Beste Vrienden,
Nog niet zo lang geleden had ik een artikeltje in de parochiebladen
onder de misschien een beetje flauwe titel,
kun je nog bidden, bid dan mee.
Het ging over hoe goed het is om te kunnen bidden,
en dat we dat vroeger heel gewoon leerden,
en dat het belangrijk is om dat te blijven leren,
en dat ook aan kinderen te leren.
En, zei ik daarin ook, als je het geleerd hebt in goede dagen,
dan heb je er iets aan in slechte dagen,
dan kun je terugvallen op wat je als bagage bij je hebt.
Want als je het moelijk hebt, kun je God minder makkelijk vinden.
Als de weg naar God gebaand is, dan is die weg makkelijker te begaan.
Heer, leer ons bidden, vragen de leerlingen,
en wij vragen het met hen,
en we vragen het voor onszelf,
opdat we het bij ons hebben op die momenten dat het nodig is.
Over bidden gaat het vandaag,
zowel in de lezing uit Genesis als in het evangelie,
Over bidden zegt Augustinus zo iets als:
God heeft het niet nodig dat ik bid, ik heb het zelf nodig;
en een ander heeft gezegd:
ik bid niet dat de dingen in de wereld veranderen,
ik bid dat ikzelf verander,
en daardoor makkelijker de kracht vind om om te gaan met wat me overkomt.
Heer leer ons bidden;
En dan bidt Jezus voor,
het onze Vader, gebed bij uitstek.
In de variant die we bij Lucas vinden,
gaat het over twee maal drie beden.
het brood dat we nodig hebben; en brood staat dan ook voor
alles wat met levensonderhoud te maken heeft; kleding en een dak boven je hoofd.
vergeef ons onze zonden, als het niet lukt om te leven zoals God dat bedoelde,
als we God en de mensen naast ons tekort doen; alles ook in onze relaties.
het derde: leid ons niet in bekoring, beproeving, om God en de mensen te kort te doen,
om onze eigen belangen de boventoon te laten .
Daarom moet je bidden,
nadat je in het eerste deel een soort geloofsbelijdenis hebt gedaan:
Vader,
laat uw Naam geheiligd worden - en de naam van God:
ik ben er bij - God die zich ontfermt, die ons niet alleen laat ploeteren;
laat uw Rijk komen, uw bedoeling met ons gerealiseerd;
En als je zo bidt, vanuit je geloof,
om de dingen die er toe doen, dan zegt Jezus:
en daarin mag je in je bidden heel onbeschaamd zijn, onbescheiden,
want het voorbeeld dat Jezus geeft is natuurlijk wel tekenend:
blijf aandringen, zelfs als de ander het als vervelend zou ervaren;
als je maar krijgt wat je beoogt.
En God verhoort, natuurlijk
zo gaat het al bij jullie; als je vrienden bent;
als je vader en zoon bent, of moeder en dochter
dan heb je het beste voor met je kind;
denken jullie niet dat dat voor Vader God net zo opgaat?
Als jullie, met al je fouten en tekorten, al aan je kind het beste geeft,
dan toch zeker Vader/Moeder God.
Als je vraagt, of als je zoekt of als je klopt,
God geeft de heilige Geest.
Er staat dus niet onmiddellijk dat God geeft wat je vraagt,
dat je vindt wat je zoekt,
dat je wordt opengedaan als je klopt,
maar God geeft de heilige Geest.
Wat geeft Hij dan?
Onmiddellijk hierna vertelt het evangelie dat Jezus een demon,
een boze geest, een duivel uitdrijft;
Dat is het tegendeel; de macht van het kwaad
tegenover de macht van het goede;
en natuurlijk zal God de heilige geest,
de geest van het goede geven.
Over het aandringen, en het vasthouden en het bijna onbeschaamd aanhouden,
geeft Genesis een prachtig voorbeeld.
Abraham die met God onderhandelt.
Als er nou toch eens 50 gevonden worden,…en zo minder en minder.
tot ze uitkomen bij 10; maar zelfs die tien - vertelt het verhaal
worden niet gevonden…
Is het gebed van Abraham dan voor niets geweest?
Stel je voor hoe Abraham er in gestaan had
als hij niets had gedaan;
als hij had gezien hoe Sodom vernietigd werd
zonder dat hij zich had ingezet om het recht van de rechtvaardigen te bemiddellen,
dan was hij toch toeschouwer geweest zonder inzet,
dan had hij ernaast gestaan.
Maar Abraham staat naast God,
of God naast Abraham; bij wie ligt het initiatief?
Abraham blijft nog staan voor het aanschijn van de Ene,
staat er in de meest letterlijke vertaling.
En dat tekent de bidder:
stel je in het aanschijn van de God die is,
dat is toch zijn naam: Ik ben met je;
ik laat je niet alleen.