Tijd voor je naaste (2004)

C-cyclus · Tijd door het jaar · 17e zondag · groen

Langzaam aan begint het bij veel mensen te kriebelen. De vakantie komt eraan.

Soms wordt het vakantiegevoel gestimuleerd door het goede weer, andere keren zet vooral al de regen en het gekwakkel van het weer je aan het denken over een verre bestemming. We hebben zonnestralen nodig. Natuurlijke vitaminen. Konden de stoelen maar buiten blijven staan en de parasol omhoog. De caravan is eigenlijk nog te weinig gebruikt en de tent ligt vanaf het vorig jaar al opgevouwen op zolder. Maar het vakantiegevoel…. Het kriebelt al volop.

Heerlijk op de camping, ongedwongen kletsen met mensen uit Stadskanaal, die toevallig naast je staan en die je nog nooit hebt ontmoet, maar die je op de camping in Toscane of ergens in de Drome voor het eerst ziet. Aardige mensen zijn het, dat zeker. Toen, door een lekkage de caravan vloer het begaf, heb je ze de hele dag geholpen met het versjouwen en drogen van de spullen en met het vinden van een oplossing, zodat de hele zaak hersteld kon worden. Ze stonden toch naast je. Je had toch de tijd en je laat iemand toch niet in de nattigheid staan.

Soms is het heel duidelijk wie je naaste is. Je ziet iemand in nood en je wilt helpen. Iemand die van zijn fiets valt, een mevrouw die haar boodschappentas laat vallen en ga zo maar door. Is er dan geen probleem? Volgens de wetgeleerde uit het evangelie wel. “Wie is mijn naaste?”, vraagt hij aan Jezus en dan volgt dat verhaal dat iedereen kent en dat we vandaag nog eens hoorden.

Wie is mijn naaste en voor wie ben ik de naaste?

Ben je de naaste van het groepje jongeren bij je in de buurt, die niet zoveel kwaad doen, maar wel een plekje zoeken om bij elkaar te komen, wat te kletsen en stiekem een sigaretje te roken? Een naaste loopt ze niet angstig, onzeker en boos voorbij, maar uit een stevige groet, zolang het allemaal netjes verloopt, maar uit ook een stevige reprimande als ze het verdienen en overlast bezorgen.

Ben je de naaste van mensen die anders zijn dan jij, die misschien op een kamp wonen of in een villawijk? Moeten die hun eigen bontjes maar doppen of moeten we net voor hen extra oog en oor hebben?

Ja, je voelt je wel de naaste van de campinggast, die je nog nooit hebt gezien, van wie je niet weet waar of hoe zij wonen, of ze rijk zijn of arm, maar je hebt tijd voor hen en ruimte en ze staan letterlijk zo dichtbij, of mag dat alleen maar als je op vakantie bent?

Ben je de naaste van mensen die dichtbij je komen dan? De kinderen uit de derde wereld als Unicef bij je voordeur komt met een collecte bus of een giro kaart? Een foto of een folder die achter in de kerk hangt of in de bibliotheek? Komen ze dan dichtbij genoeg?… of zijn we in staat zonder blikken of blozen aan die foto’s voorbij te gaan?

Ben je de naaste voor mensen voor wie je tijd hebt alleen als je op vakantie bent? Ben je de naaste van de slachtoffers in Irak, die je ’s avonds dichtbij ziet komen als je op je gemakje naar het nieuws ligt of zit te kijken en alle tijd hebt voor t.v. journaal en film? Voel je jezelf verwant met de slachtoffers van verschrikkelijke verkrachters en moordenaars in België bijvoorbeeld en bekruipt je het gevoel, dat je net die slachtoffers nabij wilt zijn en voor hen in ieder geval een kaarsje zou willen aansteken?

Ben je de naaste van wie dan ook? Misschien wil je geen gekke Jetje zijn en je niet laten misbruiken door Jan en alleman. Ook daar spreken de lezingen over:“Keer U met hart en ziel tot de Heer Uw God”, zegt de eerste lezing. Daar hoef je niet moeilijk over te doen. Je hoeft niet ver te kijken of ver te zoeken. Zijn woord is dichtbij te vinden: “Het is in Uw mond en in Uw hart” en zo is ook onze naaste dichtbij ons als we tijd en ruimte vinden in onszelf om hem of haar te zien.

Zoeken in Preken Online