Bidden
Homilie
Jeruzalem, 10 juli 2007. Het is druk in de Heilig-Grafkerk. Bezoekers lopen af en aan. Aan de ingang knielen velen neer om hun hand te leggen op de Steen der zalving, sommigen buigen zelfs het hoofd voor een kus. De trap omhoog leidt naar de Golgothaplaats, ingetogen mensen schuiven aan om geknield door een opening in de vloer de rotspunt te betasten waar volgens de traditie Jezus’kruis stond. Beneden in de rotonde van de kerk staat een lange rij mensen geduldig hun beurt af te wachten om de kleine Heilige-Grafkapel binnen te gaan en te bidden bij de plaats waar Christus’lichaam lag. Trappen naar beneden brengen ons in een sobere kapelruimte uitgehouwen in de Golgotharots met enkel een eenvoudig altaar en een stenen bank. In deze kale ruimte, in groot contrast met de weelderige decoraties in de andere delen van de Heilig-Grafkerk, zit een jonge religieuze in habijt heel geconcentreerd te bidden uit een klein gebedenboekje, verzonken in gebed, niet gestoord door de passerende toeristen.
10 minuten later brengt onze wandeling door de heilige stad ons bij de Joodse Klaagmuur, ook hier een drukte van belang van biddende mensen met hun eigen rituelen, zoals het schuiven van strookjes papier in de spleten van de muur in de hoop dat hun gebeden verhoord worden.
Om de hoek staan we voor de toegang tot de Tempelberg, een islamitische heilige plaats. Bij de ingang van de Al Aqsamoskee verdringen moslimgelovigen om hun schoenen uit te doen en de moskee, de tweede belangrijkste in de islamwereld, te betreden.
Brugge, 20 juli 2007. Bij de ingang van de Bloedkapel is er bijna geen doorkomen aan. De relikwie van het Heilig bloed wordt ter verering ten toon gesteld. Vele toeristen vinden het de moeite om in de rij te staan om hun hand te leggen op de relikwie. Ondanks de menigte verloop alles heel rustig en stil, mensen zetten zich neer om even te bidden. Kaarsen worden aangestoken.
Leuven, 25 juli 2007. In de dokterswachtzaal valt mijn oog op het artikel ‘Gesprekken bij een brandende kaars’ van Jan Van Rompaey in het magazine van het ziekenhuis. Het zijn gesprekken met mensen die langs komen in de ziekenhuiskapel. Graag lees ik u hier enkele uittreksels voor.
- ‘Ik kom hier bidden en dat doet me goed. Dat doe ik al vanaf het moment dat mijn man werd opgenomen: bidden en een kaarsje branden. Ik bid een weesgegroet en ik vraag: zorg dat we nog lang mogen samenblijven en dat de familie bij elkaar blijft”. \
- ‘Ik vraag geen genezing, want dat kan niet, ik zeg alleen maar: doe uw best, laat mijn vrouw vredig sterven, meer vraag ik niet.’ \
- ‘Ik krijg hier opnieuw moed: als er straks slecht nieuws is zal ik daar beter tegen bestand zijn.’ \
- ‘Ik weet niet of bidden iets uithaalt, ik geloof alleen maar dat iemand iets kan doen. Ik bid tot Jezus van Nazareth, ik weet dat hij luistert. Jezus van Nazareth, heeft veel goed gedaan in zijn leven, dat weten we. Ik vind bij hem de zuiverheid terug.”\
- ‘We zoeken steun, zo eenvoudig is dat. Op dit moment zijn er heel veel mensen die kaarsjes branden voor ons kindje en ik geloof sterk dat al die kaarsjes samen enorm veel kracht brengen. Ze betekenen ook een verbondenheid met iets hogers waar we ook sterk in geloven. Je voelt hier ook dat er zoveel mensen met ons meeleven: familie, vrienden, collega’s, kinderen … Dit geeft ons nieuwe kracht’.