18e zondag door het jaar (2007)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 18e zondag · groen

Beste lezer,

Berichten en foto’s in de krant en wat ik op het journaal gezien heb, bevestigen wat de eerste lezing betoogt: ons leven is zinloos en waardeloos.

Aan de ene kant: in grote delen van Azië zijn de jaarlijkse moessonregens heviger en langduriger dan de mensen zich kunnen herinneren: grote delen van India, van Bangladesh en China staan onder water: dorpen en steden zijn verwoest, de oogst is verloren. De toekomst belooft nog grotere armoede en kans op hongersnood.

Daar kun je niemand de schuld van geven.

Aan de andere kant de foto’s en beschrijvingen van Darfur en andere gebieden in Afrika en Zuid Amerika en Irak. Mensen die moeten leven als ongedierte. Die de ene aanslag of moordpartij na de andere meemaken.

Hier hebben mensen wel de schuld, misdadigers, boeven, zeker en niet minder de “nette” leden van regeringen en leiders van grote bedrijven. En de regeringen van landen die het goed gaat, zoals het onze, houden diplomatiek hun mond of nemen trouw deel aan allerlei nutteloze vergaderingen, waar ze woorden gebruiken die niemand tegen de haren strijken. Wat is erger: al die natuurrampen, tsunamis, aardbevingen, overstromingen, hongersnood of dat wat mensen elkaar wetens en willens aandoen omwille van macht en geld.

“Wat heeft een mens tenslotte aan zijn geploeter, en aan de zorg waarmee hij zich op aarde kwelt. Alle dagen bereiden hem leed.” Aldus in de eerste lezing. Verder in het boek Prediker laat de schrijver weten: “Een sterfdag is beter dan een geboortedag.”

Het is ontmoedigend om dit soort dingen te lezen. En toch weet die brompot nog een goede raad te geven: “Het licht is zalig en het is een weldaad voor de ogen de zon te zien. Hoe lang iemand ook leeft, laat hij genieten van elke dag en bedenken dat er nog donkere dagen genoeg zullen zijn.”

Als ik bekijk wat deze man lang geleden geschreven heeft, kan ik alleen maar zeggen dat er ondanks onze enorme vooruitgang in ontwikkeling en zogenaamde beschaving niet veel veranderd is. En ook God moet zich daar bij neerleggen, ben ik geneigd te denken.

Ergens las ik: “Het grote universum schenkt ons vreugde en verdriet volgens zijn eigen wetten. Die wetten zijn ondoorgrondelijk. Het grote universum trekt zich niets van ons aan.” Wij kunnen ons niet beklagen en op ons “waarom " krijgen we geen antwoord. Toch hoeft het lot of het grote universum ons niet klein te krijgen of bang te maken zolang het ons goed gaat.

Want: “Het licht is zalig en het is een weldaad voor de ogen de zon te zien.”

Van elkaar houden, met aandacht en heel voorzichtig omdat we allemaal even breekbaar zijn, opletten als iets ons treft, zo zacht als het pootje van de kat; zorgvuldiger proeven wat we eten en drinken, en zo veel meer, dàt zijn dingen even zalig als het licht, het water in de zomer of een lief huisdier. Dan mogen we God dichtbij voelen die met ons geniet zoals Hij deed op de laatste dag van de schepping.

Er is zelfs meer: die bescheiden vreugde, dat kleine genot zijn als rimpelingen in een vijver, als het resoneren van een muziek instrument, als radiogolven met een goede boodschap. Als wij blij zijn, stijgt er een vogel op of een mooie vlinder, ergens anders zal hij zich neerzetten en onze vreugde doorgeven. En zo heeft onze vreugde, ons bescheiden genot het effect van een ander soort tsunami, aardbeving of overstroming, die troost en heling brengt, wie weet waar, wie weet hoe.

Dat het zo moge worden.

Zoeken in Preken Online