Een pastoraal werker bereidde een wake voor. Zij krijgt van een opvoedster te horen dat zij best geen bijbel zou gebruiken. Van waar die allergie? Tijdens de wake las Rita dan een tekst voor, die het al te katholieke vermeed. Zij ontving daarop een compliment voor de gekozen tekst, die zij uit het boek Prediker had gehaald. Dat is een verrassend boek aan de rand van de bijbel met erin een verzameling goed vastzittende spijkers (K.Duchatelez). De liturgie laat er zich door inspireren op de achttiende zondag van de C-cyclus. Dit is slechts eenmaal in de loop van drie jaar.
Op het einde van de eerste eeuw is de canon van Oudtestamentische boeken vastgelegd. Fijn dat die mannen daarin verschillende genres hebben opgenomen: Wet, profeten, wijsheidleraars, historische boeken. De bijbel bevat klaagliederen, een liefdeslied, de fascinerende Prediker en nog zoveel andere verrassingen.
Prediker is een eigenaardig boek. Het belang van de Wet (Thora) wordt maar heel even aangeraakt. Nergens is er sprake van een woord van de Heer dat de auteur van het boek Prediker zou ontvangen hebben. Hij is een geleerde die bezig is met de gang van de wereld. Hij observeert en stelt zich enigermate sceptisch op. Het menselijk gedoe, ja alles is maar een windstoot, een ademtocht, vluchtig. Maar voor hem staat onwrikbaar vast dat wij leven onder Gods zon en vanuit de vreze Gods (Pred. 2, 25). Hij wijst op het betrekkelijke van alles tenzij dit vast geloof onder Gods zon te leven. “Het is een groot bewijs van Gods genade, dat de Prediker, ondanks de uitzichtloosheid van de dood, toch staande blijft in zijn geloof en van het leven kan blijven genieten. Eet je brood en drink je wijn met een opgeruimd hart, zegt hij (Pred. 9, 7), want God heeft er altijd al plezier in gehad als mensen dat doen. Het is niet zo dat mensen God pas een genoegen doen, als ze spectaculaire prestaties leveren. Het volstaat als ze heel gewoon en simpel van hun eten en drinken genieten” (Meint R. van den Berg, Leven onder de Zon" Prediker naar onze tijd).
Met zijn vele vragen komt Prediker als postmodern over. Vandaar een hernieuwde belangstelling (Theatermonoloog, Ik, prediker, ww. Pacoproducties.be). In een wereld van superactivisme bij presidenten en managers passen de restricties die Prediker voorhoudt. “De dood laat zich niet door rijkdom tegenhouden. Hij is de grote, definitieve onteigenaar en gelijkmaker. Precies zoals je gekomen bent, ga je ook weer: zonder enig bezit. Over de grens van de dood kun je niets meesmokkelen” (Ibidem).
In Bijbel en Bezinning, maart 2007 schrijft Jean-Paul Vermassen: “Prediker lezen kan gevaarlijk zijn voor het neoliberalisme. Hij onttovert de magie van de moderne heilige drievuldigheid: presteren, concurreren en consumeren. Prediker is subversief. Hij ondermijnt het belangrijkste gebod: gij zult kopen en verkopen om gelukkig te worden. Prediker doet het met een eenvoudig, maar ongelooflijk krachtig refreintje: alles is ijdelheid, alles verdwijnt” (Pred. 5, 9).
Het zicht op het betrekkelijke der dingen neemt echter hun waarde niet weg. De gedachte aan de dood geeft intensiteit van de ons geschonken tijd. De zekerheid te zullen sterven en de onzekerheid over de wijze waarop mag onze levensvreugde niet schaden, zeker als wij het perspectief op eeuwigheid bezitten. Prediker heeft zulk perspectief niet. Een wezenlijk verschil met Jezus, die gelooft in een God van levenden en niet van doden.
Wellicht kende Jezus het gedachtegoed van Prediker, al is er geen uitdrukkelijke verwijzing naar Prediker in het Nieuwe Testament. Wat Jezus zegt over de schuren van de rijke landeigenaar (Luk. 12, 21) staat niet zo ver af van wat Prediker erover dacht (Pred. 2, 22). Evenmin verschillen de vragen van Jezus naar het resultaat van ons tobben (Luk. 12, 25) met de vragen en de bedenkingen van Prediker: “Lucht en leegte, alles is leegte. Welk voordeel heeft de mens van alles wat hij heeft verworven, al zijn moeizaam gezwoeg onder de zon?” (Pred., 1, 2-4).
Prediker wijst op het belang van het nu-moment. Niet om te profiteren en erop los te leven, maar om er de waarde van te genieten. Kohelet, de Hebreeuwse naam voor de schrijver van dit boek belicht “de bijbelse smaak van het ogenblik” (Qohélet, La saveur biblique de l’instant, in Lumière et Vie, 1995).
Jezus zegt iets meer. Hij wijst op onze verantwoordelijkheid. Hij vraagt wat wij doen met onze tijd, onze aandacht en ons bezit voor de minsten onder ons. Hij wijst de rijke vrek af, die geen oog heeft voor de arme Lazarus aan zijn deur. Jezus hekelt de rijke met zijn grote schuren, omdat deze arm is voor God.
Leven voor God betekent in dit leven verantwoordelijkheid opnemen, ook wanneer de dood aan de deur staat. Martin Luther beantwoordde de vraag wat hij zou doen als morgen de wereld vergaan met zijn beroemde uitspraak: “Als morgen de wereld vergaat, dan plant ik vandaag nog een appelboom.”