Een andere moraal

C-cyclus · Tijd door het jaar · 17e zondag · groen

Het gebed van Abraham dat we lezen in Genesis, is gewoon een steengoed gebed.
Niet omdat hij met een echte joodse handelsgeest op de prijs afdingt wat hij maar afdingen kan. Je ziet hoe Abraham erbij staat. God wil Sodom verdelgen. Maar misschien zijn er in Sodom nog wel goede mensen. Dus vraagt Abraham of God die stad wil sparen als er vijftig goede mensen worden gevonden. Maar dan krijgt hij al meteen spijt dat hij het getal vijftig heeft genoemd. ‘Heer’, zegt hij, ‘als er nu geen vijftig worden gevonden, kan het dan voor veertig?’. En wanneer hij de koop voor veertig heeft afgesloten, probeert hij het nog een keer met dertig, en met twintig en met tien. Dat maakt zijn gebed voor ons wel heel spannend.
Maar de reden waarom het zo’n steengoed gebed is, zit ergens anders in. Abraham merkt dat hij bij God inderdaad veel kan afdingen. Hij merkt dat het lukt. En zo ervaart hij in zijn gebed iets van God, iets heel geweldigs, iets dat wij nog steeds niet hebben begrepen. Om tien rechtvaardigen wil God de hele stad sparen. Als er ook nog maar iets goed is aan die smerige stad, zal God die stad sparen. Dit staat lijnrecht tegenover ons denken. Wij zeggen: iets deugt niet als er ook maar iets fout aan is. Het wemelt van de voorbeelden. Als twee mensen jaren lang goed zijn geweest voor elkaar, maar één van beiden maakt een grove fout, dan is meteen al het goede van al die jaren vergeten. Dat is onze manier van doen. Iemand die jaren lang voortreffelijk gewerkt heeft, en dan ineens een grote fout maakt, heeft een grote kans dat hij ontslagen wordt.
Het is ook niet zo vreemd dat wij zo denken en doen. Wij hebben het met de paplepel binnen gekregen. Velen zullen zich herinneren dat wij als kind hebben geleerd: als je heel je leven goed hebt geleefd, maar je doet in de laatste vijf minuten van je leven een doodzonde, dan ga je naar de hel. Eigenlijk is dit een idioot voorbeeld, want vermoedelijk hebben wij in de laatste vijf minuten van ons leven wel iets anders te doen. Maar zo zijn we wel grootgebracht. Iets deugt niet als er ook maar iets fout aan is. En dus schrijven wij een goede dokter af als hij één fout maakt. En dus staat een goede relatie op de tocht als een van beiden de ander een keer teleurstelt. En dus zeggen we: eenmaal gestolen, altijd een dief.

Welnu, Abraham ervaart dat God heel anders denkt. Die hele smerige stad zal gespaard blijven als er ook maar iets goed is aan die stad. Dat is dus precies omgekeerd. Dat ervaart Abraham in zijn gebed. Eigenlijk heeft hij toen al ervaren dat God omwille van één mens die rechtvaardig is, de hele wereld zal sparen. En die ene mens is Jezus.
Dit kunnen we toepassen op heel veel situaties en op heel veel mensen. Op je kinderen, op je levenspartner, op jezelf. Laten we kijken naar wat goed is. Zelfs op ziekte is dit toe te passen. Want als je ziek bent in je hart, of in je benen, of in je buik: dan vergeet je zo makkelijk dat er nog zoveel goed is aan je. En als je ziek zou zijn in je hele lichaam, vergeet dan niet dat er nog zoveel goed is in je contacten met anderen, in je overgave of in je geloof. Iets fouts is goed als er ook maar iets van deugt.
Een mens is goed als er ook maar iets goed aan hem is. Dat heeft Abraham in zijn gebed ervaren van God.

Zoeken in Preken Online