Bij Jezus leren bidden

C-cyclus · Tijd door het jaar · 17e zondag · groen

Toen Jezus ergens aan ‘t bidden was… Dit beeld van de biddende Jezus moet op de leerlingen een geweldige indruk gemaakt hebben. Heel het wezen van Jezus werd opgenomen in het gebed en heel het gebed van Jezus stroomde verder in zijn doen en laten. De apostelen beseften: dat is het wat wij nodig hebben.

Als Jezus zoveel en zo intens bad, hoe komt het dan dat wij, die ons christenen noemen, zo weinig bidden? Op de vraag: bid je nog? - krijg je vaak zeer ontmoedigende antwoorden. “Vroeger, toen de kinderen klein waren heb ik met hen gebeden, maar nu … Ja, als ik in nood ben, bid ik nog. Soms ga ik nog eens naar de kerk, maar zeker niet regelmatig.” Het valt mij op bij een sterfgeval, een huwelijk, een begrafenis, hoe weinig mensen kunnen meebidden. Onlangs stond ik bij een graf en alleen een zevenjarig kind bad het Onze Vader mee. Schijnbaar waren alle volwassenen het gebed vergeten. Wat heb je aan het bidden? Vragen de mensen zich af. Maar is die vraag wel goed gesteld? Moet je iets hebben aan het bidden, moet het iets opbrengen? Is bidden niet een uiting van liefde? Wat heb je aan liefde? Wat brengt het op als je een uur met je kinderen doende zijt of met hen speelt? Wat heb je eraan als je samen stil hebt zitten kijken naar de wijde zee, naar de neerdalende zon? Dat brengt toch niets op. Niet alleen van brood leeft de mens. Zeggen we ook niet: ik heb geen tijd. We hebben allemaal 24 uren op een dag en het is de vraag waaraan wij die tijd willen besteden. “Mijn volk heeft een dubbele misdaad begaan, ze hebben Mij, de bron van levend water, verlaten om zich putten te graven in de woestijn die geen water kunnen bevatten.” Het is geen kwestie van tijd, maar een kwestie van liefde. Als wij vragen: Heer, leer ons bidden, dan vragen wij eigenlijk liefde om Hem te kunnen erkennen als de bron van ons leven. Jezus was niet dag en nacht met de mensen bezig. Vaak liet Hij hen voor wat ze waren en liet Hij de wereld voor wat die was, en ging dan naar een stille plek om te bidden tot zijn Vader. Aan zijn leerlingen, die wegens het komen en gaan van de mensen, zelfs geen tijd hadden om te eten, zei Jezus: “Kom mee naar een stille plaats en rust wat uit.”

De kleine zusters van Moeder Teresa klaagden dat ze het te druk hadden met hun werk. Weet je wat haar antwoord was? Ze gaf hun iedere dag nog een uur gebed meer. Zij was ervan overtuigd dat juist in het gebed het hart tot rust komt om daarna de dagtaak des te beter te kunnen vervullen. Wij verliezen vaak zoveel tijd omdat wij de weg niet meer vinden naar de binnenkamer van ons hart. We leven niet echt meer, maar worden geleefd en dat brengt spanning en stress. Meer dan wij zelf willen toegeven hebben wij behoefte aan gebed. Wij zijn geschapen voor het oneindige en het tijdelijke kan ons hart niet verzadigen. Niemand heeft deze diepste nood van de mens zo mooi onder woorden gebracht dan onze Vlaamse dichter Guido Gezelle: “Gij bad op enen berg alleen en Jesu, ik en vind er geen waar ‘k hoog genoeg kan klimmen om U alleen te vinden. De wereld wil mij achterna, alwaar ik ga of sta… En arm als ik en is er geen, geen een. Die nood heb en niet klagen kan,… O leer mij, arme dwaas, hoe dat ik bidden moet.”

Een missionaris vertelt hoe een neger, die niet kon lezen of schrijven, na de zondagsmis nog uren in de broussekapel kon zitten bidden. Stil keek hij naar het altaar. Op de vraag hoe hij heel die tijd toch kon bidden gaf hij als antwoord: ik houd mijn ziel in de zon.

Houden wij ook onze ziel in de zon en vragen wij vandaag met heel ons hart: Heer, leer mij bidden.

Zoeken in Preken Online