God lastig vallen

C-cyclus · Tijd door het jaar · 17e zondag · groen

Bidden moet je leren. Je moet het leren van een ander. Iemand moet je woorden geven.

Dat is interessant als uitgangspunt. Het begin is onmacht: wij kunnen niet bidden. Wij zijn nooit zo woordarm als op het ogenblik dat wij God willen aanspreken. Dan hebben we geen woorden. Terwijl wij anders zoveel woorden hebben… wij kletsen zoveel, wij praten onze uren en onze dagen vol, wij drukken zoveel wat nooit gelezen wordt, wij schrijven sneuvelnota ‘s aan de lopende band, wij tateren de winkel en de tafel vol. Woorden te over. Maar plots gaat onze mond dicht, wij worden sprakeloos. Blijkbaar zijn onze woorden voor de aarde. Goed voor dagelijks gebruik. Maar bidden is van een andere orde. We staan bij het bidden hoe dan ook voor God en we worden onhandig.

Bestaat er niet iets als een gebruiksaanwijzing voor het bidden? Vandaag schijnt het daarover te gaan in het evangelie van Lucas. ‘Leer ons bidden'.

Daarmee zijn meteen drie dingen gezegd: Gij kunt het, Gij kunt het ons leren, wij willen het ook leren. Geef Gij ons van uw woorden. En de woorden worden gespeld: het Onze Vader wordt ons voorgezegd. Zo moet je het doen, zo is het altijd goed, dat hoort de hemel altijd. En al 20 eeuwen hebben miljoenen mensen dit geloofd, na gesproken en het doorgeleerd aan hun kinderen, in alle talen, bij alle volkeren, de wereld rond. Overal zeggen en zingen mensen: Onze Vader. Betere woorden zijn er niet. Ze zeggen ook alles over God, over de mens, over het leven, over onze zorgen die we hebben en over de zorgen die we zouden moeten hebben.

Maar dan gaat Lucas verder. Het is alsof hij even denkt, dat de leerlingen nog niet overtuigd zijn. We moeten durven bidden, durven vragen, durven lastig doen bij God. Aandringen, nooit moe worden, dag en nacht. God luistert ook naar ons buiten de kantooruren. En Hij weet, dat we altijd veel te vragen hebben. Dat wij bezorgd zijn om zoveel, om brood en vis, om dingen om van te leven om iets om aan anderen te geven als ze moe zijn van de reis en rust en verpozing zoeken bij ons. Dat mogen we allemaal vragen. Wij zijn bij God kinderen van den huize. We mogen eigenlijk alles zeggen. En Hij geeft ook altijd.

Hij geeft ons hetgeen Hij ons het liefst en boven alles geven wil: Hij geeft ons Zijn Geest. Wij worden geeste-lijke, geest-rijke en geest-driftige mensen. Zo wordt het doenbaar steeds brood en vis te geven en nooit moe te worden het goede te doen.

Zoeken in Preken Online