Als je een oeroud verhaal leest met een moderne bril op je neus, lees je het verkeerd. Dan wekt het zelfs ergernis. Dan roept het niets dan twijfels op. Zo mag je dus niet doen. Hoe moet je dan wel lezen? Indien het enigszins mogelijk is, moet je binnentreden in de logica van een andere cultuur. En dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Ik denk zelfs eerlijk dat het ons nooit helemaal lukt. Het ernstig proberen is wel toegestaan.
Het hele kader van het verhaal is al vreemd: God en Abraham spreken vrijmoedig en zelfs vrijpostig tegen en met elkaar. Het is alsof ze elkaars buren zijn. Alsof ze elkaar al heel lang van binnen kennen. Abraham gaat als het ware met God aan de onderhandelingstafel zitten. Er wordt gemarchandeerd: is zoveel genoeg en kan het eventueel ook niet met iets minder? Mag het vijftig zijn, of is tien voldoende? Zo test Abraham Gods woede. Zo wil hij Gods woede ombuigen tot mildheid: hij gaat ervan uit dat God verandert als de mens het mooi vraagt. Als de mens zich bereid verklaart aan enkele minimale eisen te voldoen. Is een handvol rechtgeaardheid op aarde genoeg om God van mening te doen veranderen? Dat is in het geding. De cruciale zin in het verhaal is: ‘Wilt Gij werkelijk met de boosdoeners ook de rechtvaardigen verdelgen?’ Moeten de goede en trouwe mensen het slachtoffer worden van de boze mensen die niets ontzien? Dat het antwoord op die vraag negatief zal zijn, daar kunnen we best inkomen. Als wij tenminste, net als Abraham, God een beetje kennen.
Er is echter nog meer. Ter wille van de tien wordt ook de hele stad en al het boze gespaard! Tien is voldoende. Het onkruid mag blijven groeien ter wille van de tarwe. Dat zullen we eeuwen later horen uit de mond van Jezus. Intussen is en blijft het toch een curieus gegeven. God bergt zijn toom op, ter wille van enkele gerechtigen op aarde. Zo staat het er. We zullen ons dienen te bezinnen op Gods heilige woede. Abraham moet daar weet van hebben gehad. We kunnen van hem dus iets leren.
Abraham weet dat God kwaad is op het kwade. Dat is de logica zelf. Hij droomt van de goede aarde en van de goede mens. Dat is Hem boven alles lief. Zelfs als ze niet met velen zijn. Nog sterker: precies dán moet Hij hen redden. Al schreeuwt het onrecht nog zo luid. Wellicht heeft Abraham zo bij zichzelf geredeneerd: God kan onmogelijk alles investeren in het verdelgen van het kwade. Zou Hij zijn mensen dan vernietigen ter wille van zijn terechte toom? Dan zou God de ene zondvloed na de andere moeten opzetten. En telkens van nul herbeginnen met de mens. Nee, tien is genoeg. Tien is voldoende om de aarde draaiende te houden. Tien is daarvoor het vitale minimum. God is allang gewend geraakt (en gemaakt) aan kerken met vele lege stoelen… Hij is niet van plan ze daarom af te breken.
Gelukkig heeft Abraham zolang aangedrongen. Anders hadden we wellicht nooit geweten dat God zo bestaat.
Bidden doen we blijkbaar toch niet voor niets.