’te veel is te veel’. Cynisch: de man van wie die woorden komen zat er aardig dik in!

En blijkbaar is dit een oud zeer. De eerste lezing van deze zondag komt van een wijs man: we noemen hem de Prediker in de bijbel. Hij heeft natuurlijk een woordenschat die wat antiek overkomt. Het woordje ‘ijdelheid’ ligt bij ons niet op de tong, maar we snappen het wel, en we geven hem gelijk als hij toen reeds schreef: ‘Wat heeft een mens aan al zijn geploeter, en aan de zorgen waarmee hij zich op aarde kwelt?’ Als die Prediker nù aan het woord zou geweest zijn, dan zou hij onze taal tot de zijne gemaakt hebben: “Waarmee zijn we bezig?”

En in het evangelie van deze zondag speelt Jezus met dezelfde kaarten. Eerst is er daar een misdeelde. “Meester, zeg hem eens dat mijn broer de erfenis met mij deelt”. De man heeft misschien wel gelijk, en we zouden ook zo zijn. Waar we recht op hebben, daar hebben we recht op. Maar ja, als hij van Jezus een notaris of een procureur wil maken, dan is hij aan het verkeerde adres, en Jezus neemt de gelegenheid te baat om ook te zeggen: “Waarmee zijn jullie toch bezig?” En dan komt dat verhaaltje over die boer die een goed jaar gekend heeft, een rijke oogst, en denkt: “Nu ben ik er! Nu kan ik voor lange tijd weg.’ Alleen weet hij niet dat hij bedrogen zal uitkomen, want dat hij juist die nacht een hartinfarct zal doen.

Het is een open deur intrappen als ik herhaal wat al zoveel mensen hebben gezegd: “We nemen het allemaal niet mee. Nog nooit een corbillard gezien met een aanhangwagen, weet je wel.” Maar waar die rijke boer die zo goed gelukt is beter aan had gedaan: niet alleen aan zichzelf denken, niet ‘IK’ en niet het is het ‘MIJNE’.

Tussen haakjes, onlangs hoorde ik het verhaal van iemand die te voet naar Compostella was gegaan. En ergens onderweg op die bedevaartroute, de camino, was er een halte waar een schaal met geld stond, met een plakkaat er bij: “Als je geld hebt, leg er wat bij. Heb je er geen, neem er dan wat”. Prachtig is dat: solidariteit, willen delen!

Dat was dus een tussendoortje, maar ik wil afronden. Immers, we zitten met een onderwerp waarmee een predikant lelijk over zijn tijd kan gaan. Ik wil eindigen met waar ik mee begonnen ben: ‘Waarmee zijn wij bezig, wij, CHRISTENEN, volgelingen van Jezus van Nazareth?’ Ik hoop dat velen onder ons kunnen antwoorden: “De laatste woorden uit het evangelie van vandaag: rijk zijn bij God”.

Zoeken in Preken Online